Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:223

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
19-08-2015
Datum publicatie
24-08-2015
Zaaknummer
A.R. nr. 1740 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiele zaak, uitlating deskundige voor berekening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 19 augustus 2015

Behorend bij A.R. nr. 1740 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,

gevestigd in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: IFA,

gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,

tegen:

B,

wonende in Aruba te [adres],

gedaagde,

hierna ook te noemen: B,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de conclusie van antwoord, met producties,

-de conclusie van repliek, met producties,

-de conclusie van dupliek.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

IFA vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis B veroordeelt:

-om tegen kwijting te betalen aan IFA Afl. 13.274,33, te vermeerderen met (1) rente ad 1,4% maandelijks gerekend vanaf 31 januari 2014 tot een maximum van Afl. 9.736,43 en na het bereiken van dit maximum met (2) wettelijke rente en (3) Afl. 1.991,15 aan buitengerechtelijke incassokosten;

-in de proceskosten.

2.2

B voert verweer. B erkent een zeker bedrag opeisbaar verschuldigd te zijn aan IFA uit hoofde van een tussen partijen gesloten overeenkomst van geldlening, maar zij bestrijdt de door IFA berekende omvang van dat bedrag, meer in het bijzonder wat betreft de in rekening gebrachte rente. Die rente overschrijdt volgens B het door dit Gerecht aanvaarde maximale rentepercentage van 1,5% maandelijks of 18% jaarlijks.

3 DE BEOORDELING

3.1

Niet in geschil is tussen partijen dat zij op 22 februari 2012 een overeenkomst van (geld)verbruikleen hebben gesloten krachtens welke IFA Afl. 14.924,53 heeft verstrekt aan B (hierna: de overeenkomst). Bij de overeenkomst hebben partijen in dat verband verder afgesproken dat B Afl. 24.660,96 dient terug te betalen aan IFA, en dat in 48 maandelijkse termijnen van ieder Afl. 513,77, aanvangende op 22 maart 2012 en eindigend op 22 februari 2016. Niet in geschil is tussen partijen verder dat B krachtens de overeenkomst een zeker (rest)bedrag verschuldigd is aan IFA.

3.2

De overeenkomst vermeldt onder meer:

(…).

4. “Effectieve Rente 27,25% Nominale Rente 27,25%”

(…).

6. Schuldenaar zal indien een vervallen termijn of gedeelte daarvan niet wordt betaald binnen 15 dagen na de vervaldatum van die afzonderlijke termijn over die termijn dan wel over het niet betaalde deel daarvan een eenmalige boeterente van 5% verschuldigd zijn Island Finance N.V.

7. Hoofdsom, rente, boeterente en al wat Island Finance N.V. verder terzake te vorderen heeft zal terstond opeisbaar zijn zonder waarschuwing of ingebrekestelling bij (…) niet op tijd betalen der verplichte aflossingen (…).

(…).”.

3.3

Voorts is niet in geschil tussen partijen dat de laatste door B verrichte termijnbetaling heeft plaatsgevonden op 24 juni 2013. Dat vaststaande feit in verbinding met het hiervoor vermelde artikel 7 van de overeenkomst brengt mee dat IFA gerechtigd was om het dossier B op 31 januari 2014 te sluiten, zodat het dan nog door B verschuldigde bedrag per die datum opeisbaar is geworden. De omstandigheid dat de omvang van het door B aan IFA verschuldigde bedrag wellicht nog nader moet worden vastgesteld maakt dat niet anders. Het per 31 januari 2014 opeisbaar worden van het door B nog aan IFA verschuldigde bedrag komt - anders dan B stelt - dus niet zomaar uit de lucht vallen.

3.4

Uit de overeenkomst volgt dat bij stipte nakoming daarvan B over 48 maanden in totaal (24.660,96 minus 14.924,53 =) Afl. 9.736,43 aan rente (en kosten) moet betalen aan IFA. IFA stelt dat zij met dat door haar in rekening gebrachte bedrag aan rente niet het door dit Gerecht aanvaarde maximale rentepercentage van 1,5% maandelijks of 18% jaarlijks overschrijdt, zodat te dezen geen sprake is van partiële nietigheid van de overeenkomst. Die stelling heeft B met tal van berekeningen gemotiveerd bestreden, en zij stelt zich op het standpunt dat - zo begrijpt het Gerecht - IFA de facto maandelijks 2,71826% althans een veel hoger dan het toelaatbare maximum van 1,5% maandelijks in rekening brengt. In dat verband stelt B zich op het standpunt dat IFA de omvang van haar vordering op B moet herberekenen onder juiste toepassing van renteberekening, in die zin dat - zo begrijpt het Gerecht verder - na iedere termijnbetaling telkens rente verschuldigd is over de dan nog openstaande hoofdsom en dat die rente niet hoger mag zijn dan 1,5% maandelijks of 18% jaarlijks.

3.5

Het Gerecht, niet zijnde financieel deskundig, is voornemens een wel ter zake deskundige (rechts)persoon te benoemen ter beantwoording van de vraag of de bij de overeenkomst door IFA bedongen rente ad Afl. 9.736,43 al dan niet het maximaal aanvaarde rentepercentage van 1,5% maandelijks of 18% jaarlijks overschrijdt, waarbij heeft te gelden - en daar volgt het Gerecht B in - dat na iedere termijnbetaling het dan nog in hoofdsom verschuldigde bedrag heeft te gelden als het bedrag waarover rente verschuldigd is.

3.6

In het hiervoor geschetste (onderstreepte) verband kent het Gerecht ambtshalve als ruwe vuistregel voor de vaststelling van de 48 door B te betalen termijnbedragen - over de juistheid van welke regel de deskundige zich eveneens dient uit te laten - dat de aan haar in verbruikleen verstrekte hoofdsom moet worden vermeerderd met rente berekend over de helft van die hoofdsom vermenigvuldigd met (48 x 1,5% =) 72%. Aldus is er over 48 maanden bij benadering maximaal

(14.924,53 : 2) x 72% =) Afl. 5.372,83 in totaal aan rente verschuldigd, en dat is in elk geval significant minder dan het door IFA berekende totaalbedrag aan rente ad

Afl. 9.736,43. Aldus komt een termijnbedrag bij benadering maximaal neer op (14.924,53 + ((14.924,53 : 2) x 72%) : 48 = Afl. 422,86, en dat is in elk geval eveneens significant minder dan het door IFA vastgestelde termijnbedrag ad Afl. 513,77.

3.7

Partijen kunnen zich bij akte uitlaten over de persoon van de te benoemen deskundige (ieder liefst drie namen van deskundigen naar voorkeur) en de (mogelijk) aan die deskundige ter beantwoording voor te leggen vragen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de in het dictum vermelde terechtzitting.

3.8

Indien de deskundige van mening is dat IFA meer dan het maximaal aanvaarde percentage aan rente in rekening heeft gebracht aan B, zal IFA een voor het Gerecht en B heldere herberekening in geding moeten brengen waaruit blijkt wat B bij juiste toepassing van de door IFA gevorderde rente van maandelijks 1,4% (na aftrek van de mogelijk te veel door B betaalde bedragen) nog verschuldigd is aan IFA. Zie voor juiste toepassing van die rente het hiervoor onder 3.5 door het Gerecht onderlijnde tekstdeel.

3.9

In afwachting van de door partijen te nemen aktes zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-stelt partijen in de gelegenheid om zich gelijktijdig bij akte uit te laten over hetgeen zij zich blijkens rechtsoverweging 3.7 dienen uit te laten, en verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van 21 oktober 2015;

-houdt in afwachting van de door partijen te nemen aktes iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 augustus 2015 in aanwezigheid van de griffier.