Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:162

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
06-07-2015
Zaaknummer
A.R. no. 1829 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

geldlening- bestreden handtekening-overeenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 1 juli 2015

Behorend bij A.R. no. 1829 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

E*, wonende in Aruba,

EISERES,

hierna ook te noemen: E*,

gemachtigde: de advocaat mr. M. Bemer,

tegen:

G*, wonende in Aruba,

GEDAAGDE,

hierna ook te noemen: G*,

gemachtigde: de advocaat mr. M.G.A. Baiz.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 19 november blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De ingevolge dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 26 januari 2015. E* is toen verschenen samen met haar gemachtigde, en ook G* is toen verschenen samen met zijn gemachtigde. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, E* mede aan de hand van een toegelaten nadere productie, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

E* verzoekt dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis G* veroordeelt:

-om aan E* te betalen Afl. 25.000,--, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 6,5% jaarlijks gerekend vanaf 1 augustus 2014 althans 5 augustus 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met 15% aan buitengerechtelijke incassokosten;

-in de proceskosten.

2.2

G* voert verweer en concludeert dat E* niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar gevorderde, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens.

3 DE VERDERE BEOORDELING

3.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat E* niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van G* wordt daarom verworpen.

3.2

Het Gerecht volhardt in zijn in het tussen vonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.

3.3

Het Gerecht heeft ter zitting geconstateerd en vastgesteld dat G* geen gevolg heeft gegeven aan hetgeen hem krachtens rechtsoverweging 2.7 van het tussenvonnis was opgedragen, te weten het overleggen van vijf originele documenten die van zijn handtekening zijn voorzien nog voor het begin van deze rechtszaak (oftewel handtekeningen van voor 5 augustus 2014), terwijl is gesteld noch gebleken dat dit voor G* onmogelijk was. Zoals aangekondigd in rechtsoverweging 2.8 van het tussenvonnis zal het Gerecht daaraan het hierna vermelde hem geraden voorkomende gevolg verbinden.

3.4

Door in weerwil van het tussenvonnis om voor hem moverende redenen de van zijn handtekening voorziene originele documenten niet te overleggen, ontneemt G* E* de mogelijkheid om door middel van deskundigenonderzoek vast te laten stellen dat de door G* bestreden handtekening wel door hem is geschreven onder het bij partijen genoegzaam bekende document. Onder die omstandigheid komt het dit Gerecht geraden voor om aan te nemen dat die door hem bestreden handtekening wel degelijk door G* onder bedoeld document is geplaatst. Dat brengt mee dat voormeld document een gave en rechtsgeldige tussen partijen gesloten overeenkomst behelst (hierna: de overeenkomst).

3.5

Uit artikel 2 van de overeenkomst volgt dat G* het door hem van E* geleende bedrag ad Afl. 25.000,-- uiterlijk op 31 juli 2014 moest hebben afgelost. Vast staat dat dit niet het geval is, zodat op grond van datzelfde artikel 2 G* vanaf 1 augustus 2014 een jaarlijkse rente van 6,5% verschuldigd is aan E* en zodat op grond van het eerste lid van artikel 5 de geldlening vanaf 1 augustus 2014 onmiddellijk opeisbaar is geworden.

3.6

Vorenstaande brengt mee dat het in hoofdsom door E* gevorderde zal worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de daarover gevorderde overeengekomen rente en de ingangsdatum daarvan. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen dragen.

3.7

De verzochte vergoeding van kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte wordt afgewezen. Uit het enkele feit dat partijen vergoeding van die kosten overeen zijn gekomen vloeit niet voort dat de vordering op dit onderdeel zonder meer wordt toegewezen. Van belang is dat vast komt te staan dat de werkzaamheden waarvan vergoeding wordt gevorderd zijn aan te merken als verrichtingen anders dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor artikel 63a Rv een voorziening geeft. Gesteld noch gebleken is met name dat zulke werkzaamheden zijn verricht (vgl. HR NJ 2003/566 in verbinding met HR NJ 2007/482).

3.8

G* zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van E*, tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 218,-- =) Afl. 968,-- aan verschotten en Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 900,-- per punt).

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt G* om aan E* te betalen Afl. 25.000,--, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 6,5% jaarlijks gerekend vanaf 1 augustus 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt G* in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van E*, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 968,-- aan verschotten en

Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2015 in aanwezigheid van de griffier.