Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:245

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-07-2015
Datum publicatie
27-08-2015
Zaaknummer
239 van 2015, P-2013/06654
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Onttrekking van een minderjarige (4 jaar oud) aan het wettig gezag van de moeder voor de duur van 1 jaar en 9 maanden. De ouders hadden het gezamenlijk ouderlijk gezag. Het kind verbleef met toestemming van de moeder bij de vader. Het gerecht in eerste aanleg van Aruba moest een beslissing nemen ten aanzien van het gezag en de omgangsregeling (er was een procedure hierover gaande). Na indiening van het rapport van de Voogdijraad en vóór de voortzetting van de behandeling in voornoemde familiezaak is de vader zonder toestemming van de moeder met het kind naar een onbekend adres in Nederland vertrokken. Het gerecht heeft de moeder vervolgens met het eenhoofdig ouderlijk gezag belast. Vader bleef met het kind ondergedoken in Nederland.

Gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

De verweren “psychische overmacht” en “overmacht in de zin van noodtoestand” worden verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteland],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 juni 2015 en 11 juni 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G. de Hoogd.

De officier van justitie, mr. J. Zondervan, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1. dat hij in of omstreeks de periode van 5 april 2013, althans 9 april 2013 tot en met 14 februari 2014 in Aruba en/of Curaçao en/of Nederland, dan wel elders in Europa of de wereld, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [minderjarige], geboren [geboortedatum] 2008, welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren was, heeft onttrokken en/of onttrokken gehouden aan het wettig over die minderjarig gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen in of omstreeks bovenvermelde periode opzettelijk, voornoemde minderjarige, ondergebracht en/of ondergebracht gehouden ergens in Curaçao en/of (vervolgens ergens in) Nederland, dan wel elders in Europa, in elk geval op een plaats onbekend aan de moeder van die minderjarige, mevrouw [moeder], zijnde degene die tot 20 mei 2013 mede het wettig gezag over genoemde minderjarige uitoefende en na 20 mei 2013 alleen met het gezag over genoemde minderjarige belast was en/of uitoefende en aldus genoemde minderjarige aan het wettig gezag en/of het bevoegd uitgeoefende opzicht onttrokken;

2. dat hij in of omstreeks de periode van 5 april 2013, althans 9 april 2013 tot en met 14 februari 2014 in Aruba en/of Curaçao en/of Nederland, dan wel elders in Europa of de wereld, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008, welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren was, die onttrokken was aan het gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over of mede over die minderjarige uitoefende, heeft verborgen en/of heeft onttrokken aan de nasporing van ambtenaren van de justitie en/of politie, immers heeft verdachte daar toen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, genoemde minderjarige ondergebracht op een onbekend adres of onbekende adressen buiten Aruba;

3. dat hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2014 tot en met 9 januari 2015 in Aruba en/of Curaçao en/of Nederland, dan wel elders in Europa of de wereld, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [minderjarige], geboren [geboortedatum] 2008, welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren was, heeft onttrokken en/of onttrokken gehouden aan het wettig over die minderjarig gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen in of omstreeks bovenvermelde periode opzettelijk, voornoemde minderjarige, ondergebracht en/of ondergebracht gehouden ergens in Nederland, dan wel elders in Europa, in elk geval op een plaats onbekend aan mevrouw [moeder], zijnde degene die het wettig gezag over genoemde minderjarige uitoefende;

4. dat hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2014 tot en met 9 januari 2015 in Aruba en/of Curaçao en/of Nederland, dan wel elders in Europa of de wereld, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008, welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren was, die onttrokken was aan het gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over of mede over die minderjarige uitoefende, heeft verborgen en/of heeft onttrokken aan de nasporing van ambtenaren van de justitie en/of politie, immers heeft verdachte daar toen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, genoemde minderjarige ondergebracht op een onbekend adres of onbekende adressen buiten Aruba;

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. dat hij in of omstreeks de periode van 5 april 2013, althans 9 april 2013 tot en met 14 februari 2014 in Aruba en/of Curaçao en/of Nederland, dan wel elders in Europa of de wereld, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [minderjarige], geboren [geboortedatum] 2008, welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren was, heeft onttrokken en/of onttrokken gehouden aan het wettig over die minderjarige gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen in of omstreeks bovenvermelde periode opzettelijk, voornoemde minderjarige, ondergebracht en/of ondergebracht gehouden ergens in Curaçao en/of (vervolgens ergens in) Nederland, dan wel elders in Europa, in elk geval op een plaats onbekend aan de moeder van die minderjarige, mevrouw [moeder], zijnde degene die tot 20 mei 2013 mede het wettig gezag over genoemde minderjarige uitoefende en na 20 mei 2013 alleen met het gezag over genoemde minderjarige belast was en/of uitoefende en aldus genoemde minderjarige aan het wettig gezag en/of het bevoegd uitgeoefende opzicht onttrokken;

2. dat hij in of omstreeks de periode van 5 april 2013, althans 9 april 2013 tot en met 14 februari 2014 in Aruba en/of Curaçao en/of Nederland, dan wel elders in Europa of de wereld, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008, welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren was, die onttrokken was aan het gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over of mede over die minderjarige uitoefende, heeft verborgen en/of heeft onttrokken aan de nasporing van ambtenaren van de justitie en/of politie, immers heeft verdachte daar toen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, genoemde minderjarige ondergebracht op een onbekend adres of onbekende adressen buiten Aruba;

3. dat hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2014 tot en met 9 januari 2015 in Aruba en/of Curaçao en/of Nederland, dan wel elders in Europa of de wereld, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [minderjarige], geboren [geboortedatum] 2008, welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren was, heeft onttrokken en/of onttrokken gehouden aan het wettig over die minderjarige gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen in of omstreeks bovenvermelde periode opzettelijk, voornoemde minderjarige, ondergebracht en/of ondergebracht gehouden ergens in Nederland, dan wel elders in Europa, in elk geval op een plaats onbekend aan mevrouw [moeder], zijnde degene die het wettig gezag over genoemde minderjarige uitoefende;

4. dat hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2014 tot en met 9 januari 2015 in Aruba en/of Curaçao en/of Nederland, dan wel elders in Europa of de wereld, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008, welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren was, die onttrokken was aan het gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over of mede over die minderjarige uitoefende, heeft verborgen en/of heeft onttrokken aan de nasporing van ambtenaren van de justitie en/of politie, immers heeft verdachte daar toen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, genoemde minderjarige ondergebracht op een onbekend adres of onbekende adressen buiten Aruba;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie

Op 15 februari 2014 is een nieuw Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2012 no. 24, gewijzigd bij AB 2014 no. 11) in werking getreden. Bij de invoering is niet voorzien in overgangsrechtelijke bepalingen, zodat de daarin neergelegde voorschriften onmiddellijk van toepassing zijn geworden. Voor zover de in de tenlastelegging beschreven feiten zijn begaan vóór deze datum, geldt evenwel het navolgende.

Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, van dit wetboek is geen feit strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. In het tweede lid van dit artikel is voorts bepaald dat bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, de voor de verdachte gunstigste bepalingen worden toegepast. Deze artikelleden, in onderlinge samenhang bezien, brengen mee dat, voor zover de bepalingen van dit wetboek omtrent de strafwaardigheid van een delict of de zwaarte van de daarop bedreigde sanctie niet gunstiger zijn dan die, welke golden ten tijde van het tijdstip of de periode waarop de aan de verdachte verweten feiten volgens de tenlastelegging zijn gepleegd, de op dat moment geldende bepalingen dienen te worden toegepast. Indien zich naar het oordeel van het gerecht een dergelijk geval voordoet zal dit in dit vonnis, voor zover relevant en niet uitdrukkelijk nader gemotiveerd, tot uitdrukking komen in de kwalificatiebeslissing en de vermelding van de bij de oplegging van een straf of maatregel toegepaste wettelijke voorschriften.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is,

strafbaar gesteld bij artikel 292 van het Wetboek van Strafrecht (oud);

2. Opzettelijk een minderjarige die onttrokken is aan het wettig over hem gesteld gezag verbergen en aan de nasporing van de ambtenaren van de politie en justitie onttrekken, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is,

strafbaar gesteld bij artikel 293 van het Wetboek van Strafrecht (oud);

3. Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is,

strafbaar gesteld bij artikel 2:246 van het Wetboek van Strafrecht;

4. Opzettelijk een minderjarige die onttrokken is aan het wettig over hem gesteld gezag verbergen en aan de nasporing van de ambtenaren van de politie en justitie onttrekken, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is,

strafbaar gesteld bij artikel 2:247 van het Wetboek van Strafrecht.

Voormelde feiten zijn begaan als voortgezette handeling.

7 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De raadsman van verdachte heeft een beroep gedaan op overmacht in de zin van noodtoestand. Daartoe is - samengevat - het volgende aangevoerd. Verdachte kon niet anders handelen dan hij heeft gedaan. Er was sprake van een actuele noodtoestand waarin het kind zich bevond. Hij kon de onhoudbare situatie alleen opheffen door het kind, over wie verdachte destijds het gezamenlijk gezag had samen met de moeder, mee te nemen naar het buitenland.

Voor een geslaagd beroep op overmacht in de zin van noodtoestand dient de noodtoestand objectiveerbaar te zijn, dus niet alleen in de beleving van de verdachte te bestaan. De feiten die aan voornoemd beroep ten grondslag zijn gelegd zijn niet aannemelijk geworden. Het kind verbleef vóór vertrek van verdachte naar Nederland - met toestemming van de moeder - bij verdachte. Niet is komen vast te staan of aannemelijk geworden (de stelling van verdachte) dat door toedoen van de moeder het slecht ging met het kind, laat staan dat het zo slecht ging met haar dat verdachte moest ingrijpen op de wijze die hij heeft gedaan. Het beroep op overmacht in de zin van noodtoestand wordt derhalve verworpen.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

8 Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman van verdachte heeft ook een beroep gedaan op psychische overmacht. Daartoe is het volgende aangevoerd. Verdachte voelde na jaren blootgesteld te zijn aan geestelijke mishandeling, huiselijk geweld, intimidatie, leugens, laster en smaad zijdens de moeder en het lijden van het kind dat hij het niet meer kon aanzien. Verdachte ervoer dat alle instanties waar hij in Aruba om hulp heeft gevraagd hem lieten vallen en geen oog hadden voor het belang van het kind. Dit legde op hem zo’n grote psychische druk, dat hij niet anders kon dan het kind mee te nemen naar een onbekend adres in Nederland om hulp aldaar te zoeken.

Het gerecht verwerpt ook het beroep op psychische overmacht. De feiten die aan dit beroep ten grondslag zijn gelegd zijn niet aannemelijk geworden. Psychische overmacht veronderstelt een van buiten komende dwang of drang, waartegen weerstand bieden redelijkerwijs niet mogelijk is. Indien de druk niet zozeer van buitenaf komt, maar van vooral van binnenuit, dan wordt het terrein van de (on)toerekeningsvatbaarheid betreden. Naar het oordeel van het gerecht is in casu geen sprake geweest van een van buiten komende kracht, dwang of drang, omdat -zoals eerder gezegd- niet is komen vast te staan of aannemelijk geworden dat het slecht ging met het kind of dat het kind slachtoffer was van trauma’s door de moeder veroorzaakt. Verdachte heeft daarover echter andere denkbeelden. Hij vond dat hij moest ingrijpen. Voor zover zijn handelen is ingegeven, of althans beïnvloed door, door hem ervaren krachten, zijn dat krachten van binnenuit geweest.

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

9 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig strafbaar feit. Hoe ernstig de wetgever het onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag wenst te bestempelen komt tot uitdrukking in de maximumstraf: 6 jaar gevangenisstraf als het kind ouder is dan 12 jaar en zelfs 9 jaar bij een kind dat jonger is.

Verdachte heeft zijn dochtertje die toen 4 jaar oud was gedurende een periode van een jaar en negen maanden zonder toestemming van haar moeder meegenomen naar een onbekend adres in Nederland. Vanwege de jonge leeftijd van het kind is het van groot belang dat de moeder bij de opvoeding van het kind wordt betrokken. De band tussen een moeder en haar jonge kind is de sterkst denkbare band tussen twee mensen. Die band kenmerkt zich door een intense, wederkerige, sociaal-emotionele aan- en afhankelijkheid. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat dat in dit geval anders is c.q. was. Evenmin is er aanleiding te veronderstellen dat het bestaan van zodanige band tussen zijn voormalige echtgenote en haar dochter aan de verdachte kan zijn ontgaan. Dit betekent dat het opzettelijk verbreken van die band is te kenmerken als een buitengewone zelfzuchtige daad van verdachte.

De gevolgen van de daad van verdachte zijn evident en behoeven nauwelijks bespreking. De moeder was van de ene op de andere dag haar dochter kwijt. Omtrent het lot van die dochter was haar niets bekend. Zij wist dat haar dochter elke dag een beetje meer van haar zal vervreemden.

In verdachtes voordeel geldt dat er geen aanwijzingen bestaan dat hij het kind in Nederland niet goed zou hebben verzorgd of dat het kind in Nederland trauma’s en een ontwikkelingsachterstand heeft opgelopen. Voorts neemt het gerecht aan dat verdachtes belangrijkste drijfveer om het kind mee te nemen en onder zich te houden is gevormd door zijn overtuiging dat het kind door de moeder niet goed werd verzorgd en psychisch mishandeld werd en dat het zijn vaderplicht was om in te grijpen. Anderzijds valt het verdachte zwaar aan te rekenen dat hij zich totaal niet heeft bekommerd om de situatie waarin hij de moeder van het kind heeft gebracht en gedurende meer dan anderhalf jaar heeft gelaten. Hij heeft op geen enkel moment overwogen, laat staan een poging gedaan om haar -voor zover mogelijk- gerust te stellen over het lot van haar kind en heeft haar welbewust in volstrekte zekerheid gelaten.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:22, 1:62 en 1:134 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIERENTWINTIG (24) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 2 juli 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.