Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:156

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
06-07-2015
Zaaknummer
A.R. no. 513 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzekering - schadeclaim

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2015, afl. 5, p. 281
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis 1 juli van 2015

Behorend bij A.R. no. 513 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak tussen:

Eleuterio de Jesus E*,

wonende te Aruba,

eiser,

hierna ook te noemen: “E*”,

gemachtigde: mr. J.J. Coutinho,

tegen:

1 de naamloze vennootschap

BOOGAARD ASSURANTIEN N.V.,

gevestigd te Aruba,

gedaagde sub 1,

hierna ook te noemen: “Boogaard”,

gemachtigde: mr. O.R. van Trikt,

2 de naamloze vennootschap

TRESTON INSURANCE COMPANY (ARUBA) N.V.,

gevestigd te Aruba,

gedaagde sub 2,

hierna ook te noemen: “Treston”,

gemachtigde: mr. O.R. van Trikt.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 7 maart 2014;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusies van dupliek.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden, staat tussen partijen onder meer het volgende vast:

2.1

E* heeft met ingang van 13 april 2011 bij Boogaard een verzekering ter dekking van wettelijke aansprakelijkheid en casco (hierna: de verzekering) afgesloten voor een auto van het merk/model Honda City, bouwjaar 2010, met kenteken A-16147 (hierna: de auto). Bij het aangaan van de verzekering trad op als agent RBTT Bank Aruba N.V. (thans “RBC Bank” en hierna te noemen: RBC), die een lening aan E* heeft verstrekt ter financiering van de auto. Op de kwitantie, tevens het verzekeringsbewijs, alsmede op het polisblad met nummer NTI13263 en de voorafgegane voorlopige dekking staan Boogaard als “Top-adviseurs in Assurantiën” en ondertekenaar, alsmede Treston als risicodrager vermeld.

2.2

Op het door E* ondertekende aanvraagformulier voor de verzekering staat achter “rijbewijs sinds” als antwoord “2010” vermeld en achter “rijbewijsnummer” als antwoord “00500410642” vermeld. Op het aanvraagformulier staat voor de ondertekening vermeld dat de verzekeringsovereenkomst zal zijn gebaseerd op de algemene verzekeringsvoorwaarden van Treston. E* heeft samen met het ondertekende aanvraagformulier een kopie van zijn Arubaanse cedula, alsmede zijn rijbewijs, met nummer 00500410642 en afgiftedatum 02/12/2010, en paspoort, de laatste twee afgegeven in de Dominicaanse Republiek, aan RBC verstrekt. RBC heeft het aanvraagformulier samen met (in ieder geval) een kopie van de cedula en het rijbewijs van E* aan Boogaard doen toekomen, waarna Treston dan wel Boogaard de verzekering heeft geaccepteerd.

2.3

Op het polisblad staat vermeld dat de polisvoorwaarden “Treston MOT 001” en “Treston OVI 001” van toepassing zijn. Voorts is (onder meer) een bankclausule opgenomen op het polisblad. Als toelichting op die bankclausule staat in de polis vermeld:

Behorende bij polisnummer NTI13263 ten name van E*.

Met ingang van 13-04-2011 zullen alle volgens deze polis uit hoofde van schade, aan de bij deze polis verzekerde interesten te verrichten uitkeringen geschieden tegen kwijting van RBTT Bank Aruba N.V.

Deze bepaling houdt op van kracht te zijn van het ogenblik af, waarop RBTT Bank N.V. heeft verklaard, dat zij bij de bij deze polis verzekerde interesten geen belang meer heeft.

2.4

De “Treston MOT 001” polisvoorwaarden vermelden (onder meer) Treston als Maatschappij met wie de verzekeringsovereenkomst wordt aangegaan. Voorts wordt in de polisvoorwaarden (onder meer) uitgesloten schade veroorzaakt door opzet of grove schuld (artikel 4.3 van de bijzondere verzekeringsvoorwaarden Treston MOT 001), alsmede schade veroorzaakt terwijl de feitelijke bestuurder van het motorrijtuig niet in het bezit is van een geldig of hoogstens 6 maanden verlopen, voor het motorrijtuig wettelijk voorgeschreven rijbewijs (artikel 4.7 van de bijzondere verzekeringsvoorwaarden Treston MOT 001).

2.5

Op 27 november 2011 is E*, als bestuurder van de auto, in een flauwe bocht de macht over het stuur verloren en met zijn auto tegen een verkeerslicht aangereden. Ter plaatse bevond zich een verkeersbord dat waarschuwde voor de bocht. Het politierapport dat is opgesteld naar aanleiding van het ongeval vermeldt: “(..) Gekomen bij de bocht ter hoogte van het Tamarijn resort, regelde de bestuurder zijn snelheid zodanig niet. Hierdoor verlies (lees: verloor) het (lees: de) bestuurder het (lees: de) macht over het stuur en botste tegen het verkeersbord en vervolgens tegen het (lees: de) mast van het verkeerslicht.” E* heeft op het schadeformulier vrij vertaald ingevuld dat het ongeval aan zijn eigen schuld te wijten was, doordat hij ongeveer 70 km/u had gereden en pas in de bocht was gaan remmen, waardoor hij de macht over het stuur was verloren.

2.6

E* heeft na het ongeval zijn (verlengde) Dominicaanse rijbewijs omgezet in een Arubaans rijbewijs. De afgiftedatum van het Arubaanse rijbewijs is 23 april 2013.

2.7

Bij brief van 3 oktober 2013 heeft Boogaard aan E* medegedeeld dat de schadeclaim van E* als gevolg van het ongeval is afgewezen omdat schade, veroorzaakt terwijl de feitelijke bestuurder van het motorrijtuig niet in het bezit is van een geldig voor het motorrijtuig wettelijk voorgeschreven rijbewijs, van de verzekering is uitgesloten op grond van hiervoor genoemde polisvoorwaarden.

2.8

Bij brief van 17 september 2013 heeft E* Boogaard gesommeerd om
(onder meer) de volgende bedragen aan E* te betalen:

- Afl. 19.005,88, zijnde de schade aan de auto,

- Afl. 10.800,00, zijnde de gematigde kosten van een vervangende auto.

Boogaard heeft aan de sommatie geen gehoor gegeven.

3 DE VORDERING

3.1

E* vordert, samengevat, dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat de claim van E* op zijn polis no. NTI13263, terzake het ongeval d.d. 27 november 2011 rechtsgeldig is ingesteld en Boogaard en Treston veroordeelt tot betaling van de bedragen Afl. 19.005,88 en Afl. 10.800,00 voornoemd, vermeerderd met twee jaar afschrijving van de waarde van de auto, zijnde een bedrag van Afl. 9.000,00, kosten en rente rechtens.

3.2

Boogaard en Treston voeren samengevat het volgende verweer. Boogaard is als gevolmachtigde tussenpersoon van Treston namens Treston de verzekeringsovereenkomst aangegaan. Boogaard is zelf geen partij geworden bij die overeenkomst en kan in rechte niet worden aangesproken ter zake van de schadeclaim. Ingevolge de toepasselijke bankenclausule dienen alle toe te wijzen schadepenningen aan RBC Bank betaald te worden en kunnen gedaagden niet veroordeeld worden om aan E* te betalen. Boogaard had van RBC verwacht dat zij E* erop attent zou maken dat hij voor verzekeringsdekking een in Aruba geldig rijbewijs nodig had, met name nu E* beschikte over een geldige cedula waarmee hij zijn rijbewijs voor of na acceptatie van de verzekering had kunnen omzetten naar een geldig Arubaans rijbewijs. Gedaagden stellen dat E* de polisvoorwaarden tegelijk met het polisblad heeft ontvangen. Op gedaagden rustte geen plicht om E* te waarschuwen voor de uitsluiting ten aanzien van het rijbewijs. Deze plicht rustte op RBC als assurantietussenpersoon. De fout van RBC komt voor rekening van E*, nu RBC door E* als hulppersoon werd ingeschakeld. Treston heeft dekking voorts kunnen weigeren omdat de aanrijding een gevolg is van grove schuld van E*. Het is hoogst waarschijnlijk dat E* met een snelheid hoger dan 70 km/u de bocht in is gereden. E* heeft zijn snelheid niet tijdig verlaagd en is met een te hoge snelheid de bocht ingereden. E* heeft verklaard dat het wegdek vochtig was. Bovendien stond er een waarschuwingsbord ter plaatse. E* wist althans behoorde te weten dat hij zijn vaart moest verminderen alvorens de bocht in te rijden. Er is in ieder geval sprake van merkelijk schuld, waardoor gedaagden een beroep toekomt op eigen schuld van E* ax artikel 343 jo. 360 Wetboek van Koophandel (hierna: WvK).

3.3

Op de stellingen van partijen zal in de beoordeling, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het verweer van Boogaard dat zij geen partij is geworden bij de verzekeringsovereenkomst en in rechte niet kan worden aangesproken ter uitkering van de schadeclaim van E* slaagt. De stelling van E* dat de verzekeringsovereenkomst met Boogaard tot stand is gekomen en dat hij niet op de hoogte werd gesteld dat Treston de contractspartij is, houdt geen stand. Aan de hand van de overgelegde documenten, namelijk de kwitantie tevens zijnde het verzekeringsbewijs, het polisblad en de polisvoorwaarden, en de onder de feiten weergegeven inhoud daarvan, is voldoende komen vast te staan dat Boogaard slechts als assuradeur de verzekering namens Treston is aangegaan en Treston als verzekeraar contractspartij van E* is geworden. De documenten vermelden voldoende duidelijk dat Boogaard als assuradeur is opgetreden en dat Treston de risicodrager en verzekeraar is. E* had dit ook zo moeten en kunnen begrijpen. De vordering jegens Boogaard wordt dan ook afgewezen.

4.2

E* heeft de in zijn inleidend verzoekschrift ingenomen stelling, inhoudende dat hij nooit de polisvoorwaarden heeft ontvangen, onvoldoende onderbouwd in het licht van het door Treston gevoerde verweer en E* heeft die stelling bij conclusie van repliek ook laten varen. In rechte is komen vast te staan dat de door Treston overgelegde polisvoorwaarden “Treston MOT 001” van toepassing zijn op de onderhavige verzekeringsovereenkomst. Het gerecht zal daar in het hiernavolgende dan ook vanuit gaan.

4.3

Treston heeft terecht een beroep gedaan op de bankenclausule die onderdeel uitmaakt van de verzekeringsovereenkomst. Deze bankenclausule betreft een derdenbeding op grond waarvan Treston gehouden is eventuele schade-uitkeringen uit hoofde van de polis aan RBC te voldoen, zolang RBC niet te kennen heeft gegeven geen belang meer te hebben bij het beding. Het enkele feit dat E*, zoals hij onweersproken heeft gesteld, al die tijd zijn lening aan RBC is blijven betalen maakt dit niet anders. Gesteld noch gebleken is dat RBC heeft verklaard geen belang meer te hebben bij de bankenclausule, zodat Treston zich er terecht op heeft beroepen dat zij niet bevrijdend kan betalen aan E* en zij ook niet veroordeeld kan worden om een schadebedrag aan E* uit te betalen. Dit bekent dat de gevorderde veroordeling tot betaling van schadebedragen aan E* afgewezen dient te worden. Evenwel laat de bankenclausule onverlet dat E* een verklaring voor recht kan vorderen, zodat het gerecht in zoverre wel aan een verdere inhoudelijke beoordeling van de zaak toekomt. Het gerecht begrijpt de vordering ter zake aldus dat E* vordert dat voor recht wordt verklaard dat zijn claim onder de polis (met nr. NTI13263) ter zake van het ongeval d.d. 27 november 2011 tot het totaal gevorderde bedrag (Afl. 38.805,88) gegrond is. E* heeft voldoende belang bij een dergelijke vaststelling, omdat hij zich in geval van toewijzing daarmee tot RBC en Treston kan wenden ter verdere afwikkeling van zijn claim. Het gerecht zal de vordering in zoverre thans verder dienen te beoordelen.

4.4

Treston heeft zich ter afweer van de vordering op twee uitsluitingen in de polisvoorwaarden beroepen.

4.5

Als eerste stelt Treston dat zij niet gehouden is tot uitkering, omdat de uitsluiting als bedoeld in artikel 4.7 van de bijzondere verzekeringsvoorwaarden Treston MOT 001 van toepassing is, doordat de schade is veroorzaakt terwijl E* als feitelijke bestuurder van de auto niet in het bezit was van een geldig, wettelijk voorgeschreven rijbewijs.

4.6

E* heeft betwist dat hij niet over een geldig rijbewijs beschikte. Dit verweer kan niet slagen, aangezien vast is komen te staan dat hij slechts in het bezit was van een rijbewijs afgegeven in de Dominicaanse Repubiek, terwijl artikel 10 lid 1 van de Landsverordening wegverkeer ten tijde van het ongeval voorschreef, en overigens thans nog steeds voorschrijft, dat het de in Aruba ingezeten bestuurder van een motorvoertuig verboden is daarmee over een weg te rijden, tenzij hij bij zich heeft een door de Minister van Justitie van Aruba afgegeven geldig rijbewijs voor het besturen van een motorvoertuig als waarmee gereden wordt. Van een geldig, wettig rijbewijs is dus pas sprake indien het rijbewijs in Aruba door voornoemde minister is afgegeven.

4.7

De vraag is echter of Treston in casu met vrucht een beroep kan doen op deze uitsluiting. Het gerecht beantwoordt die vraag ontkennend en licht dit als volgt toe. Treston heeft erkend dat Boogaard voorafgaande aan het accepteren van de verzekering tegelijk met het ingevulde aanvraagformulier een kopie van het rijbewijs van E* heeft ontvangen. Boogaard heeft vervolgens zonder enige opmerking of voorbehoud de verzekering namens Treston geaccepteerd. Indien het Dominicaanse rijbewijs van E*, bij het uitblijven van een omzetting naar een geldig Arubaans rijbewijs, niet acceptabel was voor Treston, had Treston dan wel Boogaard namens Treston dit aan E* behoren mede te delen. Treston heeft wel aangevoerd dat RBC als assurantietussenpersoon haar zorgverplichting heeft geschonden door Buton niet te informeren over de uitsluiting en eisen die gesteld werden aan het rijbewijs en dat dit voor risico van E* dient te komen, maar het gerecht volgt Treston daar niet in. Om een geslaagd beroep te kunnen doen op de uitsluitingsclausule, had Treston, al dan niet door tussenkomst van Boogaard, als verzekeraar een eigen zorgplicht jegens E* als particulier om hem vooraf te informen, dat het rijbewijs voor Treston niet acceptabel was om dekking te kunnen verlenen, nu Boogaard voorafgaande aan de acceptatie van de verzekering een kopie van het rijbewijs toegezonden heeft gekregen. Bij het uitblijven van een dergelijke mededeling mocht E*, die openheid van zaken had gegeven door de verstrekking van een kopie van zijn Dominicaanse rijbewijs, er in de gegeven omstandigheden op vertrouwen dat zijn rijbewjis voldeed. Het gerecht deelt niet het standpunt van Treston dat het E* zonder die mededeling duidelijk had moeten zijn dat zijn rijbewijs niet voldeed om dekking te verkrijgen, te minder daar E*, zoals Treston zelf heeft aangevoerd, zijn rijbewijs op elk moment kon omzetten naar aan Arubaans rijbewijs en dus aan zijn rijvaardigheid niet getwijfeld werd door de bevoegde autoriteit.

4.8

Treston heeft voorts een beroep gedaan op de uitsluiting als bedoeld in arikel 4.3 van de bijzondere verzekeringsvoorwaarden Treston MOT 001, omdat de schade volgens Treston is veroorzaakt door grove schuld van de verzekerde, waarbij Treston heeft gesteld dat onder grove schuld dient te worden verstaan een in laakbaar aan opzet grenzende schuld. Treston heeft tenslotte nog aangevoerd dat er sprake is geweest van eigen schuld in de zin van artikel 343 Wetboek van Koophandel (WvK), omdat er in ieder geval sprake is geweest van merkelijke schuld in de zin van artikel 360 WvK, op grond waarvan dekking van de schade eveneens geweigerd kan worden.

4.9

In het midden kan blijven of Treston zich tardief heeft beroepen op uitsluiting wegens “schuld” van E*, nu het gerecht van oordeel is dat Treston op inhoudelijke gronden geen beroep op deze bepaling toekomt. Ter toelichting dient het volgende.

4.10

Naar het oordeel van het gerecht heeft E* terecht bestreden dat er sprake is geweest van grove schuld. Vast is komen te staan dat E* de macht over het stuur is verloren door de bocht met een te grote snelheid te nemen en te laat te remmen. Daarmee is echter niet komen vast te staan dat E* door niet tijdig zijn snelheid te verminderen de aanmerkelijke kans op een ongeval heeft aanvaard. Dat E* met een hogere snelheid dan 70 km/u heeft gereden is niet komen vast te staan. Evenmin zijn andere feiten en omstandigheden komen vast te staan op grond waarvan geconcludeerd kan wordend dat er sprake is geweest van grove of merkelijke schuld aan de zijde van E*. Uit het politierapport en het door E* ingevulde schadeformulier komt eerder het beeld naar voren dat het ongeval het gevolg is van een moment van onbedachtzaamheid, hetgeen niet voldoende is om grove schuld aan te nemen en dekking op die grond te weigeren.

4.11

Het beroep op merkelijke schuld wordt eveneens verworpen, nu de onderliggende bepaling, artikel 360 WvK uitsluitend geldt voor brandverzekeringen, waarvan in casu geen sprake is geweest. Treston heeft voorts niet, dan wel onvoldoende onderbouwd gesteld dat dekking geweigerd kan worden met een beroep op uitsluitend eigen schuld in de zin van artikel 343 WvK, te minder daar E* een zogeheten allrisk (casco) verzekering had afgesloten.

4.12

Nu Treston zich niet met succes kan beroepen op een uitsluiting en Treston de hoogte van de schadeclaim van E* verder niet heeft weersproken, is de gevorderde verklaring voor recht, zoals door het gerecht hiervoor opgevat, toewijsbaar. E* zal zich daarmee tot RBC kunnen wenden om tot een verdere afwikkeling van zijn schadeclaim te geraken.

4.13

Treston zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de door E* gemaakte proceskosten worden veroordeeld, waarbij het gemachtigdensalarias wordt begroot op Afl. 1.800,00 (2 punten bij tarief 5).

4.14

E* zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de door Boogaard gemaakte proceskosten worden veroordeeld, welke afzonderlijk worden begroot op nihil, nu Boogaard en Treston gezamenlijk hebben geprocedeerd.

5 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, recht doende:

5.1

wijst de vordering voor zover die is ingesteld tegen Boogaard af;

5.2

verklaart voor recht dat de schadeclaim van E* onder de polisnummer NTI13263 ter zake van het ongeval d.d. 27 november 2011 tot een totaalbedrag ad Afl. 38.805,88 jegens Treston gegrond is;

5.3

veroordeelt Treston in de proceskosten, aan de zijde van E* tot op heden begroot op Afl. 750,00 aan griffierechten, Afl. 176,00 aan deurwaarderskosten en Afl. 1.800,00 aan gemachtigdensalaris;

5.4

veroordeelt E* in de proceskosten aan de zijde van Boogaard tot op heden begroot op nihil;

5.5

verklaart de onder 5.3 uitgesproken proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.6

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr M. Schoemaker, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2015 in aanwezigheid van de griffier.