Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:197

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
18-08-2015
Datum publicatie
21-08-2015
Zaaknummer
EJ. nr. 2081 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wijziging ouderlijk gezag en bepalen hoofdverblijfplaats

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 18 augustus 2015

Zaaknummer EJ. nr. 2081 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

Vader,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

procederend in persoon,

tegen

Moeder,

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

procederend in persoon.

Belanghebbende:

Minderjarige, de minderjarige.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 3 september 2014;

  • -

    het minderjarigenverhoor van 20 oktober 2014;

  • -

    het proces-verbaal van de zitting van 21 oktober 2014;

  • -

    het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 23 maart 2015;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling ter zitting van 26 mei 2015, waaruit blijkt dat de man bijgestaan door mevrouw X is verschenen en de vrouw in persoon is verschenen. Namens de Voogdijraad zijn aanwezig mevrouw S.M. Maduro en mevrouw G. Hoogvliets.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Uit het huwelijk tussen partijen is op [datum] 2001 in Aruba geboren minderjarige (hierna: de minderjarige).

2.2

Bij beschikking van dit gerecht van 17 mei 2006 (EJ-416/06) is de echtscheiding tussen de partijen uitgesproken en is de moeder belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe om de vader gezamenlijk met de moeder met het ouderlijk gezag te belasten en om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader te bepalen.

4 DE BEOORDELING

Gelet op hetgeen partijen ter zitting over en weer hebben aangevoerd en hetgeen de minderjarige naar voren heeft gebracht en met inachtneming van het advies van de Voogdijraad, is het gerecht van oordeel dat partijen niet in staat zijn tot een gezamenlijke gezagsuitoefening. Immers, het ontbreken van iedere vorm van communicatie, alsmede de nog steeds bestaande spanningen tussen partijen, maken het nemen van beslissingen betreffende de minderjarige en het maken van afspraken over zijn verzorging en opvoeding onmogelijk. Nu deze situatie al zo lang duurt, is niet te verwachten dat hierin nog verbetering zal komen. Nu het gerecht een gezamenlijke gezagsuitoefening in het belang van de minderjarige niet wenselijk oordeelt, zal het verzoek worden afgewezen.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 18 augustus 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.