Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2013:BZ4268

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-01-2013
Datum publicatie
15-03-2013
Zaaknummer
Behorend bij AR 643 van 2011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Verkrijgende verjaring van erfpachtsterrein. Inschrijving in registers. 3:99, 3:105, 3:306, 3:173, 3:89 en 3:98 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 9 januari 2013.

Behorend bij AR 643 van 2011.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[X], wonende in Aruba,

EISER in conventie, tevens GEDAAGDE in reconventie, hierna: [X],

gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena,

tegen:

[Y], wonende in Aruba,

GEDAAGDE in conventie, tevens EISERES in reconventie, hierna: [Y],

gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson.

1. DE PROCEDURE

Voor het verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis van 7 september 2011, waarbij een comparitie van partijen is gelast welke heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2011. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten en over en weer op elkaar te reageren. Het verloop blijkt voorts uit:

- een akte aan de zijde van [X] van 13 december 2011;

- een akte aan de zijde van [X] van 12 september 2012, met productie;

- een antwoordakte aan de zijde van [Y], van 7 november 2012.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voorzover niet of onvoldoende bestreden, staat tussen partijen onder meer het volgende vast.

2.1 [X] heeft in 1979 een perceel domeingrond gelegen te Moko, Aruba (kadastraal bekend als Eerste afdeling Sectie L nummer 1682, hierna verder te noemen het erfpachtsterrein) in erfpacht gekregen van het (toenmalige) eilandsgebied Aruba.

2.2 [Y], die een terrein heeft grenzend aan het erfpachtsterrrein, heeft een gebouw (plaatselijk bekend als de ‘Baloon Pub’) gebouwd dat voor ongeveer 31% op het erpachtsterrein staat. De bouw van de Baloon Pub is in 1981 aangevangen.

2.3 De gemachtigde van [X] heeft [Y] bij brief van 28 mei 2010 gesommeerd het op het erfpachtsterrein staande deel van de Baloon Pub weg te nemen. [Y] heeft niet aan de sommatie voldaan.

3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

In conventie

3.1 [X] verzoekt kosteloos te mogen procederen. Daarnaast vordert [X] dat [Y] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt bevolen om binnen veertien dagen na dit vonnis het zich op het erfpachtsterrein bevindende deel van de Balloon Pub weg te nemen, op straffe van een dwangsom van Afl. 1.000,00 per dag, althans [Y] te veroordelen tot betaling aan [X] van Afl. 36.000,00, althans enig ander bedrag en met veroordeling van [Y] in de kosten van de procedure.

3.2 [Y] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vordering met veroordeling van [X] in de proceskosten.

In reconventie

3.3 [Y] verzoekt kosteloos te mogen procederen. Daarnaast vordert [Y] bij vonnis voor recht te verklaren dat zij rechthebbende is geworden van het erfpachtsterrein en subsidiair [X] te veroordelen tot betaling aan haar van de waarde van het erfpachtstetterin conform een nader op te maken taxatierapport, met veroordeling van [X] in de kosten van deze procedure.

3.4 [X] voert verweer strekkende tot afwijzing van de vordering met veroordeling van [Y] in de proceskosten.

In conventie en in reconventie

3.5 Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4. DE BEOORDELING IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE

4.1 De vorderingen in conventie en in reconventie zullen gezamenlijk worden beoordeeld gelet op de samenhang tussen die vorderingen.

4.2 [X] en [Y] hebben beiden verzocht kosteloos te mogen procederen en hebben een bewijs overgelegd zoals bedoeld in artikel 878 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba. Gelet daarop zal hen beiden toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

4.3 [X] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [Y] onrechtmatig jegens hem handelt door zonder zijn toestemming de Balloon Pub gedeeltelijk op het erfpachtsterrein te bouwen. [Y] voert daartegen aan dat zij hiervoor van de vader van [X], die samen met [X] erfpachter was en die bevoegd was om [X] – die in 1979 nog minderjarig was – te vertegenwoordigen, toestemming heeft gekregen voor de bouw. Daarnaast voert [Y] aan dat zij door verjaring rechthebbende is geworden van het perceel.

4.4 Het beroep op verkrijgende verjaring slaagt. Het gerecht overweegt hiertoe als volgt. Vast staat dat de erfpachtsakte op naam van [X] staat, dat [Y] dit in de registers heeft kunnen zien en dat haar bezit derhalve te kwader trouw was indien niet zou komen vast te staan dat zij toestemming heeft gekregen om het erfpachtsterrein te mogen bebouwen. In dat geval geldt artikel 3:105 Burgerlijk Wetboek (BW) als beoordelingsmaatstaf voor de vraag of van verkrijgende verjaring sprake is. Dit artikel bepaalt dat hij die een goed bezit op het tijdstip waarop de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid, dat goed verkrijgt, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw. Uit artikel 3:306 BW volgt dat een rechtsvordering verjaart door verloop van twintig jaar en uit artikel 3:314 BW volgt dat de verjaringstermijn begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de onmiddelijke opheffing van een onrechtmatige toestand gevorderd kan worden. [Y] heeft onweersproken aangevoerd dat zij in 1981 is begonnen met de bebouwing van het erfpachtsterrein. Dit brengt mee dat de verjaringstermijn uiterlijk eind 2001 is verstreken, zelfs indien [Y] het terrein zonder toestemming en dus te kwader trouw in gebruik zou hebben genomen. Indien ervanuit zou worden gegaan dat [Y] te goeder trouw was, bijvoorbeeld omdat zij, zoals zij aanvoert, toestemming heeft gekregen voor de bebouwing, dan geldt een verjaringstermijn van tien jaar (artikel 3:99 BW). Vaststaat dat [X] eerst in mei 2010 [Y] heeft laten aanschrijven en dat de verjaringstermijn (uitgaande van een termijn van twintig jaar) toen derhalve al ongeveer achteneenhalf jaar was verstreken. Bij een verjaringstermijn van tien jaar (wegens bezit te goeder trouw) zou de verjaringstermijn al ongeveer achtieneneenhalf jaar zijn verstreken. [X] heeft nog gesteld dat hij jarenlang in de veronderstelling was dat zijn erfpachtsperceel wat verderop lag en dat het dus niet het onderhavige perceel betrof. Hij stelt dat hij hier eerst in 2000 achterkwam toen zijn moeder overleed. Het gerecht is van oordeel dat dit een omstandigheid is die de beoordeling niet anders maakt, omdat in de erfpachtakte staat opgenomen om welk perceel het gaat en [X] door middel van het kadaster had kunnen achterhalen waar dit perceel precies ligt. Dat hij dat kennelijk niet heeft gedaan en jarenlang een verkeerde voorstelling van zaken had omtrent de ligging van het erfpachtsterrein, komt onder die omstandigheid voor zijn risico.

4.5 De slotsom van het voorgaande is dat [Y] uiterlijk eind 2001 door verkrijgende verjaring het recht van erfpacht heeft verkregen op het erfpachtsterrein. [Y] zal deze verkrijging in de registers kunnen laten inschrijven (artikel 3:17 BW jo. artikel 3:89 BW en artikel 3:98 BW). Dit alles leidt ertoe dat de vordering in conventie strandt en dat in reconventie voor recht zal worden verklaard dat [Y] rechthebbende is geworden van het recht van erfpacht op het erfpachtsterrein.

4.6 [X] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie en in reconventie. Daarbij wordt de puntwaardering voor de reconventie gehalveerd nu de reconventionele vordering in overwegende mate op dezelfde stellingen is gebaseerd als het verweer in conventie. De proceskosten aan de zijde van [Y] worden aldus tot op heden gewaardeerd op:

- salaris advocaat in conventie: Afl. 2.250,00 (2,5 punten × tarief Afl. 900)

- salaris advocaat in reconventie: Afl. 1.125,00 (2,5 punten × 0,5 x tarief Afl. 900)

Totaal: Afl. 3.375,00

5. DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, rechtdoende:

In conventie en in reconventie

1. verleent [X] toelating om kosteloos te procederen;

2. verleent [Y] toelating om kosteloos te procederen;

3. verklaart voor recht dat [Y] rechthebbende is van het recht van erfpacht op het erfpachsterrein;

4. veroordeelt [X] in de kosten van deze procedure in conventie en in reconventie, tot op heden aan de zijde van [Y] in totaal begroot op: Afl. 3.375,00;

5. verklaart de onder 4 genoemde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

6. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 januari 2013 in aanwezigheid van de griffier.