Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:149

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
06-07-2015
Zaaknummer
BB no. 2168 van 2012
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, gerecht onbevoegd om van de zaak kennis te nemen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 1 juli 2015

Behorend bij BB no. 2168 van 2012

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ADVOCATENKANTOOR MR. M.H.J. ARENDS-KOCK N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres,

gemachtigden: mrs. M.H.J. Kock en D.C. Lopez Paz,

tegen:

A,

wonende in Aruba,

gedaagde,

gemachtigde: mr. G. de Hoogd.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 20 juli 2012;

- het verweerschrift;

- de beschikking van 8 oktober 2012, waarbij is bepaald dat de procedure op tegenspraak zal worden voortgezet;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Eiseres heeft werkzaamheden voor gedaagde verricht, voor welke werkzaamheden zij een tweetal facturen heeft verzonden voor de volgende bedragen: Afl. 2.255,00 en Afl. 2.141,25. Gedaagde heeft die facturen onbetaald gelaten.

2.2

Eiseres heeft eerst een aantal herinneringen gestuurd, waarna zij gedaagde bij brief van 12 juli 2012 heeft gesommeerd om tot betaling van Afl. 5.841.99, zijnde het openstaande saldo van de openstaande facturen vermeerderd met contractuele rente, over te gaan.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres vordert dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis gedaagde veroordeelt om aan eiseres te betalen het bedrag van Afl. 5.079,99, te vermeerderen met 1% contractuele rente per maand vanaf 21 juli 2012 en Afl. 762,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

3.2

Gedaagde voert verweer. Gedaagde heeft bij verweerschrift betwist het gevorderde bedrag verschuldigd te zijn. Zij heeft gesteld dat zij meerdere malen om een specificatie heeft gevraagd, maar dat die is uitgebleven. Zij heeft voorts gesteld dat de procedure thuis hoort bij de Raad van Toezicht en dat eiseres daarom niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.

3.3

Eiseres heeft bij conclusie van repliek gesteld dat de Raad van Toezicht bij beschikking van 1 juli 2014 de onderhavige declaraties heeft goedgekeurd en gedaagde heeft bevolen de declaraties te betalen. De betreffende beschikking is in het geding gebracht. Eiseres heeft verzocht om gedaagde in de proceskosten te veroordelen.

3.4

Bij conclusie van dupliek heeft gedaagde gesteld dat zij zich zal neerleggen bij de beschikking van de Raad van Toezicht. Zij heeft voorts gesteld onnodig door eiseres in rechte te zijn betrokken en op kosten te zijn gejaagd.

3.5

Op de stellingen van partijen zal in het hiernavolgende, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

Ingevolge artikel 34 van de Advocatenlandsverordening 1959 is de Raad van Toezicht bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van een geschil omtrent de hoogte van een advocatendeclaratie. Eiseres heeft gedaagde dan ook ten onrechte in deze procedure betrokken. Eiseres had zich meteen tot de Raad van Toezicht kunnen en behoren te wenden. De Raad van Toezicht heeft inmiddels ook beschikt en een bevel tot betaling afgegeven. Het gerecht is dan ook onbevoegd om van de zaak kennis te nemen.

4.2

Eiseres dient veroordeeld te worden in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van gedaagde. Die kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 800,00 aan gemachtigdensalaris (2 punten bij tarief 3 van het toepasselijke liquidatietarief).

5 DE BESLISSING

het Gerecht:

verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen.

veroordeelt eiseres in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van gedaagde, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 800,00 aan gemachtigdensalaris;

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2015 in aanwezigheid van de griffier.