Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:114

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-06-2015
Datum publicatie
26-06-2015
Zaaknummer
E.J. 3041 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeid - doorbetaling loon - verzoek afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1216
AR-Updates.nl 2015-0596
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 23 juni 2015

Behorend bij E.J. 3041 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te Aruba,

verzoekster, hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen:

de naamloze vennootschap

MIPOS N.V.,

gevestigd te Aruba,

hierna ook te noemen: Mipos,

procederend in de persoon van mevrouw [A].

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de behandeling ter zitting van 12 mei 2015 en de daarvan gemaakte aantekeningen.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

verzoeker] is op 21 november 2013 in dienst getreden bij Mipos in de functie van administratief medewerkster/receptioniste.

2.2

Op 23 juni 2014 is de dienstbetrekking beëindigd.

2.3

Bij brief van 25 juni 408 bericht Mipos [verzoeker] onder meer als volgt:

Beste [verzoeker],

Naar aanleiding van ons gesprek afgelopen maandag 23 juni j.l. bevestigen wij je hierbij dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd per 1 juli 2014.

Zoals afgesproken betalen wij de hele maand juni nog aan je uit, met in achtneming van de te veel vrije dagen die je hebt opgenomen het laatste half jaar. Dit wordt gezien als compensatie voor je plotselinge vertrek.’

2.4

Mipos heeft op 25 juni 2014 tevens een positieve schriftelijke referentie ten behoeve van [verzoeker] opgesteld.

2.5

Mipos heeft een brief d.d. 27 maart 2015 overgelegd van [B], een vriendin/bekende van mevrouw [A]. Zij schrijft onder meer:

De bewuste week van haar werk beëindiging was [verzoeker] alles zat en zei tegen mij dat ze eigenlijk liever in de Horeca werkte of op een boot en dat ze er niet langer tegen kon. Ze stond herhaaldelijk in tranen in de zaak en riep mij dan weer. Ze heeft zelfs de zaak dicht gegooid en zat achter in het warenhuis in tranen en zei: ‘Ik kan het niet meer’.

[…]

Het verbaasde mij dan ook niets dat [A] (mevrouw A) mij de week erop vertelde dat [verzoeker] had gekozen om per direct te stoppen in plaats van nog een maand door te werken zoals [A] haar aangeboden had. [verzoeker] had mij al gezegd dat ze graag vrij wilde die week voor het WK voetbal en bezoek van oma.

Ze heeft er bewust voor gekozen om per direct op te stappen, omdat dat erg goed uitkwam…

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

Verzoeker] verzoekt bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad Mipos primair te veroordelen tot betaling van haar salaris tot de dag waarop het dienstverband tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd. Subsidiair verzoekt [verzoeker] Mipos te veroordelen aan haar een schadevergoeding te betalen gelijk aan 6 maanden salaris en/of een schadeloosstelling, een en ander vermeerderd met de wettelijke en de vertragingsrente en veroordeling van Mipos in de kosten van de procedure.

3.2 [

verzoeker] baseert haar verzoek - kort samengevat - op het volgende.

Op 23 juni 2014 is [verzoeker] op staande voet ontslagen, zonder dat hiervoor een dringende reden bestond. Door deze handelwijze heeft Mipos niet als goed werkgeefster gehandeld.

3.3

Mipos voert hiertegen - samengevat - het volgende verweer.

[verzoeker] is niet op staande voet ontslagen. Aan haar is op 23 juni 2014 de keuze voorgelegd in te stemmen met de beëindiging van het dienstverband met een maand opzegtermijn dan wel een beëindiging per direct, met doorbetaling van haar salaris tot het einde van de maand en met kwijting van 13 te veel opgenomen vakantiedagen. In goed overleg is besloten om het dienstverband per direct te beëindigen, het salaris uit te betalen tot het einde van de maand en de te veel opgenomen vakantiedagen kwijt te schelden.

4 DE BEOORDELING

4.1

Partijen debatteren op de eerste plaats over de vraag of [verzoeker] op 23 juni 2014 door Mipos op staande voet is ontslagen. Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet is vereist dat de werknemer de werkgever een dringende reden heeft gegeven.

4.2

Mipos heeft onweersproken gesteld dat zij ontevreden was over [verzoeker] en dat zij op 20 juni 2014 telefonisch contact heeft gezocht met Directie Arbeidszaken om advies te krijgen over de wijze waarop zij het dienstverband met [verzoeker] kon beëindigen. Op basis hiervan heeft zij [verzoeker] de keuze geboden om direct te stoppen of na in achtneming van een maand opzegtermijn. Volgens Mipos heeft [verzoeker] gekozen om direct te stoppen, omdat [verzoeker] kon beginnen bij een nachtclub. Mipos heeft [verzoeker] hierop voorgesteld om die middag langs te komen, omdat zij ‘de papieren in orde moest maken’. Uit deze geschetste en verder niet weersproken gang van zaken volgt dat [verzoeker] niet op staande voet is ontslagen. Dit heeft tot gevolg dat het primaire verzoek afgewezen wordt.

4.3

Voor zo ver het ontslag niet nietig is, stelt [verzoeker] dat het kennelijk onredelijk is. Indien een der partijen de dienstbetrekking al of niet met inachtneming van de voor de beëindiging geldende bepalingen kennelijk onredelijk doet eindigen, kan de rechter ingevolge artikel 7A:1615s BW aan de wederpartij naar billijkheid een schadevergoeding toekennen. Beëindiging van de dienstbetrekking door de werkgever zal onder andere kennelijk onredelijk geacht kunnen worden, wanneer deze geschiedt zonder opgave van redenen of onder opgave van een valse reden en wanneer, mede in aanmerking genomen de voor de werknemer getroffen voorzieningen en de voor hem bestaande mogelijkheden om ander passend werk te vinden, de gevolgen van de beëindiging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij die beëindiging.

4.4

Ter beantwoording van de vraag of het ontslag op de voet van art. 7A:1615s BW kennelijk onredelijk is, dienen alle omstandigheden ten tijde van het ontslag in aanmerking te worden genomen. De enkele omstandigheid dat de werknemer zonder toekenning van een vergoeding is ontslagen, levert in het algemeen geen grond op voor een vordering als bedoeld in art. 7A:1615 lid 1BW. In een dergelijk geval moet voor het aannemen van kennelijke onredelijkheid sprake zijn van bijzondere omstandigheden die meebrengen dat de nadelige gevolgen van de beëindiging geheel of ten dele voor rekening van de werkgever dienen te komen.

4.5

De werknemer die zich op de kennelijk onredelijkheid van het ontslag beroept zal feiten dienen te stellen en zo nodig dienen te bewijzen, die deze stelling rechtvaardigen. Hoewel [verzoeker] niet expliciteert op welke grond het ontslag volgens haar kennelijk onredelijk is, begrijpt het gerecht dat het gaat om het ‘gevolgencriterium’. [Verzoeker] heeft evenwel géén feiten gesteld die betrekking hebben op de kennelijk onredelijkheid van het ontslag, nu zij slechts stelt dat de dringende reden ontbreekt en de door Mipos geboden opties in strijd met de wet respectievelijk de redelijkheid en billijkheid waren. Afgezien van de vraag met welke wet de opties strijdig zouden zijn, vermag het gerecht evenmin in te zien waarom de geboden opties in strijd met de redelijkheid en billijkheid zouden zijn. Partijen kunnen immers in onderling overleg komen tot afspraken met betrekking tot de beëindiging van het dienstverband. De schriftelijke verklaring van [B] bevestigt de lezing van Mipos, in die zin dat hieruit volgt dat [verzoeker] het niet meer naar haar zin had bij Mipos en om haar moverende redenen gekozen heeft voor de optie direct beëindigen. De stelling dat zij deze keuze heeft gemaakt als gevolg van intimidatie door Mipos, is onvoldoende feitelijk onderbouwd en wordt om deze reden verworpen.

4.6.Zoals overwogen is een ontslag zonder vergoeding niet zonder meer kennelijk onredelijk. Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden. Afgezien van de stelling dat [verzoeker] pas in december ander werk heeft gevonden, heeft [verzoeker] geen andere rechtens relevante feiten gesteld die leiden tot de conclusie dat de gevolgen van het ontslag voor [verzoeker] onevenredig groot zijn, in vergelijking tot het belang van Mipos bij de beëindiging. Uit het voorgaande volgt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is.

4.7

De meer subsidiaire vordering heeft betrekking op de onregelmatigheid van het ontslag, omdat er geen opzegtermijn in acht zou zijn genomen. Ook deze vordering wordt afgewezen, nu aangenomen dient te worden dat [verzoeker] gekozen heeft om het werk per direct te beëindigen in plaats van met in achtneming van de opzegtermijn.

4.8

Nu [verzoeker] in het ongelijk is gesteld, wordt zij in de kosten van de procedure veroordeeld, die worden begroot op nihil nu Mipos in persoon procedeerde.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

wijst het verzoek af;

5.2

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Mipos worden begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 23 juni 2015 in aanwezigheid van de griffier.