Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2013:24

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-10-2013
Datum publicatie
23-10-2013
Zaaknummer
A.R. no. 1398 van 2012
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Subrogatie. Koper bij een koopovereenkomst of contractspartij bij een voorovereenkomst daartoe heeft een recht op levering van de eigendom of op zijn minst op het sluiten van een koopovereenkomst. Dat vorderingsrecht kwam in gevaar toen de hypotheekhouder van zijn executierecht gebruik wilde maken. Daarmee had de koper een vermogensrechtelijk belang bij de onroerende zaak en bij betaling van de schuld voor welke deze zaak met het hypotheekrecht was belast, zodat is voldaan aan het bepaalde in artikel 6:150 aanhef en onder c BW. Aan het voorgaande doet niet af dat de wederpartij het uit de (voor)overeenkomst voortvloeiende recht van koper betwist. Voor subrogatie is niet nodig dat het vorderingsrecht van de gesubrogeerde derde, in dit geval koper, door de schuldenaar van de daarmee verbonden verbintenis, in dit geval verkoper, wordt erkend, althans niet wordt betwist, of dat ter zake tussen de schuldenaar en de gesubrogeerde een vonnis is gewezen waaraan gezag van gewijsde toekomt. In gevallen waarin sprake is van een gesteld vorderingsrecht dat volstrekt illusoir is kan sprake zijn van misbruik van het recht van subrogatie maar daarvan is in casu niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/477
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 16 oktober 2013

Behorend bij A.R. no. 1398 van 2012

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

de naamloze vennootschap KUDAWECHA CORPORATION N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Kudawecha,

gemachtigde: voorheen mr. Ch.L. van Esch, thans zonder advocaat,

tegen:

[W],

te Amsterdam, Nederland,

hierna ook te noemen: [w],

gemachtigde: (thans) de advocaat mr. P.R.C. Brown.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

- de akte uitlating producties.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

De onroerende zaak staande en gelegen te Aruba, [adres](-A), hierna: de onroerende zaak, was ten behoeve van de Aruba Bank N.V., hierna: de bank, belast met een recht van eerste hypotheek.

2.2

Op 1 mei 2005 hebben [w] enerzijds en Kudawecha, vertegenwoordigd door [ ], de vader van [w], een akte ondertekend die voor zover van belang als volgt luidt:


Verklaren te zijn overeengekomen als volgt:
[w] ([w]; toevoeging gerecht) verkoopt aan Ab (Kudawecha; toevoeging gerecht), 160 aandelen, nrs. 241 t/m 400 in de vennootschap “Aruba Ministorage N.V.” voor de afgesproken koopsom Afl. 55.000,=

[w] heeft recht op achterstallig salaris van “Aruba ministorage N.V.” Afl. 20.548,52
[w] betaalt de totale schuld welke Unipa heeft aan Dhr.[v] Afl. 162.000,=
Totaal te verrekenen Afl. 237.548,52

[a] verkoopt aan [w] het eigendomsperceel Kad. Nr. I-L-4050, groot 450 m2 met daarop bevindende, betonstenen appartementencomplexen inclusief roerende goederen behorende bij de appartementen geleden te [adres]-A, Noord tegen de waarde van Afl. 237.548,52
Zodat na economische en juridische levering tussen [w] en [a] en omgekeerd niets meer te vorderen zal zijn.
(…)
De economische levering van de appartementen zal plaatsvinden in overleg doch niet later dan 31 augustus 2005.
De juridische levering van de appartementen zal plaatsvinden binnen 1 jaar na de economische overdracht.

2.3

Op 22 juni 2011 hebben [w] enerzijds en de bank anderzijds een akte ondertekend die voor zover van belang luidt:


AKTE VAN SUBROGATIE
(…)
In aanmerking nemend:
- De bank is een leningsovereenkomst aangegaan met (…) Kudawecha Corporation N.V. (…) en heeft als zekerheid daarvoor (onder meer) hypothecaire inschrijvingen op de twee onroerende zaken, (…) Moko 6-B en [adres]-A bedongen en gerealiseerd;
(…)
- [w] pretendeert een recht op levering op [adres]A van Kudawecha Corporation N.V. en heeft daartoe op 22 december 2010 conservatoir beslag doen leggen. Teneinde openbare verkoop te voorkomen – en daarmee zijn gepretendeerde recht op levering – heeft hij de bank verzocht gesubrogeerd te worden in de bank’s rechten indien en voor zover het onderpand Moko 6-B wordt verkocht;
Komen overeen:
1. [w] zal worden gesubrogeerd in de rechten – waaronder de hypothecaire – die de bank kan uitoefenen tegen de schuldenaren voornoemd vanwege de restant schuld van de schuldenaren van AWG 79.267,= aan de bank onder de volgende voorwaarden:

(a) [w] stort een bedrag van AWG 79.267,= op de derdenrekening van (…) mr. W.G.T.M. Kloes
(…)

2.4

Aan de voorwaarden uit de akte van subrogatie is voldaan.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Kudawecha vordert een verklaring voor recht dat de onder 2.3 genoemde akte geen subrogatie van het vorderingsrecht van de bank, inclusief nevenrechten, tot gevolg heeft gehad, met veroordeling van [w] tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

Kudawecha grondt de vordering erop dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 6:150 sub c BW omdat [w] geen recht heeft op Kudawecha 120-A en hem ook geen vorderingsrecht toekomt waarvan de voldoening in gevaar komt.

3.3 [

[w] voert hiertegen verweer, met vordering – uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van Kudawecha in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

De vordering zal worden afgewezen.

4.2

Uit de overeenkomst tussen Kudawecha en [w] van 1 mei 2005 volgt immers dat [w] de onroerende zaak Kudawecha [ ]A van Kudawecha heeft gekocht, althans ter zake op zijn minst een voorovereenkomst heeft gesloten. Daaruit vloeit voort dat hij een vorderingsrecht tot levering van de (economische en juridische) eigendom heeft, althans op zijn minst een vorderingsrecht tot het sluiten van een koopovereenkomst die strekt tot eigendomsoverdracht. Dat vorderingsrecht kwam in gevaar toen de bank voor de voldoening van haar vordering op Kudawecha tot uitwinning van haar hypotheekrecht op de onroerende zaak dreigde over te gaan. Daarmee had [w] een vermogensrechtelijk belang bij de onroerende zaak en bij betaling van de schuld voor welke deze zaak met het hypotheekrecht was belast, zodat is voldaan aan het bepaalde in artikel 6:150 aanhef en onder c BW.

4.3

Aan het voorgaande doet niet af dat Kudawecha kennelijk nu het uit de (voor)overeenkomst voortvloeiende recht van [w] betwist. Voor subrogatie is niet nodig dat het vorderingsrecht van de gesubrogeerde derde, in dit geval [w], door de schuldenaar van de daarmee verbonden verbintenis, in dit geval Kudawecha, wordt erkend, althans niet wordt betwist, of dat ter zake tussen de schuldenaar en de gesubrogeerde een vonnis is gewezen waaraan gezag van gewijsde toekomt. In gevallen waarin sprake is van een gesteld vorderingsrecht dat volstrekt illusoir is kan sprake zijn van misbruik van het recht van subrogatie maar daarvan is in casu niet gebleken.

4.4

Daarenboven is in dit geding door Kudawecha onvoldoende gemotiveerd gesteld waarom [w] geen recht met betrekking tot de onroerende zaak aan de overeenkomst van 1 mei 2005 (meer) kan ontlenen.

4.5

Als de in het ongelijk te stellen partij zal Kudawecha de proceskosten van [w] moeten vergoeden. Voor de bepaling van het gemachtigdensalaris houdt het gerecht rekening met de uit de overeenkomst van 1 mei 2005 blijkende waarde van de onroerende zaak.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende:

wijst de vordering af;

veroordeelt Kudawecha in de kosten van de procedure, welke kosten tot op heden aan de zijde van [w] worden begroot op nihil aan griffierecht, nihil aan explootkosten en AWG 5.400, aan salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 oktober 2013 in aanwezigheid van de griffier.