Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:322

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
12-06-2015
Datum publicatie
21-09-2015
Zaaknummer
P-2014/19367, 200 van 2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Seksueel misbruik van minderjarigen met minderjarigen. Toepassing jeugdsanctierecht. Gevorderde Pij-maatregel (in het begin uit te voeren in Nederland) afgewezen, nu niet aan alle voorwaarden voor oplegging daarvan is voldaan (de maatregel is, gelet op overgelegde psychiatrische rapporten, niet in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte). Deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd met bijzondere voorwaarden (waaronder de verplichting tot opname in een jeugdinstelling in Aruba).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans […] gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 mei 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E.M.J. Cafarzuza.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) op te leggen voor de duur van twee jaren.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd conform de door haar overgelegde pleitnota.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1. dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2013 tot en met 31 augustus 2014 te Aruba, meermalen, althans eenmaal, met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2008, handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- de broek en/of onderbroek, althans kleding van die [slachtoffer 1] uit/naar beneden getrokken, en/of

- zijn (verdachtes) penis in de anus van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht, en/of

- in bijzijn van die [slachtoffer 1] gemasturbeerd en/of (vervolgens) zijn (verdachtes) zaadlozing in de mond van die [slachtoffer 1] gesmeerd/gestopt, en/of

- zijn (verdachtes) penis in de mond van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht, en/of

- in de mond van die [slachtoffer 1] geürineerd;

2. dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2011 tot en met 31 augustus 2014 te Aruba, meermalen, althans eenmaal, met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum] 2006, handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2]

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 2] op de grond en/of een bed gegooid, en/of

- de broek en/of onderbroek, althans kleding van die [slachtoffer 2] uit/naar beneden

getrokken, en/of

- met zijn (verdachtes) hand(en) de mond van die [slachtoffer 2] bedekt (teneinde diens hulproep te beletten), en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer 2] achter diens rug vastgehouden, en/of

- zijn (verdachtes) penis in de anus van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht;

3. dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus 2011 tot en met 31 augustus 2014 te Aruba, meermalen, althans eenmaal, met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum] 2007, handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3],

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 3] op een bed gegooid, en/of

- de broek en/of onderbroek, althans kleding van die [slachtoffer 3] uit/naar beneden getrokken, en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer 3] achter diens rug vastgehouden, en/of

- zijn (verdachtes) penis in de anus van die [slachtoffer 3] geduwd/gebracht;

4. dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 september 2012 tot en met 31 augustus 2014 te Aruba, meermalen, althans eenmaal, met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum] 2012, handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4],

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- zijn (verdachtes) vinger, althans een deel van zijn vinger, in de anus van die [slachtoffer 4] geduwd/gebracht;

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 31 augustus 2014 te Aruba, meermalen, althans eenmaal, met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2008, handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- de broek en/of onderbroek, althans kleding van die [slachtoffer 1] uit/naar beneden getrokken, en/of

- zijn (verdachtes) penis in de anus van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht, en/of

- in bijzijn van die [slachtoffer 1] gemasturbeerd en/of (vervolgens) zijn (verdachtes) zaadlozing in de mond van die [slachtoffer 1] gesmeerd/gestopt, en/of

- zijn (verdachtes) penis in de mond van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht, en/of

- in de mond van die [slachtoffer 1] geürineerd;

2. dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 mei 2011 tot en met 31 augustus 2014 te Aruba, meermalen, althans eenmaal, met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum] 2006, handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2]

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 2] op de grond en/of een bed gegooid, en/of

- de broek en/of onderbroek, althans kleding van die [slachtoffer 2] uit/naar beneden getrokken, en/of

- met zijn (verdachtes) hand(en) de mond van die [slachtoffer 2] bedekt (teneinde diens hulproep te beletten), en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer 2] achter diens rug vastgehouden, en/of

- zijn (verdachtes) penis in de anus van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht;

3. dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2011 tot en met 31 augustus 2014 te Aruba, meermalen, althans eenmaal, met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum] 2007, handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3],

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 3] op een bed gegooid, en/of

- de broek en/of onderbroek, althans kleding van die [slachtoffer 3] uit/naar beneden getrokken, en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer 3] achter diens rug vastgehouden, en/of

- zijn (verdachtes) penis in de anus van die [slachtoffer 3] geduwd/gebracht;

4. dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 september 2012 2013 tot en met 31 augustus 2014 te Aruba, meermalen, althans eenmaal, met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum] 2012, handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4],

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- zijn (verdachtes) vinger, althans een deel van zijn vinger, in de anus van die [slachtoffer 4] geduwd/gebracht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Op 15 februari 2014 is een nieuw Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2012 no. 24, gewijzigd bij AB 2014 no. 11) in werking getreden. Bij de invoering is niet voorzien in overgangsrechtelijke bepalingen, zodat de daarin neergelegde voorschriften onmiddellijk van toepassing zijn geworden. Voor zover de in de tenlastelegging beschreven feiten zijn begaan vóór deze datum, geldt evenwel het navolgende.

Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, van dit wetboek is geen feit strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. In het tweede lid van dit artikel is voorts bepaald dat bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, de voor de verdachte gunstigste bepalingen worden toegepast. Deze artikelleden, in onderlinge samenhang bezien, brengen mee dat, voor zover de bepalingen van dit wetboek omtrent de strafwaardigheid van een delict of de zwaarte van de daarop bedreigde sanctie niet gunstiger zijn dan die, welke golden ten tijde van het tijdstip of de periode waarop de aan de verdachte verweten feiten volgens de tenlastelegging zijn gepleegd, de op dat moment geldende bepalingen dienen te worden toegepast. Indien zich naar het oordeel van het gerecht een dergelijk geval voordoet zal dit in dit vonnis, voor zover relevant en niet uitdrukkelijk nader gemotiveerd, tot uitdrukking komen in de kwalificatiebeslissing en de vermelding van de bij de oplegging van een straf of maatregel toegepaste wettelijke voorschriften.

Het bewezenverklaarde levert op:

Feiten 1, 2, 3 en 4 (telkens):

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen, die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 250 van het Wetboek van Strafrecht (oud) en artikel 2:199 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

De verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten tussen de twaalf en vijftien jaar oud. Dit betekent dat hij op grond van artikel 1:157 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) overeenkomstig de in dit wetboek neergelegde bepalingen voor jeugdige personen zal worden bestraft.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft vier zeer jonge en tot zijn familiekring behorende kinderen, van wie één een […] peuter, seksueel misbruikt. Verdachte, hoewel zelf jong maar ouder dan de minderjarigen, heeft bij het plegen van zijn daden misbruik gemaakt van het vertrouwen dat die zeer jonge minderjarigen in hem als ouder familielid stelden en ook mochten stellen. De verdachte heeft slechts het oog gehad op bevrediging van zijn eigen lustgevoelens, waarbij hij zich in het geheel niet heeft bekommerd om de schade die hij daarmee bij die minderjarigen aanrichtte. Zij bevonden zich, gelet op hun leeftijd, in een zeer kwetsbare positie en de verdachte heeft, misbruik makend van het overwicht dat hij als ouder familielid op hen had, ernstige inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit en de ontwikkeling van hun seksualiteit verstoord. De ervaring leert dat jeugdige slachtoffers, als zij op die leeftijd worden onderworpen aan dergelijk seksuele handelingen, grote psychische, lichamelijke en emotionele schade kunnen oplopen. Zij kunnen ook nog op latere leeftijd problemen ondervinden op het terrein van seksualiteit en relatievorming. Deze delicten behoren voorts tot een categorie van strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust in de samenleving teweeg brengen. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij deels openheid van zaken heeft gegeven.

Het gerecht houdt voorts rekening met de bevindingen en conclusies van de psychiatrische rapporten betreffende de verdachte.

De kinder- en jeugdpsychiater, drs. K.M.E. Hermans, heeft in haar rapport van [datum] 2015 onder meer geconcludeerd dat er bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten vanwege een verstoorde hechting en zelf het slachtoffer zijn van seksueel misbruik. Volgens de psychiater ontbreekt bij verdachte inzicht in de schade die zijn gedrag heeft teweeg gebracht en is er sprake van onvoldoende ontwikkeling van zijn geweten. Aan de andere kant moet volgens de psychiater rekening worden gehouden met het feit dat de verdachte zwakbegaafd is en dat hij een adolescent is. Adolescentie speelt een rol in de bemoeilijkte zelf-regulatie bij de verdachte. De recidivekans is volgens de psychiater hoog indien de verdachte in hetzelfde milieu wordt geplaatst. Gelet op deze herhalingsrisico is volgens de psychiater van belang verdachte te plaatsen in een residentiele setting die afgestemd is op zijn lage IQ. De psychiater adviseert plaatsing van verdachte bij de “Stichting voor Gehandicapten en Revalidatiezorg” (SGR) in Curaçao in de afdeling voor gedragsgestoorde jongeren met een lichte verstandelijke beperking.

Dit advies wordt onderschreven door de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba in haar rapport van [datum] 2015.

De kinder- en jeugdpsychiater, drs. W.R. Leeflang, heeft in zijn rapport van [datum] 2015 onder meer geconcludeerd dat er bij verdachte sprake is van een zorgelijke gewetensontwikkeling en dat zijn cognities over seksualiteit, gevormd door (mogelijk onder dwang plaatsgevonden) misbruik op jonge leeftijd, mede hebben geleid tot het herhalen van het delict. Ter vermindering van de recidive kans is het van essentieel belang betrokkene een duidelijke structuur te bieden waarbij er rekening moet worden gehouden met zijn cognitief niveau. Hij adviseert oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna te noemen: PIJ-maatregel), te ondergaan in de Forensische Besloten Afdeling (FBA) van het Orthopedagogisch Centrum van Aruba. Plaatsing in een gebied waar de moedertaal niet gesproken wordt zal zijn doel voorbij schieten. Betrokkene is verbaal zwak en zou zich in een andere taal moeilijk kunnen uitdrukken. Dit ten nadele van de behandeling, aldus de psychiater. Deze plaatsing biedt de mogelijkheid dat betrokkene in zijn eigen omgeving behandeld kan worden waardoor het contact met de familie intact blijft. Het betrekken van de familie bij de behandeling is van essentieel belang, aldus de psychiater.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangevoerd dat aan de voorwaarden voor oplegging van de gevorderde PIJ-maatregel is voldaan. De officier van justitie heeft voorts betoogd dat er noch te Curaçao noch hier te lande plaatsingsmogelijkheid op korte termijn voor verdachte beschikbaar is, dat de maatregel in Nederland ten uitvoer zal kunnen worden gelegd en dat, zodra de FBA in Aruba operationeel is, verdachte in die afdeling zal worden geplaatst.

Voor het opleggen van een PIJ-maatregel dient ingevolge artikel 1:174, eerste lid, Sr aan een drietal cumulatieve voorwaarden te worden voldaan, waaronder de vereiste dat de maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte dient te zijn. Beide psychiaters hebben plaatsing van de verdachte in een gebied waar de moedertaal van verdachte wordt gesproken geadviseerd. De kinderpsychiater Leeflang heeft in zijn rapport expliciet vermeld dat behandeling in een gebied waar de moedertaal van verdachte niet wordt gesproken in het nadeel van die behandeling zou zijn, nu verdachte verbaal zwak is en zich in een andere taal moeilijk zou kunnen uitdrukken. Het gerecht leidt hieruit af dat, indien de PIJ-maatregel in Nederland zou worden geëxecuteerd, de Nederlandse taal voor verdachte een horde zou zijn die hij eerst zou moeten zien te overwinnen alvorens zijn behandeling vruchten zou kunnen afwerpen. Daarnaast zou verdachte door zijn plaatsing in Nederland verstoken zijn van het (geregeld) contact met de ouders en zouden de ouders niet worden betrokken bij verdachtes behandeling, terwijl het betrekken van de familie juist door de psychiater wordt geadviseerd. Tevens is gebleken dat verdachte geen familie in Nederland heeft wonen, die hem tijdens zijn verblijf in Nederland in plaats van zijn ouders zou kunnen bezoeken, teneinde hem emotionele houvast te kunnen bieden.

Het gerecht houdt bovendien rekening met het feit dat de FBA in het Orthopedagogisch Centrum Aruba nog niet operationeel is, terwijl er ook nog geen zicht is op het tijdstip waarop die afdeling gereed zal zijn ter plaatsing van verdachte.

Gelet op het vorenoverwogene is het gerecht dan ook van oordeel dat niet gezegd kan worden dat oplegging van de door de officier van justitie verzochte PIJ-maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte. Er is derhalve niet aan alle voorwaarden voor oplegging van de PIJ-maatregel als vermeld in artikel 1:174, eerste lid, Sr voldaan. Het gerecht zal de vordering van de officier van justitie derhalve niet volgen.

Het gerecht acht in dit specifieke geval na te melden (deels voorwaardelijke) straf passend en geboden. De belangen van de verdachte zullen het meest gediend zijn bij plaatsing in het Orthopedagogisch Centrum van Aruba ([…]). Zodra de FBA afdeling aldaar gereed is kan verdachte aldaar geplaatst worden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:21, 1:62, 1:163, 1:165, 1:180, 1:181, 1:182, 1:183 en 1:189 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van driehonderdenvijfenzestig (365) dagen;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot honderdenachtenvijftig (158) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende die proeftijd de hierna gestelde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal melden bij de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, hem te geven door of namens deze instelling, zulks zolang die instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, ook als dat inhoudt dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd (ingaande [datum] 2015):

  • -

    zal laten opnemen in het Orthopedagogisch Centrum van Aruba, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven,

  • -

    zal laten plaatsen in de Forensisch Besloten Afdeling van het Orthopedagogisch Centrum Aruba, zodra die afdeling gereed is,

  • -

    onder behandeling zal stellen van een (kinder)psychiater op de tijden en plaatsen als door of namens die deskundige aan te geven,

met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:183, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

schorst de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van [datum] 2015;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop dit vonnis onherroepelijk zal zijn geworden.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 12 juni 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.