Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2013:4

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
24-09-2013
Datum publicatie
01-10-2013
Zaaknummer
SRKG - 493 van 2013
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Betreft verzoek ex art. 43 om tijdens de voorlopige hechtenis, die in Nederland wordt ondergaan, in Aruba te mogen gaan stemmen. Betoog dat verzoeker niet-ontvankelijk zou zijn, omdat art 43 niet zou zijn bedoeld om gebruik te maken van het kiesrecht faalt. Het Gerecht gaat ervan uit dat verzoeker zijn vrijheid rechtmatig is ontnomen en dit kan meebrengen dat hij deswege wordt beperkt in de uitoefening van zijn grondrechten, op grond van art. I.5, 5e lid Staatsregeling. Ook verdragen maken beperking van de uitoefening van het kiesrecht mogelijk mits op redelijke gronden. Het verzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: SRKG - 493 van 2013

Beschikking van 24 september 2013

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

beschikking

op het verzoek ex artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

wonende in Aruba,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Vught, Nederland,

verzoeker,

gemachtigde: de advocaat mr. E. Duijneveld,

tegen

de minister van Justitie van het Land Aruba ,

zetelende te Aruba,

verweerder.

1 De procedure

Namens verzoeker is op 24 september 2013 een verzoek ex artikel 43 Sv ter griffie van dit gerecht ingediend, dat er, samengevat, toe strekt dat verzoeker, die thans zijn voorlopige hechtenis in Nederland ondergaat, in de gelegenheid wordt gesteld om op 27 september 2013 in Aruba ter gelegenheid van de op die dag te houden Statenverkiezingen zijn stem uit te brengen.

Het verzoek is op 24 september 2013 behandeld in raadkamer waar verzoeker is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door de officier van justitie, mr. P.G. Blanken, en A. Lumenier (DWJZ).

2 De standpunten van partijen

2.1

Verzoeker stelt zich – zakelijk weergegeven – op het standpunt dat het kiesrecht een in de Staatsregeling van Aruba en internationale verdragen vastgelegd grondrecht is, dat enkel bij gerechtelijke uitspraak aan een kiesgerechtigde kan worden ontnomen.

2.2

Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3 De beoordeling

3.1

Door verweerder is allereerst betoogd dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. In dit verband is aangevoerd dat artikel 43 Sv niet is bedoeld om te bewerkstelligen dat verzoeker gebruik kan maken van zijn kiesrecht. Verzoeker dient zich tot de burgerlijke rechter te wenden, aldus verweerder. Dit betoog faalt. Het verzoek heeft in wezen betrekking op de wijze waarop verzoeker zijn voorlopige hechtenis ondergaat – namelijk zodanig dat hij daardoor zijn kiesrecht niet kan uitoefenen. Aldus bezien valt het verzoek binnen het bereik van artikel 43 Sv. Evenmin kan verweerder gevolgd worden in zijn betoog, voor zover dit inhoudt dat de zittingsrechter bij diens beslissing inzake de schorsing van de voorlopige hechtenis van verzoeker en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, over die beslissing oordelend in hoger beroep, zich al hebben uitgelaten over de vraag of het verzoeker moet worden toegestaan hier te lande zijn stem uit te brengen. Uit de beslissing van de zittingsrechter noch die van het Hof, kan worden afgeleid dat die vraag daarbij een rol heeft gespeeld. Derhalve kan niet worden staande gehouden dat de onderhavige procedure een onaanvaardbare doorkruising zou betekenen van de besluitvorming omtrent de voorlopige hechtenis. Verzoeker kan derhalve in zijn verzoek worden ontvangen.

3.2

Ingevolge artikel I.5, eerste lid, van de Staatsregeling van Aruba (hierna: de Staatsregeling) heeft een ieder recht op persoonlijk vrijheid en veiligheid. Niemand mag zijn vrijheid worden ontnomen, dan volgens bij of krachtens landsverordening te stellen regels in geval van:

a. (…);

b. (…);

c. rechtmatige arrestatie of gevangenhouding teneinde voor de bevoegde rechterlijke instantie te worden geleid, wanneer er redelijke gronden zijn om te vermoeden, dat hij een strafbaar feit heeft begaan, of indien er redelijke gronden zijn om aan te nemen, dat het noodzakelijk is hem te beletten:

- een strafbaar feit te begaan;

- te ontvluchten, nadat hij een strafbaar feit heeft begaan;

- het strafrechtelijk onderzoek in gevaar te brengen;

d. (…);

f. (…).

Ingevolge het vijfde lid van dit artikel kan hij aan wie rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, worden beperkt in de uitoefening van grondrechten, voor zover deze zich niet met de vrijheidsontneming verdragen.

3.3

Ingevolge artikel I.10 van de Staatsregeling heeft iedere in Aruba woonachtige Nederlander gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen, alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij landsverordening gestelde uitzonderingen.

3.4

Ingevolge artikel 3 van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het Protocol) verbinden de Hoge Verdragsluitende Partijen zich om met redelijke tussenpozen vrije, geheime verkiezingen te houden onder voorwaarden die de vrije meningsuiting van het volk bij het kiezen van de wetgevende macht waarborgen.

3.5

Ingevolge artikel 25 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (hierna: het IVBPR) – voor zover hier van belang – heeft elke burger het recht en dient in de gelegenheid te worden gesteld, zonder dat het onderscheid bedoeld in artikel 2 wordt gemaakt en zonder onredelijke beperkingen te stemmen en gekozen te worden door middel van betrouwbare periodieke verkiezingen die gehouden worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemming, waardoor het vrijelijk tot uitdrukking brengen van de wil van de kiezers wordt verzekerd.

3.6

Van een absoluut recht van verzoeker om zijn stem uit te brengen bij de Statenverkiezingen op 27 september 2013 is geen sprake. Vooropgesteld moet immers worden dat aan verzoeker thans rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, hetgeen op grond van artikel I.5, vijfde lid, van de Staatsregeling mee kan brengen dat hij deswege wordt beperkt in de uitoefening van zijn grondrechten, waaronder het in artikel I.10 neergelegde kiesrecht. Artikel I.5, vijfde lid, laat namelijk toe dat inbreuk wordt gemaakt op grondrechten, voor zover die inbreuk inherent is aan een rechtmatige vrijheidsontneming. In het onderhavige geval verzet zijn rechtmatige vrijheidsontneming zich tegen de uitoefening van het kiesrecht door verzoeker, nu bij of krachtens de Kiesverordening niet is voorzien in een mogelijkheid voor buiten Aruba gedetineerde stemgerechtigden hun stem uit te brengen. Dit betekent dat sprake is van een aan zijn detentie inherente inbreuk op de uitoefening van het kiesrecht die derhalve op grond van artikel I.5, vijfde lid, is toegelaten. Een (positieve) verplichting om verzoeker naar Aruba te doen vervoeren om zijn stem uit te brengen, vloeit naar het oordeel van het gerecht uit voormelde bepalingen van de Staatsregeling niet voort.

Het bestaan van een dergelijke verplichting kan evenmin worden aangenomen op grond van artikel 3 van het Protocol. Uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kan worden afgeleid dat van strijd met deze verdragsbepaling eerst sprake is, indien aan gedetineerden automatisch en categorisch het kiesrecht wordt ontzegd (vergelijk EHRM 6 oktober 2005, nr. 74025/01, Hirst/Verenigd Koninkrijk, en EHRM 23 november 2010, nrs. 60041/08, 60054/08, Greens en M.T./Verenigd Koninkrijk). Dat is hier niet het geval. De omstandigheid dat verzoeker momenteel niet in staat is zijn actief kiesrecht uit te oefenen is het gevolg van bijzondere omstandigheden, verband houdende met de veiligheid en openbare orde, die verweerder hebben genoopt om verzoeker zijn voorlopige hechtenis voorlopig in Nederland te laten ondergaan.

Ook artikel 25 van het IVBPR verzet zich er niet tegen dat op redelijke gronden de uitoefening van het kiesrecht wordt beperkt. In casu is van een beperking op redelijke gronden sprake.

Voor zover verzoeker heeft willen betogen dat krachtens voormelde verdragsbepalingen een burger slechts in de uitoefening van het kiesrecht kan worden beperkt door een daartoe expliciet strekkende gerechtelijke uitspraak, faalt dit betoog. Een dergelijk voorschrift valt in die bepalingen niet te lezen.

3.7

Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.

4 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven in raadkamer op 24 september 2013 door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.