Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2013:BZ4293

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-01-2013
Datum publicatie
15-03-2013
Zaaknummer
Behorend bij AR 2049 van 2010
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Overeenkomst is ongerechtvaardigd ontbonden. Geen vordering uit ongedaanmakingsverplichting, geen dwaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 9 januari 2013.

Behorend bij AR 2049 van 2010.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap VALERO PALM BEACH N.V., gevestigd te Aruba,

EISERES, hierna ook te noemen: Valero,

gemachtigde: de advocaat mr. J.S. Croes,

tegen:

de naamloze vennootschap ARFINET N.V., gevestigd te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Arfinet,

gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo.

1. DE PROCEDURE

Voor het verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis van 2 februari 2011, waarbij een comparitie van partijen is gelast welke heeft plaatsgevonden op 1 maart 2011. Namens Valero zijn daarbij een aantal bescheiden overgelegd welke reeds op 21 februari 2011 werden toegezonden. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten en over en weer op elkaar te reageren. Vervolgens hebben partijen getracht tot een minnelijke regeling te komen. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- een akte aan de zijde van Valero getiteld ‘Conclusie van antwoord na conclusie van partijen’, met producties;

- een antwoordakte getiteld ‘Conclusie van antwoord na comparitie van partijen’;

Vervolgens is vonnis verzocht.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voorzover niet of onvoldoende bestreden, staat tussen partijen onder meer het volgende vast.

2.1 Arfinet heeft Valero per e-mail van 14 mei 2007 een offerte gestuurd. Die e-mail luidt, voor zover hier van belang:

‘Please review the attached estimate. Feel free to contact us if you have any questions.

This Eestimate does not include the pay-at-the-pump module. We will provide a separate estimate for this module when te part numbers an pricing comes available. This module is approximately US$3,000.’

De offerte die bij de e-mail als bijlage is toegezonden bevat onder meer de volgende omschrijving:

‘Verifone Touch Screen TOPZA Point of Sale complete system ($9600.00)

EZS-Tech Gilbarco Pump Controller ($2000)

Verifone Sapphire site controller and data management system ($9200)

Installation, setup and training

Prices are FOB Miami, Florida.

BBO Tax’

2.2 Op 2 augustus heeft Valero een aanbetaling gedaan aan Arfinet van 75% van de op de offerte genoemde totaal prijs (Afl. 44.973,92), zijnde Afl. 33.730,44. Valero heeft de offerte op 20 augustus 2007 voor akkoord ondertekend.

2.3 Op 15 augustus 2007 heeft een e-mail correspondentie plaatsgevonden over de elektrische installaties die nodig waren voor het pay at the pump systeem. Een mail van Valero aan ene [W] luidt, voor zover hier van belang:

‘[w], miss [H] will be contacting you in regards to some electrical necessities for a debit card machines we purchased for the pumps outside. Please help her with any extra needed electrical installation she needs.

De mail die daarop in reactie door [W] aan Valero is verstuurd en die cc is verstuurd aan Arfinet, luidt, voor zover hier van belang:

‘I will do that once I get the neccesary information from Lina.’

2.4 Een e-mail van Valero aan Arfinet van 1 augustus 2008 luidt, voor zover hier van belang:

“It is with great disappointment that I write you this letter. We were approached by your company with a product that would be able to serve a pay at the pump system for all Atm’s & credit cards. Based on your explanation Verifone was preparing a new product to launch end of December 2007 of which Valero Palm beach was to receive the benefits of this new pay at the pump system. Believing in your offer we went ahead and pay a sum of Afl 33,730.44 Invoice # 119 paid on August 3d, 2007.

After our last telephone conversation I realized that Arfinet will, and cannot deliver the promised system purchased last year August. It is hereby that I request we cancel the agreement and that Valero Palm Beach be refunded the 75% down payment in full in 7 working days.

Failure to do so, will leave me no other choice than to call in legal assistance to collect this amount with extra legal cost to your charge plus the interest on the amount for a year, that you have kept without any delivery.’

2.5 Arfinet heeft Valero bij mail van 1 augustus 2008 – kort gezegd – erop gewezen dat Valero niet het pay at the pump systeem heeft aangeschaft, maar alleen het point of sale systeem dat een pay at the pump systeem mogelijk maakt. Arfinet heeft Valero verder meegedeeld dat de ontwikkeling van het pay at the pump systeem bij Verifone vertraging heeft opgelopen en zij heeft een voorstel gedaan voor een tijdelijke oplossing.

2.6 Valero heeft Arfinet bij brief van 22 oktober 2008 gesommeerd binnen twee weken het pay at the pump systeem te leveren en daarbij meegedeeld dat als dat niet zou gebeuren de overeenkomst eenzijdig zal worden ontbonden, waarna Arfinet de aanbetaling zal moeten terugstorten binnen vijf dagen.

2.7 Arfinet heeft Valero bij brief van 3 november 2008 erop gewezen dat Valero niet het pay at the pump systeem heeft aangeschaft. Zij heeft er verder op gewezen dat zij al sinds oktober 2007 het point of sale systeem kan en wil installeren, maar dat dit door Valero steeds onmogelijk is gemaakt. Ook heeft Arfinet erop gewezen dat Valero het restantbedrag van de overeenkomst van 20 augustus 2007 nog niet heeft voldaan en dat zij haar werkzaamheden om die reden opschort. Tenslotte heeft Arfinet Valero gesommeerd het restantbedrag van Afl. 16.317,67 binnen veertien dagen te voldoen.

2.8 Valero heeft Arfinet bij brief van 27 april 2009 erop gewezen dat het pay at the pump systeem nog niet is geleverd, ondanks diverse aanmaningen. Valero laat verder weten dat de overeenkomst, voor zover die nog mocht bestaan, buitengerechtelijk wordt ontbonden. Ook wijst Valero in haar brief erop dat de overeenkomst bij brief van 7 november 2008 is vernietigd wegens dwaling. Tenslotte heeft Valero verzocht het betaalde voorschot binnen zeven dagen te restitueren. Aan dit verzoek is niet voldaan.

3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Valero vordert dat Arfinet bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan haar van Afl. 33.730,44, te vermeerderen met 15% incassokosten en te vermeerderen met de wettelijke rente sinds de datum van het verzuim, althans sinds 2 augustus 2007, althans sinds de indiening van het onderhavige verzoekschrift tot aan de voldoening, dan wel enig andere beslissing te nemen, met veroordeling van Arfinet in de kosten van de procedure.

3.2 Het verweer van Arfinet strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Valero in de proceskosten.

3.3 Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4. DE BEOORDELING

4.1 Aan haar vordering legt Valero ten grondslag dat zij met Arfinet een overeenkomst heeft gesloten op grond waarvan Arfinet haar een pay-at the pump systeem zou leveren. Arfinet heeft dit niet gedaan en aldus is zij toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Valero stelt de overeenkomst daarom te hebben ontbonden dan wel vernietigd en het gerecht begrijpt dat zij haar vordering derhalve grond op een daaruit voortvloeiende ongedaanmakingsverplichting. Arfinet betwist niet dat zij geen pay-at the pump systeem heeft geleverd, maar zij voert aan dat zij daartoe ook niet gehouden was, omdat zij met Valero slechts was overeengekomen een point of sale systeem te leveren. Het leveren van een pay-at-the pump systeem was expliciet uitgesloten van de overeenkomst, aldus Arfinet. Kennelijk beoogt zij aldus te stellen dat er geen sprake was van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis die de ontbinding rechtvaardigde, zodat van een ongedaanmakingsverplichting geen sprake is.

4.2 Niet in geschil is dat op 20 augustus 2007 een overeenkomst tot stand is gekomen. Partijen twisten echter over de vraag of Arfinet op grond van die overeenkomst gehouden was een pay at the pump systeem te leveren. Aldus twisten partijen over de uitleg van hetgeen tussen hen is overeengekomen. De op 20 augustus 2007 ondertekende offerte vermeldt geen pay at the pump systeem en in de e-mail van 14 mei 2007 waarbij de offerte door Arfinet aan Valero werd aangeboden, is expliciet opgenomen dat de offerte niet de pay at the pump module omvat. De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan echter niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. Valero stelt dat het voor partijen steeds duidelijk is geweest dat zij alleen geïnteresseerd was in het point of sale systeem omdat zij een pay at the pump module wilde hebben, zodat de levering daarvan deel uitmaakte van de overeenkomst, hoewel de prijs van die module nog niet (precies) vaststond. Arfinet heeft daartegen aangevoerd dat Valero het point of sale systeem hoe dan ook wilde hebben, maar dat daarbij ook is gesproken over de mogelijkheid om dit uit te breiden met een pay at the pump systeem. Arfinet voert verder aan dat zij vóór de totstandkoming van de overeenkomst uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dat het pay at the pump systeem nog niet leverbaar was en dat het zich nog in een ontwikkelingsfase bevond. Dat dit zo is wordt door Valero ook bevestigd in haar mail van 1 augustus 2008 aan Arfinet. Daarin stelt Valero dat Arfinet heeft uitgelegd dat Verifone een nieuw product aan het voorbereiden was dat eind december 2007 beschikbaar zou komen (zie 2.***). Hieruit blijkt dat Valero ervan op de hoogte was dat Arfinet het pay-at the pump systeem niet zelf produceerde, dat het product nog in ontwikkeling was en dat Arfinet voor levering afhankelijk was van een derde. Onder deze omstandigheden en in het licht van de tekst van de getekende offerte en de daarbij horende begeleidende e-mail heeft Valero niet redelijkerwijs mogen verwachten dat zij op grond van de overeenkomst van 20 augustus ook het pay the the pump systeem geleverd zou krijgen. Ook de e-mails van 15 augustus 2007 en 3 oktober 2007, in onderling verband en samenhang gezien met de getekende offerte en begeleidende e-mail van 14 mei 2007, brengen het gerecht niet tot een ander oordeel. Uit deze mails blijkt dat Arfinet bezig was met de electrische en technische informatie die nodig zou zijn voor een pay at the pump systeem. Dat kan echter worden gezien in het licht van de omstandigheid dat Valero kenbaar had gemaakt geïnteresseerd te zijn in het pay at the pump systeem, zoals tussen partijen vaststaat. In het licht daarvan heeft Valero op grond van deze mails redelijkerwijs niet mogen verwachten dat in de overeenkomst ook de levering van het pay at the pump systeem was begrepen. Ten overvloede overweegt het gerecht nog dat is gesteld noch gebleken dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde dat levering van het payat the pump systeem zou doorgaan.

4.3 Het voorgaande brengt mee dat Arfinet niet tekort is geschoten door Valero het pay at the pump systeem niet te leveren. Valero was, gelet op artikel 6:265 BW, dan ook niet bevoegd de overeenkomst te ontbinden. Het gevolg van een niet gerechtvaardigde ontbindingsverklaring is dat deze niet het beoogde rechtsgevolg heeft, zodat geen ontbinding heeft plaatsgevonden. In zoverre is dan ook geen sprake van een ongedaanmakingsverplichting.

4.4 Valero heeft nog een beroep gedaan op dwaling. Ter onderbouwing daarvan stelt Valero dat de overeenkomst nooit zou zijn aangegaan als zij wist dat de pay at the pump module niet geleverd zou kunnen worden. Zoals hiervoor al is overwogen blijkt uit de door Valero overgelegde e-mail correspondentie dat Arfinet vóór de totstandkoming van de overeenkomst aan Valero heeft uitgelegd dat Verifone bezig was een nieuw product te ontwikkelen waarvan Valero zou kunnen profiteren. Aldus was ten tijde van het aangaan van de overeenkomst bij Valero bekend dat het gewenste product nog niet bestond (het was nog in ontwikkeling) en dat de levering ervan afhankelijk was van een derde (Verifone). Zonder nadere toelichting, welke ontbreekt, kan onder deze omstandigheden niet worden geoordeeld dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken, zodat van dwaling reeds daarom geen sprake kan zijn.

4.5 De slotsom van het voorgaande is dat de door Valero aangevoerde grondslagen de vordering niet kunnen dragen, zodat deze zal worden afgewezen.

4.6 Valero zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Arfinet tot op heden begroot op: Afl. 2.250,00 aan salaris advocaat (2,5 punten × tarief Afl. 900,00).

5. DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, rechtdoende:

1. wijst het gevorderde af;

2. veroordeelt Valero in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Arfinet tot op heden begroot op: Afl. 2.250,00;

3. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr J.F. Haeck, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 januari 2013 in aanwezigheid van de griffier.