Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2011:BV5547

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
07-12-2011
Datum publicatie
15-02-2012
Zaaknummer
K.G. nr. 2746 van 2011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Straalverbod afgewezen omdat partijen buren zijn. Wel contactverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 7 december 2011

Behorend bij K.G. nr. 2746 van 2011

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het KORT GEDING tussen:

[eiseres],

wonende in Aruba,

EISERES, hierna te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson,

en:

[Gedaagde],

wonende in Aruba,

GEDAAGDE, hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 14 november 2011;

- de griffieraantekeningen van de behandeling van 25 november 2011, waaruit blijkt dat zijn verschenen de eiseres bijgestaan door gemachtigde en de gedaagde in persoon.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. DE FEITEN

2.1 Partijen zijn buren van elkaar. [eiseres] woont aan de [adres] en [gedaagde] aan de [adres].

2.2 [eiseres] heeft op 2 september 2011 en 14 oktober 2011 aangifte gedaan tegen [gedaagde] wegens vernieling, mishandeling en bedreiging. Een meerderjarige dochter van [eiseres], [dochter], heeft op 15 september 2011 aangifte gedaan tegen [gedaagde] wegens bedreiging.

2.3 [gedaagde] heeft op 17 november 2011 aangifte gedaan tegen [eiseres] wegens beschadiging van zijn auto.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Eiseres verzoekt om kosteloos te mogen procederen en vordert, kort gezegd, de oplegging van een straal- en contactverbod jegens gedaagde ten aanzien van haar, haar minderjarige kinderen en kleinkinderen. Zij voert daartoe aan dat gedaagde haar blijft beledigen, intimideren, mishandelen en bedreigen en dat zij en haar gezinsleden zich niet veilig voelen.

3.2 Gedaagde voert verweer en betoogt dat het juist eiseres is die hem lastigvalt en zijn auto’s vernielt.

4. DE BEOORDELING

4.1 [eiseres] verzoekt kosteloos te mogen procederen en heeft een bewijs overgelegd zoals bedoeld in artikel 878 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba. Gelet daarop zal [eiseres] toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

4.2 Van een spoedeisend belang is voldoende gebleken. Het betreft hier immers een geschil tussen buren, die dientengevolge vrijwel dagelijks met elkaar geconfronteerd worden.

4.3 Ter zitting heeft [eiseres] haar eis uitgebreid door te vorderen dat de gevraagde maatregelen zo nodig kunnen worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm van politie en justitie. Deze eis zal worden afgewezen nu deze in strijd met de goede procesorde eerst ter zitting is ingediend.

4.4 [eiseres] heeft een straalverbod gevorderd. Zij beoogt daarmee te voorkomen dat [gedaagde] dichter dan 25 meter bij haar en haar minderjarige kinderen en kleinkinderen ([A., B., en C.]) in de buurt komt. Voor toewijzing van een dergelijk verbod moet in hoge mate aannemelijk zijn dat er feiten en omstandigheden zijn die een dergelijke inbreuk op het recht van bewegingsvrijheid van [gedaagde] kunnen rechtvaardigen, met in achtneming van de belangen van alle betrokkenen. Hoewel ter zitting duidelijk is geworden dat de burenruzie nog niet is bekoeld en dat die bij tijd en wijle hoog oploopt, zo hoog dat dit al tot aangiftes over en weer heeft geleid (zie 2.2 en 2.3), is het gerecht van oordeel dat de feitelijke situatie zich verzet tegen toewijzing van deze vordering. Partijen zijn immers buren en wonen vlak bij elkaar. Het gerecht is van oordeel dat de door [eiseres] geschetste omstandigheden niet rechtvaardigen dat [gedaagde] zich niet meer vrijelijk in zijn huis en in de directe omgeving daarvan zou mogen bewegen, zodat het gevraagde straalverbod om die reden moet worden afgewezen.

4.5 Gelet op de nog niet bekoelde animositeit tussen [eiseres] en [gedaagde] komt een contactverbod wel voor toewijzing in aanmerking, om zo verdere escalatie van het geschil zoveel mogelijk te voorkomen. Deze zal echter wel worden beperkt tot de duur van één jaar, nu het geschil een verdere inperking van het recht op bewegingsvrijheid en op de vrijheid van meningsuiting vooralsnog niet rechtvaardigt. Eén jaar moet als afkoelingsperiode ook ruimschoots voldoende zijn.

4.6 [gedaagde] heeft ter terechtzitting nog kenbaar gemaakt dat hij de schade aan zijn auto door [eiseres] vergoed wenst te zien, nu zij deze volgens hem heeft bekrast en met olie heeft besmeurd. Voor het instellen van een reconventionele vordering in kort geding geldt volgens het Rolreglement echter dat deze uiterlijk om 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de zitting moet worden ingesteld door indiening van een beschrijving van de vordering met een summiere aanduiding van hetgeen daaraan ten grondslag ligt. Nu daaraan niet is voldaan wordt hieraan voorbij gegaan.

4.7 In de aard van het geschil en in de omstandigheid dat voldoende aannemelijk is geworden dat de oorzaak voor het steeds escaleren van het conflict niet alleen bij [gedaagde] ligt, maar ook bij [eiseres], ziet het gerecht aanleiding de proceskosten niet alleen door [gedaagde] te laten dragen. [gedaagde] zal gelet daarop worden veroordeeld tot vergoeding van de helft van de proceskosten aan de zijde van [eiseres], tot op heden begroot op:

Proceskosten

5. DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

- verleent [eiseres] toelating om kosteloos te procederen;

- verbiedt [gedaagde] gedurende een periode van één jaar na betekening van dit vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of op welke wijze dan ook contact op te nemen met [eiseres], [A., B., en C.];

- veroordeelt [gedaagde] in de helft van de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op: Afl. 1.079,50;

- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.