Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:153

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
06-07-2015
Zaaknummer
A.R. no. 3063 van 2013
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Studiefinanciering- vordering- buitengerechtelijke incassokosten- wettelijke rente

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 1 juli 2015

Behorend bij A.R. no. 3063 van 2013

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon,

DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs,

zetelend te Nederland,

eiseres,

hierna ook te noemen: DUO,

gemachtigde: mr. M.W.A. van der Gulik,

tegen:

G*,

wonende te Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: G*,

gemachtigde: mr. E.E. Rosenstand.

1. DE PROCEDURE

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 14 november 2013,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek,

- de akte uitlating producties.

1.2 Vervolgens is vonnis nader bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

G* heeft vanaf september 1997 studiefinanciering ontvangen van DUO tot en met augustus 2001.

3 DE VORDERING

3.1

DUO vordert, na vermeerdering van eis, dat het gerecht bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, G* veroordeelt om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te voldoen:

- het bedrag van € 6.994,29, zijnde de hoofdsom inclusief incassokosten ad € 780,69 en rente berekend tot en met 18 oktober 2013 ad € 1.009,02, nog te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 5.204,58 te berekenen vanaf 21 oktober 2013, alsmede,

- het bedrag van € 873,84, vermeerderd met incassokosten ad € 131,08 en rente berekend tot en met 29 april 2014 ad € 53,27, nog te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 873,84 te berekenen vanaf 29 april 2014,

een en ander met veroordeling van G* in de kosten van het geding.

3.2

De vordering van DUO heeft betrekking op de volgende maandtermijnen:

- mei 2006 t/m januari 2007 en april 2007 t/m juni 2008 ad Afl. 1.899,60

- juli 2008 t/m december 2008 ad Afl. 472,14

- januari 2009 t/m december 2011 ad Afl. 2.832,84

- januari 2012 t/m december 2012 ad Afl. 873,84

DUO heeft de onderliggende Berichten Terugbetaling in het geding gebracht. Voorts heeft DUO (onder meer) diverse aanmaningsbrieven over de jaren 2007 t/m 2013 in het geding gebracht.

3.3

G* voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van DUO in de proceskosten. G* betwist het gevorderde bedrag verschuldigd te zijn. Uit hoofde van een vonnis van 12 november 2008 tussen partijen gewezen, is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de werkgever van G*. De vordering uit hoofde van dit vonnis is geheel voldaan. De vordering in de onderhavige zaak dient verminderd te worden met hetgeen ingevolge het vonnis van 12 november 2008 teveel middels beslaglegging is ingehouden.

3.4

Op de stellingen van partijen zal in de beoordeling, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

DUO heeft, mede aan de hand van de in het geding gebrachte Berichten Terugbetaling, voldoende inzichtelijk gemaakt hoe de hoofdsommen zijn opgebouwd en wat G* verschuldigd is, terwijl G* geen voldoende gemotiveerd inhoudelijk verweer heeft gevoerd. DUO heeft betwist dat zij het vonnis van 12 november 2008 tussen partijen gewezen ten uitvoer heeft gelegd. Nu G* daarover verder ook niets heeft gesteld, gaat het gerecht voorbij aan de stellingen van G* met betrekking tot de beslaglegging ingevolge dat vonnis. De gevorderde hoofdsommen liggen voor toewijzing gereed.

4.2

DUO heeft zich beroepen op artikel 6.8 Wet op de Studiefinanciering 2000 (WSF 2000) voor wat betreft het verschuldigd zijn van rente. Tegen de berekening van de rente is geen verweer gevoerd. Dit deel van de vordering wordt eveneens toegewezen, waarbij de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 873,84 wordt toegewezen vanaf 30 april 2014.

4.3

DUO heeft voorts incassokosten ter hoogte van 15% van de hoofdsom gevorderd en verwezen naar artikel 8.3 van de WSF 2000. Tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten is geen verweer gevoerd. Dit deel van de vordering wordt eveneens toegewezen.

4.4

Als de in het ongelijk te stellen partij dient G* veroordeeld te worden in de proceskosten aan de zijde van DUO gevallen, welke kosten worden begroot op Afl. 750,00 aan griffiegeld, Afl. 222,00 aan oproepingskosten en Afl. 2.250,00 (2,5 punt bij tarief 5) aan gemachtigdensalaris.

5 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, recht doende:

5.1

veroordeelt G* om tegen behoorlijk kwijting aan DUO te betalen het bedrag van € 6.994,29, inclusief buitengerechtelijke incassokosten en rente tot en met 18 oktober 2013, en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.204,58 vanaf 21 oktober 2013 tot en met de dag van algehele voldoening;

5.2

veroordeelt G* om tegen behoorlijk kwijting aan DUO te betalen het bedrag van € 873,84, alsmede € 131,08 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 53,27 aan rente tot en met 29 april 2014, en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 873,84 vanaf 30 april 2014 tot en met de dag van algehele voldoening;

5.3

veroordeelt G* in de proceskosten gevallen aan de zijde van DUO en te begroten op een bedrag van Afl. 750,00 aan griffiegeld, een bedrag van Afl. 222,00 aan oproepingskosten en een bedrag van Afl. 2.250,00 aan gemachtigdensalaris;

5.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2015 in aanwezigheid van de griffier.