Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:125

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
03-07-2015
Zaaknummer
EJ nr. 3149 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

arbeid - doorbetaling loon

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1235
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 1 juli 2015

Behorend bij EJ nr. 3149 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te Aruba,

VERZOEKER,

hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. P.A.J. van der Biezen,

tegen:

de naamloze vennootschap

ASSOCIATED TRANSPORT COMPANY OF ARUBA N.V., h.o.d.n. ATCO/ECOTECH ,

gevestigd te Aruba,

GEREKESTREERDE,

hierna ook te noemen: Atco,

gemachtigde: de advocaat mr. P.R.C Brown.

1 HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Dit verloop blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 19 december 2014;

- het verweerschrift, ingediend op 17 februari 2015;

- een brief van 26 februari 2015 van de zijde van [verzoeker], houdende producties;

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 3 maart 2015, waaruit blijkt dat partijen zijn verschenen bijgestaan door hun gemachtigden.

De beschikking is nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Op 1 maart 2006 is [verzoeker] in dienst getreden bij Atco als driver.

2.2

In 2010 is Atco ontbonden en ter ziele gegaan. [verzoeker] is toen overgeplaatst naar een andere vennootschap, te weten Ecotech Aruba N.V.. Daarover is met de werknemers van Atco gecommuniceerd en het blijkt uit de maandelijkse salarisstrookjes.

2.3

Op 12 mei 2104 is [verzoeker] op staande voet ontslagen door Ecotech Aruba N.V. (hierna te noemen: Ecotech). In de ontslagbrief van 12 mei 2014 staat onder meer aangegeven dat het ontslag te maken heeft met hetgeen op 10 mei was voorgevallen, in relatie tot eerdere waarschuwingen van 5 september 2013 en 30 december 2103.

2.4

Bij schrijven van 19 augustus 2014 gericht aan Ecotech heeft de gemachtigde van [verzoeker] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen, waarbij de vertragingsrente en de wettelijke rente zijn aangezegd.

2.5

Per 1 oktober 2014 is [verzoeker] in dienst getreden bij een andere werkgever.

2.6

Bij beschikking van 6 januari 2015 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba het verzoek van [verzoeker] tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met Ecotech niet-ontvankelijk verklaard.

3 HET VERZOEK EN DE BEOORDELING DAARVAN

3.1 [

verzoeker] heeft het gerecht verzocht om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het gegeven ontslag op staande voet nietig te verklaren en te bepalen dat Atco het loon van [verzoeker] zal door betalen vanaf 1 mei 2014 tot aan de dag der rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met de vertragingsrente en de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van Atco in de kosten van het geding.

3.2

Er is verweer gevoerd en verzocht is dat het gerecht [verzoeker] niet-ontvankelijk zal verklaren althans dat de vorderingen van [verzoeker] worden afgewezen, dan wel dat een eventuele loondoorbetalingsverplichting wordt gematigd, met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure.

3.2

Als eerste is aangevoerd dat de verkeerde rechtspersoon is opgeroepen. [verzoeker], voorheen in dienst bij Atco is in 2010 door een reorganisatie overgeplaatst naar Ecotech. [verzoeker] en zijn raadsman wisten dit omdat dit indertijd aan [verzoeker] bekend is gemaakt en hadden dit ook kunnen weten, omdat een en ander op de mondelinge behandeling van het ontbindingsverzoek in december 2014 uitgebreid aan de orde is gekomen. Deze omissie van [verzoeker] moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van [verzoeker], aldus Atco.

3.2.1 [

verzoeker] heeft hiertegen, kort gezegd, aangevoerd dat Atco kon begrijpen dat Ecotech bedoeld werd.

3.3

Vastgesteld wordt dat Associated Transport Company of Aruba N.V. ( Atco dus) verweer heeft gevoerd in de zaak van [verzoeker] tegen Atco. Opmerkelijk aangezien Atco niet meer bestaat, volgens Atco zelf.

Had Atco geen verweer gevoerd, bijvoorbeeld omdat zij niet meer bestaat, dan was het gevolg geweest dat Atco niet verschenen was in de procedure hetgeen tot een beschikking zou hebben geleid die voor [verzoeker] niet te executeren zou zijn geweest, nu Atco niet bestaat. Waarom er voor gekozen is verweer te voeren namens een niet bestaande partij is niet duidelijk geworden. Er wordt van uit gegaan dat er voor gekozen is verweer te voeren met als doel dat recht kan worden gedaan aan de situatie.

3.3.1

Dat laatste valt op zich te prijzen maar leidt tot de nodige problemen. Beide partijen zijn immers verschenen en hebben inhoudelijk gereageerd op stellingen van elkaar. Daarbij heeft Atco NIET namens Ecotech verweer gevoerd. Er zal daarom een beschikking worden gewezen over de zaak die [verzoeker] heeft aangespannen tegen Atco

3.4

Verder heeft Atco aangevoerd dat [verzoeker] zich niet aan zijn substantieeringsplicht ex artikel 18c Wetboek van Rechtsvordering heeft gehouden, waardoor Atco in haar belangen wordt geschaad en hetgeen tot niet–ontvankelijkheid van [verzoeker] in zijn vorderingen moet leiden. Dat verweer wordt verworpen. De stellingen van partijen zijn voor partijen duidelijk genoeg.

3.5

Voor wat betreft de zaak zelf wordt overwogen dat [verzoeker] heeft aangevoerd op staande voet ontslagen te zijn door Atco. Daarvan is echter niet gebleken. Het was immers Ecotech die [verzoeker] heeft ontslagen. [verzoeker] wist dat hij was ontslagen door Ecotech. Zijn gemachtigde heeft per brief immers de nietigheid van het ontslag ingeroepen jegens Ecotech, niet Atco.

3.4

Nu niet is gebleken van het gestelde ontslag op staande voet door Atco gegeven, wordt het verzoek afgewezen.

3.5

Er wordt aanleiding gezien de proceskosten te compenseren

4 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, rechtdoende:

4.1

wijst het verzochte af;

4.2

compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Mol, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op woensdag 1 juli 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.