Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:124

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
02-07-2015
Zaaknummer
EJ nr. 3103 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

arbeid - doorbetaling loon

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1250
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 1 juli 2015

Behorend bij EJ nr. 3103 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te Aruba,

VERZOEKER,

hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie,

tegen:

de naamloze vennootschap

DIVI PHOENIX N.V.,

gevestigd te Aruba,

GEREKESTREERDE,

hierna ook te noemen: Divi,

gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios.

1 HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Dit verloop blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 15 december 2014;

- het verweerschrift, ingediend op 10 februari 2015;

- een brief en een faxbericht van 26 februari 2015 van de zijde van Divi, houdende producties;

- een faxbericht van 26 februari 2015 van de zijde van [verzoeker], houdende producties;

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 3 maart 2015, waaruit blijkt dat partijen zijn verschenen bijgestaan door hun gemachtigden.

De beschikking is nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1 [

verzoeker] is in dienst getreden bij Divi als bartender.

2.2

Bij brief van 11 oktober 2013 werd [verzoeker] per diezelfde dag op staande voet ontslagen door Divi.

Als reden voor het gegeven ontslag op staande voet is opgegeven:

“Fraudulent Transactions made with Restaurant guest checks, unauthorized transfers of checks to other staff members and stealing company funds”.

2.3

Bij schrijven van 29 oktober 2013 heeft de gemachtigde van [verzoeker] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen, waarbij de vertragingsrente en de wettelijke rente zijn aangezegd en waarbij [verzoeker] zich beschikbaar heeft gehouden de bedongen arbeid te verrichten.

2.4

Bij vonnis in kort geding van 19 december 2013 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba beslist dat de vordering van [verzoeker] tot toelating op het werk en loon door betaling wordt afgewezen. Op 8 januari 2014 is tegen dat vonnis hoger beroep aangetekend.

2.5

Bij beschikking van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba d.d. 25 maart 2014 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 25 maart 2014 ontbonden, voor zover zou komen vast te staan dat die arbeidsovereenkomst nog bestaat. Aan [verzoeker] werd geen (ontbindings)vergoeding toegekend.

2.6

Bij beschikking van 22 april 2014 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba de vordering tot doorbetaling loon van [collega] (hierna: [collega]) tegen Divi afgewezen.

3 HET VERZOEK EN DE BEOORDELING DAARVAN

3.1 [

verzoeker] heeft het gerecht verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat de beëindiging dan wel de opzegging van de arbeidsovereenkomst nietig is;

en om Divi te veroordelen om aan [verzoeker] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen het aan hem toekomende loon vanaf 11 oktober 2013 tot aan de dag der rechtsgeldige beëindiging en vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;

En om Divi te veroordelen aan [verzoeker] te betalen een bedrag van $ 14.300,- aan schadevergoeding wegens het niet ontvangen van fooien vermeerderd met de wettelijke rente,

kosten rechtens.

3.2

Divi heeft geconcludeerd dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard dan wel dat zijn vordering moet worden afgewezen, met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure.

3.3

Aangevoerd is dat Divi niet heeft voldaan aan haar “mededelingseis”. Het was [verzoeker] niet duidelijk waarom hij werd ontslagen op staande voet. Aangevoerd is voorts dat [verzoeker] niet in de gelegenheid is gesteld zijn visie op de feiten te geven waardoor Divi onzorgvuldig heeft gehandeld. Dan is aangevoerd dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en tot slot wordt ontkend dat er sprake is van een dringende reden en is gewezen op de verregaande gevolgen van het ontslag op het privé leven van [verzoeker].

3.4

De stellingen van [verzoeker] aangaande het niet voldaan zijn aan “de mededeling eis” en het niet onverwijld aangezegd zijn worden verworpen. De ontslagbrief is naar het oordeel van het gerecht helder en gedetailleerd genoeg. Ook is het ontslag op staande voet “onverwijld” medegedeeld. Het gegeven dat men eerder van onregelmatigheden bij Divi op de hoogte was en pas later [verzoeker] heeft ontslagen doet daar niet aan af. Het is de plicht van Divi om onderzoek te verrichten alvorens men maatregelen als een ontslag op staande voet neemt. Dat daarmee enige tijd gepaard gaat is normaal. Overigens is daarmee gebleken dat er nu juist wel zorgvuldig is gehandeld door Divi. Met [verzoeker] is, blijkens de overlegde correspondentie, over hetgeen ontdekt is gesproken voorafgaande aan het ontslag. De stelling van [verzoeker] dat hij zich niet over de “feiten” heeft kunnen uitlaten is derhalve niet onderbouwd.

3.4.1 [

verzoeker] heeft al hetgeen Divi aan feiten heeft aangevoerd en onderbouwd in de verschillende procedures tussen partijen en ook in deze procedure ontkend. Met die blote ontkenning kan hij evenwel niet weg komen. In de diverse procedures die er ten overstaan van dit gerecht en ten overstaan van de diverse rechters van dit gerecht zijn gevoerd zijn feiten vastgesteld die met name de werkwijze en de frauduleuze handelingen van [verzoeker] (en [collega]) betreffen. Hetgeen nu door [verzoeker] wordt aangevoerd werpt geen ander licht op de in die zaken vastgestelde feiten. Behalve een stelselmatige ontkenning en de stelling dat Divi allerhande feiten nog zou moeten bewijzen, wordt ook niets aangevoerd wat een ander licht zou kunnen werpen. Wat vooral ontbreekt is een toelichting op hetgeen op de getoonde en nadien als feiten vastgestelde beschreven camera beelden aan handelingen wordt getoond vanuit de zienswijze van [verzoeker]. Gedacht kan daarbij worden aan het feit dat op de overlegde en ter zitting van 3 maart 2015 wederom beken videobeelden te zien is dat [verzoeker] samen met [collega] verschillende handelingen uitvoeren achter de kassa, terwijl [verzoeker] die dag geen dienst had als cashier en het hem niet was toegestaan de kassa te bedienen.

3.5

Hetgeen door Divi is aangevoerd en aan feiten is aangeleverd bij wijze van verweer in onderhavige zaak, levert voldoende onderbouwing op van een dringende reden voor het ontslag op staande voet. De verzoeken van [verzoeker] moeten daarom worden afgewezen.

3.6

Als de meest in het ongelijk te stellen partij moet [verzoeker] in de proceskosten, gevallen aan de zijde van Divi en te begroten op het salaris van de gemachtigde, worden veroordeeld.

4 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, rechtdoende:

4.1

wijst het verzochte af;

4.2

bepaalt dat [verzoeker] de proceskosten, gevallen aan de zijde van Divi en te begroten op een bedrag van Afl. 1.800,- aan salaris gemachtigde, moet voldoen.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Mol, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op woensdag 1 juli 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.