Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:106

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-06-2015
Datum publicatie
26-06-2015
Zaaknummer
EJ nr. 290 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

wijziging kinderalimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 23 juni 2015

Behorend bij EJ nr. 290 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de alimentatiezaak tussen

[vader],

wonende in Aruba,

VERZOEKER, tevens verweerder in het zelfstandige verzoek hierna: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,

tegen

[moeder],

wonende in Aruba,

VERWEER, tevens verzoekster in het zelfstandige verzoek, hierna te noemen: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. H.U. Thielman.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ingediend op 17 februari 2015;

  • -

    faxberichten van 5 mei 2015 van de zijde van de moeder houdende producties;

  • -

    het verweerschrift, tevens houdende een zelfstandig verzoek d.d. 5 mei 2015;

  • -

    de akte tot eiswijziging van 11 mei 2015 van de zijde van de moeder;

  • -

    het faxbericht houdende producties d.d. 4 juni 2015 van de zijde van de moeder;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 21 mei 2015, waaruit blijkt dat de vader bijgestaan door zijn gemachtigde en de moeder bijgestaan door haar gemachtigde zijn verschenen en de vertegenwoordigers van de Voogdijraad en van 9 juni 2015.

De uitspraak ten aanzien van de verzochte bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Uit de moeder is op [datum] 1999 in Aruba geboren [minderjarige 1]. De minderjarige is door de vader erkend.

Uit het huwelijk tussen partijen is op [datum] 2004 in Nederland geboren [minderjarige 2].

2.2

Bij beschikking van 15 november 2010 van dit gerecht, in de zaak met nummer EJ-2909/10, is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en zijn partijen gezamenlijk belast gebleven met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

2.3

Bij beschikking van 22 januari 2013 van dit gerecht, in de zaak met nummer EJ-2655 van 2011, is de bijdrage in de kosten voor verzorging en opvoeding van de minderjarigen bepaald op Afl. 800,- per maand vanaf 1 juli 2012.

3 HET VERZOEK

3.1

Het verzoek strekt ertoe om te bepalen dat de vader sinds oktober 2014 niet draagkrachtig is om de kinderalimentatie voor de twee minderjarigen ad Afl. 800,- per maand te betalen en de alimentatiebedrag, met terugwerkende kracht vanaf oktober 2014 op Afl. 200,- per maand te stellen danwel op een in goede justitie te bepalen bedrag te bepalen, kosten rechtens.

3.2

De moeder heeft verweer gevoerd en heeft, na wijzing van haar verzoek, bij wijze van zelfstandig tegenverzoek, verzocht dat het gerecht, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, bepaalt dat de behoefte van de kinderen een bedrag van Afl. 2.600,- is en dat de kinderalimentatie conform de behoefte wordt aangepast en dat die kinderalimentatie bij vooruitbetaling per de 1e van de maand via de Voogdijraad wordt betaald. Bij wijze van tegenverzoek heeft de moeder ook een zelfstandig verzoek tot wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag ingediend met het verzoek haar met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen te belasten, met veroordeling van de vader in de kosten van het geding. Op dat verzoek is afzonderlijk beslist d.d. 9 juni 2015.

4 DE BEOORDELING

4.1

Als toelichting op het verzoek heeft de vader aangevoerd dat hij zijn baan is kwijt geraakt door een reorganisatie en dat hij met zijn huidige baan minder inkomsten geniet. Verder heeft vader aangevoerd dat hij bij zijn ouders woont en daar een bijdrage voor betaalt. Hij woonde samen met zijn vriendin en zij deelden de kosten, maar zij is naar Nederland gegaan, aldus verder vader.

4.2

Moeder heeft het ontslag van vader ontkend en heeft aangevoerd dat vader opzettelijk van baan is veranderd althans dat hij zelf het initiatief heeft genomen weg te gaan. Ook heeft moeder aangevoerd dat de vriendin nog op Aruba is. Kosten die door de vader zijn opgevoerd heeft zij betwist. Zij heeft voorts aangevoerd dat de behoefte van de minderjarigen is gestegen en gewezen op de kosten voor bijles van beide kinderen.

4.3

Geoordeeld wordt dat voldoende is gebleken van gewijzigde omstandigheden waardoor er een grond is het verzoek in behandeling te nemen.

4.4

Voor wat betreft de behoefte van de minderjarigen wordt uitgegaan van normbedragen. Voor de oudste betreft dat per maand een bedrag van Afl. 750,- en voor de jongste geldt een bedrag van Afl. 450,-. Daar komt in het geval van beide minderjarigen per maand een bedrag van respectievelijk Afl. 650,00 en Afl. 216,67 aan kosten voor bijles, en voor de jongste komt er nog een bedrag van Afl. 325,- bij aan opvangkosten. Dat betekent dat per maand de minderjarigen een totaal behoefte hebben van Afl. 2.391,67.

4.4.1

Aan het vervullen van die behoefte dienen beide ouders, rekening houdend met hun draagkracht, te voldoen.

4.5

Geoordeeld wordt dat de vader voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij door omstandigheden genoodzaakt is geweest van baan te veranderen. In zoverre faalt het daarop gerichte verweer van de moeder.

4.5.1

Voor wat betreft de draagkracht van de vader wordt overwogen dat de vader als bijzondere kosten heeft opgevoerd een hypotheek bij de CMB waarop Afl. 1.500,- wordt afgelost, een credit card waarop Afl. 116,35 per maand wordt afgelost en een schuld bij DUO waarop Afl. 201,79 wordt afgelost. Uit de overlegde stukken blijkt van een overzicht van CMB uit 2013 en wat stukken waaruit zou moeten blijken dat er na 2013 ook deel betalingen zijn verricht. Los van de vraag of voldoende is aangetoond dat de schuld die is aangegaan bij CMB een gegeven zou zijn waarmee rekening moet worden gehouden ten nadele van de minderjarigen, is onvoldoende gebleken van een aflossing op die schuld. Voor wat betreft de aflossingen op de credit card wordt geoordeeld dat uit de stukken blijkt van een schuld in november 2014 van een bedrag van $ 1298.12 waarop maandelijks zou worden ingelost. Er wordt van uitgegaan dat die schuld inmiddels is ingelost, dit nog los van de vraag of die schuld een schud zou zijn geweest waarmee ten nadele van de draagkracht van de vader, rekening zou moeten worden gehouden. Voor de schuld bij DUO geldt dat het bestaan er van duidelijk genoeg is gebleken. Echter is niet, dan wel onvoldoende, gebleken van een daadwerkelijke aflossing op die schuld.

4.5.2

Voor wat betreft de berekening van de draagkracht van de vader zal daarom worden gerekend met het normbedrag van Afl. 1.400,- per maand, te vermeerderen met een huurlast van Afl. 300,- per maand, derhalve met een bedrag van Afl. 1.700,- per maand. Gelet op het inkomen van de vader (een bedrag van Afl. 2.654,77 netto per maand te vermeerderen met een 13de maand en vakantiegeld) resteert voor vader een bedrag van Afl. 1.400,- per maand om aan de bijdrage ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen te voldoen. Het wordt redelijk geoordeeld dat de man van die ruimte Afl. 1.000,- gebruikt ten behoeve van de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.

4.6

Voor wat betreft de draagkracht van de moeder wordt overwogen dat zij aan bijzondere kosten de aflossing van een lening van Afl. 560,- per maand via haar werkgever heeft opgevoerd, en de aflossing van een credit card schuld. Daarnaast heeft zij een maandelijkse hypotheeklast van Afl. 1.050,-. Gelet op haar inkomen (Afl. 3.500,- netto per maand) houdt zij per maand ruimte over om een deel van de behoefte van de minderjarigen te voldoen Het is redelijk dat zij daaraan een bedrag van Afl. 375,- uitgeeft.

4.7

In totaal zijn de ouders in staat voor een bedrag van Afl. 1.375,- bij te dragen in de behoefte van de kinderen. De vader zal met een bedrag van Afl. 1.000,- per maand gaan bijdragen. In zoverre zal zijn verzoek om vermindering worden afgewezen en wordt het zelfstandige verzoek van de moeder, deels, toegewezen.

4.7.1

Tegen het verzoek om de bijdrage via de Voogdijraad te laten verlopen is geen verweer gevoerd, dat verzoek zal worden toegewezen. Als ingangsdatum wordt genomen een datum rondom het moment van de datum van de beschikking.

4.8

Gelet op het feit dat partijen gewezen echtelieden zijn wordt bepaald dat de proceskosten worden gecompenseerd.

5 DE BESLISSING

Het gerecht, ten aanzien van het verzoek en ten aanzien van het zelfstandige verzoek:

wijzigt de beschikking van dit gerecht van 22 januari 2013 (EJ-2655/11) in dier voege dat het bedrag dat de vader [vader] dient te voldoen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [datum] 1999 in Aruba en [minderjarige 2], geboren op [datum] 2004 in Nederland, zal worden bepaald op een bedrag van Afl. 1.000,- per maand, te betalen per de 1e van de maand te betalen via de Voogdijraad, ingaande 1 juli 2015,

compenseert de proceskosten,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Mol, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag, 23 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.