Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2011:BU7704

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-11-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
K.G. no. 2435/2011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Onrechtmatige perspublicatie met betrekking tot parlementariër. Rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 3 november 2011

K.G. no. 2435 van 2011

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

Vonnis in kort geding tussen:

[eiser], wonende te Aruba,

EISER, hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: de advocaat mr. P.R.C. Brown,

en

de naamloze vennootschap DIARIO N.V., gevestigd te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Diario,

gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 11 oktober 2011,

- het proces-verbaal van behandeling ter openbare terechtzitting op 27 oktober 2011, waar de gemachtigden van partijen het woord hebben gevoerd aan de hand van de overgelegde pleitnotities en waar zij op elkaars stellingen hebben gereageerd. Daarbij zijn door partijen stukken overgelegd welke zij op voorhand reeds hadden toegezonden.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [eiser] is lid van de Staten van Aruba.

2.2 Diario exploiteert onder gelijke naam een dagblad in Aruba. Eigenaar en hoofdredacteur van Diaro is [eigenaar] ([eigenaar].). Werkzaam bij Diario is diens zoon, ([zoon eigenaar jr.]). [zoon van eigenaar]. is tevens eigenaar van JEM Industrial Services NV (hierna: JEM).

2.3 Als parlementslid heeft (onder anderen) [eiser] zich vanaf juli 2011 kritisch uitgelaten over en protest aangetekend tegen de wijze waarop de gunning door de Minister van Onderwijs en Justitie van een project (hierna: het project) ter waarde van 16,8 miljoen florin aan JEM is verlopen, zonder dat een openbare aanbesteding heeft plaatsgevonden.

2.4 In de Diario zijn vanaf 23 juli 2011 een aantal artikelen verschenen waarin (onder anderen) [eiser] wordt bekritiseerd. In een artikel van 2 september 2011 schrijft [eigenaar]. in de Diaro dat het project niet van hem is, maar van zijn zoon en dat hij als vader daar uiteraard achter staat (‘Pasobra e proyecto no ta di mi, manera hopi hende ta pensa, sino di mi Yiu. Claro cu como tata mi ta para su tras).

2.5 Op 16 september 2011 is in de Diario een artikel verschenen van de hand van [eigenaar]. onder de kop ‘<i>E espectaculo deprimente di [eiser] den Parlamento!</i>’ (‘Het treurige schouwspel van [eiser] in het parlement!’). Hierin staat onder meer het volgende:

<small>‘(…) [eiser] mester por compronde cu su pretension di ta un homber di “principio” no ta cuadra cu realidad. Ta ken tabata yama cu insistencia poniendo tur clase di presion tur dia pa nan tuma den Gobierno un tal [eiser]? Nan a splike cu no tin prespuesto pa tume te cu el a bay saca e presupuesto di otro caminda pa nan por a crea un puesto pe. E tin e mesun fam di [eiser], y lo ta bon pa e splica nos si e sa ta ken tabata pone tanto presion como Parlamentario te cu na final nan a tuma e tal persona ey den servicio cu schaal 10. Ta cua Parlamentario tabata pone e tipo di presion ey? Y a base di cua principio?’</small>

Een vertaling hiervan luidt:

<small>‘(…) [eiser] moet kunnen begrijpen dat zijn pretentie dat hij een man van “principes is niet strookt met de werkelijkheid. Wie was degene die met aandrang belde en elke dag druk uitoefende, zodat een zekere [eiser] in een dienstbetrekking bij de overheid zou worden aangenomen? Ze hebben hem uitgelegd dat er geen begroting is om hem in dienst te nemen en hij is zelfs zover gegaan dat hij ergens anders een begroting is gaan zoeken om voor hem een betrekking te creëren. Hij heeft dezelfde achternaam als [eiser] en het zou goed zijn als hij aan ons zou uitleggen of hij weet wie als parlementslid zoveel druk uitoefende dat die persoon uiteindelijk in dienst werd genomen met schaal 10. Welk parlementslid oefende een dergelijke druk uit? En op grond van welk principe? (…)’</small>

2.6 Op 28 september 2011 is in de Diaro een artikel verschenen van de hand van [eigenaar]. onder de kop: ‘<i>Ilusion y realidad den Politica! (1</i>)’ (‘Illusie en werkelijkheid in de politiek! (1)’). Daarin staat onder meer als volgt:

<small>‘(…) Ademas, aki no ta trata di “principio”, manera cu e ta alega, pasobra e mes a pone presion como Parlamentario pa nan tuma un familiar di dje den servicio, hasta trasladando un presupuesto di otro departamento pa acomoda su “pana”! Den mi buki, esey ta nepotismo, y con cu bo drey rond di dje, e no tin posible hustificacion. Ta con e por bay sinta atrobe meymey di esnan cu el a traiciona den bista di tur hende? (…)

(…) Usa su posicion pa faborece un familiar cu un trabao den Gobierno no ta un bon recomendacion pa su creencia den principionan, y e no ta dune licencia tampoco pa critica e lineanan general cu su partido ta asumi, pasobra e partido ta asumi nan den consulta cu e opinion di e mayoria di su integrantenan. (…)’</small>

Een vertaling hiervan luidt:

<small>‘(…) Bovendien gaat het hier niet om principes, zoals hij zelf aanvoert, omdat hij zelf als parlementslid druk heeft uitgeoefend om een familielid van hem in dienst te nemen en hij zelfs zover is gegaan om de begroting van een ander departement over te hevelen om zijn ‘maat’ een goed onderkomen te verschaffen! In mijn woordenboek heet dat nepotisme en hoe je dat draait of keert, dat valt niet te rechtvaardigen. (…)

(…) zijn positie gebruiken om een familielid te begunstigen met een baan bij de overheid is geen goede aanbeveling voor zijn geloof in principes en het geeft hem ook niet de vrijheid om de algemene beleidslijn die zijn partij heeft aangenomen te bekritiseren, omdat de partij die heeft aangenomen in overleg met de meerderheid van haar leden.’ </small>

2.7 Diario is door [eiser] bij brief van 4 oktober 2011 gesommeerd uiterlijk vrijdag 7 oktober 2011 een rectificatie te plaatsen. Diario heeft aan die sommatie niet voldaan.

2.8 Volgens een schriftelijke verklaring van [zoon van eigenaar]. van 26 oktober 2011 heeft hij begin augustus tijdens een sportactiviteit contact gehad met [x], die hem verklaarde dat [eiser] hem telefonisch had benaderd met de vraag of [x] werk had voor een vriend van [eiser]. [x] reageerde daar op door mee te delen dat hij daar geen budget voor had. Tot verbazing van [x] werd die persoon vervolgens toch in zijn departement te werk gesteld, met budget van een ander departement. [x] zou er volgens de verklaring van [zoon van eigenaar]. mee hebben ingestemd dat [zoon van eigenaar]. die informatie zou gebruiken.

3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [eiser] vordert dat het gerecht bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, Diario zal bevelen om binnen 48 uur na het in deze te wijzen vonnis, in de editie van Diario op pagina een rectificatie te plaatsen, op verbeurte van een dwangsom van Afl. 5.000,00 voor elke dag of een gedeelte daarvan dat Diario in gebreke blijft aan dat bevel te voldoen en met veroordeling van Diario in de kosten van deze procedure.

3.2 Diario heeft zich verweerd tegen de vordering en concludeert dat de vorderingen moeten worden afgewezen.

4. DE BEOORDELING

4.1 Dat sprake is van een spoedeisend belang bij de vordering is niet betwist en volgt voldoende uit de aard van de vordering en de daaraan ten grondslag liggende stellingen.

4.2 Ter beantwoording ligt de vraag voor of Diaro met de onder 2.5 en 2.6 aangehaalde passages de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, zoals gewaarborgd in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 1.12 van de Staatsregeling van Aruba, heeft overschreden. Daarbij is, volgens bestendige jurisprudentie, uitgangspunt dat de vrijheid van expressie niet is beperkt tot informatie of ideeën die welwillend worden ontvangen, of die kunnen worden beschouwd als onschuldig, maar dat deze vrijheid zich juist ook uitstrekt tot expressie die kwetst, schokt of verontrust. Verder is uitgangspunt dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting ruimer zijn indien het gaat om uitlatingen in het kader van het publieke debat en kritiek op politici. De vrijheid van meningsuiting mag slechts worden beperkt indien dit is voorzien bij wet en indien dit in een democratische samenleving noodzakelijk is in (onder meer) het belang van de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, zo volgt uit artikel 10 lid 2 EVRM.

4.3 Het opleggen van een rectificatie zoals gevorderd, moet worden aangemerkt als een sanctie die de uitingsvrijheid beperkt, maar waarin is voorzien bij wet (en wel in artikel 6:162 jo. 6:167 BW). De vraag die daarom thans ter beantwoording voorligt is of voldaan is aan het vereiste dat gezegd kan worden dat in een democratische samenleving toewijzing van de gevorderde rectificatie noodzakelijk is ter bescherming van de rechten van [eiser]. Bij de beantwoording van die vraag moet het belang van [eiser], om niet door publikaties in de pers te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen, worden afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat misstanden die de samenleving raken niet verborgen blijven, met inachtneming van alle bijzonderheden van het geval. Hierover wordt als volgt overwogen.

4.4 De discussie waarin [eiser] zich als Statenlid heeft gemengd en waar ook de Diario over schrijft, gaat over de vraag of het project op de juiste wijze aan JEM is gegund en waarom geen openbare aanbesteding heeft plaatsgevonden. Daarbij komt ook de integriteit van de betreffende minister aan de orde. In de onder 2.5 en 2.6 aangehaalde passages in de Diario, die naar aanleiding van dat debat zijn geschreven, wordt [eiser] zelf van nepotisme beschuldigd. De publicaties draaien aldus om een belangrijk thema, dat in de publieke discussies ook geregeld terugkeert en dat die aandacht ook verdient. Zeker ook omdat [eiser] bij zijn overstap naar de politiek de nadruk heeft gelegd op zijn integriteit, bestaat een gerechtvaardigd publiek belang bij publikatie hierover door Diario als daarbij vraagtekens zijn te plaatsen. Tegelijkertijd gaat het om een ernstige beschuldiging en diffamerende uitlating die de reputatie en integriteit van [eiser] aantast en het vertrouwen in hem ondermijnt, juist ook omdat [eiser] zich erop laat voorstaan in dit opzicht anders te zijn dan de traditionele politici en dat hij met nepotisme en patronage niets van doen wil hebben. Door op deze wijze over [eiser] te berichten en dat zelfs bij herhaling te doen, wordt hem verweten boter op zijn hoofd te hebben en worden zijn integriteit en motieven in twijfel getrokken. Een dergelijke uitlating moet daarom als onrechtmatig worden aangemerkt als deze geen deugdelijke feitelijke grondslag heeft.

4.5 Diario voert aan dat de uitlatingen in de onderhavige publicaties slechts waardeoordelen bevatten en dat de grens van het toelaatbare voor waardeoordelen waarvoor geen bewijs van waarheid mogelijk is, ruimer is dan bij het weergeven van feiten. Anders dan Diaro voorstaat bevatten de onderhavige passages echter niet slechts waardeoordelen. Bij herhaling wordt immers als feit naar voren gebracht dat [eiser] een familielid aan een goed betaalde baan heeft geholpen door druk uit te oefenen. Dat sprake zou zijn van een waardeoordeel wordt door Diario zelf overigens ook weersproken doordat zij aanvoert dat wat zij heeft geschreven ‘niet geheel onwaar is’ en dat zij dit ‘op feiten heeft gebaseerd’.

4.6 Verder is van belang dat Diario haar uitlatingen uitsluitend baseert op één bron, namelijk de in de verklaring van [zoon van eigenaar]. (zie 2.8) genoemde getuige. Bij navraag ter terechtzitting is gebleken dat Diario op geen enkele wijze heeft getracht deze verklaring te verifiëren door bijvoorbeeld andere bronnen aan te boren die dit verhaal zouden kunnen bevestigen of juist ontkrachten. Daarbij komt dat Diario door de wijze van presenteren het verhaal als een vaststaand feit heeft gepresenteerd, zonder daarbij te vermelden dat zij dit van slechts één bron heeft vernomen, of zonder de bron te citeren. De Diario heeft de bewering daardoor tot een uitlating van haarzelf gemaakt, zodat zij daar ook zelf op kan worden aangesproken en zich niet achter (de uitlatingen van) haar bron kan verschuilen.

4.7 Mede gelet op de betrokkenheid van [zoon van eigenaar]. bij het onderwerp van het debat, hij is immers de directeur van JEM en heeft als zodanig een direct belang bij de gunning van het project, alsmede gelet op de weinig onbevangen opstelling van [eigenaar]. in die kwestie, zoals die blijkt uit de onder 2.4 genoemde uitlating, had het op de weg van Diaro gelegen nader onderzoek te doen en het verhaal van de oorspronkelijke bron langs andere weg(en) te verifiëren, alvorens over te gaan tot de onderhavige beschuldiging. Weliswaar heeft Diario aangeboden haar oorspronkelijke bron als getuige te horen, maar – nog los van de omstandigheid dat voor nadere bewijslevering in het kader van deze procedure geen plaats is – zelfs indien de getuige zijn verhaal nog eens onder ede zou hebben bevestigd, dan nog zou gelden dat het slechts gaat om één bron en dat verificatie daarvan langs andere weg in het geheel niet heeft plaatsgevonden. Door die verificatie na te laten, terwijl daar ruimschoots de tijd voor was ([zoon van eigenaar]. verklaart dat hij het verhaal begin augustus van zijn bron vernam, terwijl de eerste publicatie dateert van 16 september 2011), kan niet worden geoordeeld dat de beschuldiging ten tijde van de publicaties voldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal.

4.8 Juist is de stelling van de Diario dat de publicaties plaats vonden in het kader van een debat over machtsmisbruik binnen de politiek, zodat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting minder snel zullen zijn overschreden, zeker ook gelet op de actieve rol van [eiser] in dat debat. [eiser] zal de sarcastische en veelal denigrerende en beledigende toon van de artikelen in de Diario ([eiser] wordt daarin niet alleen geregeld Pitipois (doperwtje) genoemd – volgens Diario als tegenstelling met Green Giant –, maar verder wordt over hem onder meer geschreven als ezel, stomkop en parlementariër met hersenen van het formaat van een potloodgum) dan ook in vergaande mate hebben te accepteren, wat van het allooi daarvan verder ook zij. Of de grenzen van de uitingsvrijheid in dat opzicht zijn geschonden ligt in het onderhavige geding ook niet ter beoordeling voor. Omdat het hier echter gaat om een feitelijke beschuldiging aan het adres van [eiser] en de Diario deze in het geheel niet heeft geverifieerd en ook nog eens tot de hare heeft gemaakt, zijn de publicaties, in het licht van de voorgaande omstandigheden, niettemin lichtvaardig gedaan en onrechtmatig te noemen.

4.9 Dat [eiser] zelf voldoende mogelijkheden heeft om weerwoord te bieden tegen de uitlatingen van Diario doet niet af aan het belang van [eiser] bij een rectificatie. Diario heeft de integriteit en betrouwbaarheid van [eiser] immers op onrechtmatige wijze in twijfel getrokken, zodat het ook op haar weg ligt dit te rectificeren. De vordering tot het plaatsen van een rectificatie zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat de tekst daarvan, in het licht van de voorgaande overwegingen, enigszins zal worden afgezwakt als hierna te melden. Tegen de gevorderde dwangsom is geen verweer gevoerd. Deze zal worden toegewezen zoals verzocht. Wel zal daaraan een maximum worden verbonden, nu de redelijkheid dit bepaaldelijk vordert.

4.10 Diario zal, als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

5. DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende in kort geding:

- beveelt Diario om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis in de editie van de Diario op pagina 3, ter grootte van minimaal 8 centimeter bij 14 centimeter de volgende tekst als rectificatie te plaatsen:

<i>‘RECTIFICATION

Den e Editorialnan di e edicionnan di Diario di 16 y 28 di september 2011, a wordo skirbi cu [eiser] lo a pone presion of usa otro formanan no apropia pa logra pa gobierno tuma un familiar di dje den servicio.

E ponencia aki ta infunda. E declaracion aki ta pa retira y rectifica e ponencia ey.

Diario N.V. y [zoon eigenaar]’ </i>

- veroordeelt Diario tot betaling aan [eiser] van een dwangsom van Afl. 5.000,00 voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat Diario het bovenstaande bevel niet nakomt, met bepaling dat aan dwangsommen niet meer dan Afl. 100.000,00 kan worden verbeurd;

- veroordeelt Diario in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op: Afl. 2.141,00;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 november 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.