Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2013:40

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
17-03-2014
Zaaknummer
L.A.R. nr. 1425 van 2013
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Procedure artikel 23 Landsverordening administratieve rechtspraak (LAR).

Beroep ontvankelijk ook indien het bezwaar betrekking heeft op een rechtshandeling naar burgerlijk recht; een al dan niet afwijzende beslissing op het verzoek van appellanten moet worden aangemerkt als een rechtshandeling naar burgerlijk recht, die ingevolge artikel 2, lid 2 onder a van de LAR niet kan worden aangemerkt als een beschikking; ook het uitblijven van een beslissing op het verzoek van appellante kan niet worden aangemerkt als een beschikking; bezwaar is ten onrechte niet niet-ontvankelijk verklaard; geen aanleiding tot proceskostenvergoeding; gerecht voorziet zelf in de zaak; beroep gegrond, bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 20 november 2013

L.A.R. nr. 1425 van 2013

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

1. [ ],

2. [ ],

3. [ ],

4. [ ],

wonende te Aruba,

APPELLANTEN,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

DE MINISTER VAN INTEGRATIE, INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: dhr. A. Lumenier (DWJZ).

1 HET PROCESVERLOOP

1.1

Appellanten hebben bij brief van 28 september 2012, ingekomen bij verweerder op 2 oktober 2012, verzocht om schadeloosstelling via aankoop door het Land van het perceel eigendomsgrond gelegen te Wariruri (hierna te noemen: het perceel) tegen de marktwaarde ad Afl. 4.100.000,-.

1.2

Tegen het uitblijven van een beslissing op hun verzoek hebben appellanten op 5 februari 2013 bezwaar ingesteld.

1.3

Op 24 juni 2013 hebben appellanten een beroepschrift ingediend bij dit gerecht, ter zake van het uitblijven van een beslissing op bovengenoemd bezwaar.

1.4

De behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2013, alwaar zijn verschenen appellanten, met uitzondering van [ ], bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd en verweerder bij zijn gemachtigde.

1.5

Vervolgens is uitspraak nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Het beroep strekt ertoe de (fictieve) afwijzende beslissing op het bezwaarschrift van appellanten te vernietigen en te bepalen dat verweerder binnen een redelijke termijn een reële beslissing dient te nemen op het bezwaarschrift, met veroordeling van verweerders in de kosten van deze procedure.

2.2

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Lar wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder beschikking: een op enig rechtsgevolg gericht schriftelijk besluit van een bestuursorgaan. Ingevolge het tweede lid, onderdeel a, van dit artikel zijn van het begrip beschikking onder meer uitgezonderd: rechtshandelingen naar burgerlijk recht.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Lar kan degene die door een beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen, het bestuursorgaan verzoeken de beschikking in heroverweging te nemen, tenzij deze op bezwaar is genomen.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel wordt het uitblijven van een beschikking binnen de bij of krachtens landsverordening gestelde termijn, of, bij gebreke van een zodanige termijn, het uitblijven van een beschikking binnen twaalf weken nadat daartoe door de belanghebbende een verzoek is ingediend, gelijkgesteld met een afwijzende beschikking.

Ingevolge artikel 23, eerste lid kan degene die rechtsreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing, daartegen beroep instellen bij het gerecht. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat het uitblijven van een beslissing op een bezwaarschrift binnen de in artikel 20, eerste lid, bedoelde termijn, wordt gelijkgesteld met een afwijzende beslissing.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep

2.3

Het gerecht stelt voorop dat een beslissing op bezwaar, ook indien het bezwaar betrekking heeft op een rechtshandeling naar burgerlijk recht en het bezwaar om die reden niet-ontvankelijk is, naar haar aard is gericht op publiekrechtelijk rechtsgevolg. Door deze beslissing neemt immers de door de indiener op grond van de Lar geëntameerde bezwaarschriftprocedure een einde (zie ook de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 28 mei 2012, HLAR 49097/11, LJN: BX6128). Ook het uitblijven van een beslissing op een dergelijk bezwaar binnen de voor het nemen daarvan gestelde termijn is derhalve op grond van artikel 23, tweede lid, van de Lar vatbaar voor beroep.

2.4

Het door verweerder ter zitting ingenomen standpunt dat dit gerecht niet bevoegd is kennis te nemen van onderhavig geschil, nu het betrekking heeft op een weigering tot het verrichten van een rechtshandeling naar burgerlijk recht, is gelet op het bovenstaande onjuist. Nu voorts vaststaat dat verweerder niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft beslist op het door appellanten ingediende bezwaarschrift en appellanten binnen de in artikel 27, tweede lid, van de Lar gestelde termijn beroep hebben ingesteld, kunnen zij in hun beroep tegen de (fictieve) afwijzende beslissing op hun bezwaar worden ontvangen.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het bezwaar

2.5

Appellanten hebben aan hun verzoek om schadeloosstelling – naar het gerecht begrijpt – ten grondslag gelegd dat het Land c.q. verweerder onrechtmatig handelt jegens hen, door het perceel aan te wijzen als groengebied/natuurgebied en een beleid te voeren dat anticipeert op de invoering van een ruimtelijke ontwikkelingsplan met voorschriften (hierna: ROPV), waardoor potentiële kopers van het perceel in het jaar 2006 en 2007 hebben afgezien van de koop.

2.6

Artikel 30 van de Landsverordening Ruimtelijke Ontwikkeling (hierna: LRO) bepaalt – voor zover van belang – dat indien, en voor zover blijkt, dat een belanghebbende ten gevolge van de voorschriften uit een ROPV werkelijke schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, het Land hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming in de schade toekent.

2.7

Niet in geschil is dat er geen ROPV, zoals bedoeld in artikel 13 Lro, is vastgesteld en dat eerst na vaststelling van een ROPV recht op schadevergoeding conform artikel 30 Lro bestaat.

2.8

Met verweerder is het gerecht van oordeel dat gelet op het bovenstaande een al dan niet afwijzende beslissing op het verzoek van appellanten moet worden aangemerkt als een rechtshandeling naar burgerlijk recht. Een dergelijke rechtshandeling kan ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Lar niet worden aangemerkt als een beschikking. Hieruit vloeit voort dat het uitblijven van een beslissing op het verzoek van appellante evenmin kan worden aangemerkt als een beschikking: artikel 9, tweede lid, van de Lar bepaalt immers dat slechts het uitblijven van een beschikking wordt gelijkgesteld met een afwijzende beschikking.

2.9

In dit geval is dus geen sprake van een fictieve weigering waartegen appellanten bezwaar konden maken. Gelet hierop heeft verweerder ten onrechte het bezwaar van appellanten van 5 februari 2013 niet niet-ontvankelijk verklaard. In zoverre is het beroep gegrond.

2.10

Nu verweerder het bij hem door de appellanten gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk had dienen te verklaren, ziet het gerecht aanleiding om op na te melden wijze zelf in de zaak te voorzien.

2.11

Voor een proceskostenveroordeling ziet het gerecht geen aanleiding.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de (fictieve) afwijzende beslissing op het bezwaar van 5 februari 2013;

- verklaart het door appellanten ingediende bezwaarschrift van 5 februari 2013 niet-ontvankelijk;

- wijst af het meer of anders verzochte.

Deze uitspraak is gegeven door mw. mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.