Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2011:BU6654

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
17-08-2011
Datum publicatie
02-12-2011
Zaaknummer
AR 427/2010
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis: is er schadeplicht in verband met val van afstapje in restaurant?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 17 augustus 2011

Behorend bij AR no. 427/2010

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

[eiser], wonende te Rhode Island, Verenigde Staten van Amerika,

EISER, hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,

tegen:

de naamloze vennootschap RESTAURANT LA TRATTORIA-EL FARRO BLANCO N.V. , gevestigd en kantoorhoudende wonende te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: La Trattoria,

gemachtigde: de advocaten mr. D.G. Kock en mr. D.G. Illes.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 19 februari 2010 ter griffie ingediende verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord, voorzien van bescheiden;

- de conclusie van repliek, tevens verzoek tot plaatsopneming en bezichtiging ex artikel 175 lid 1 Rv;

- de conclusie van dupliek.

Vervolgens is vonnis verzocht.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 Op 24 oktober 2008 rond 19:00 uur (rond zonsondergang) is [eiser] in het restaurant van La Trattoria van een afstap gevallen van twee treden hoog, waardoor hij letsel heeft ondervonden.

3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [eiser] vordert dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis La Trattoria zal veroordelen tot betaling van een schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2008 tot de voldoening, en met veroordeling van La Trattoria in de kosten van het geding.

3.2 [eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat hij is gevallen in het restaurant van La Trattoria doordat hij twee treden niet heeft opgemerkt en redelijkerwijs ook niet kon opmerken, ten gevolge waarvan hij materiële en immateriële schade heeft geleden. [eiser] stelt La Trattoria gelet hierop aansprakelijk voor de schade, op grond van onrechtmatige daad, doordat La Trattoria in strijd heeft gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betamelijk is. [eiser] stelt onder meer zijn baan en ziektekostenverzekering te zijn verloren ten gevolge van het incident. [eiser] stelt dat de schade op dit moment nog niet te begroten is, zodat hij verwijzing vraagt naar een schadestaatprocedure.

3.3 La Trattoria voert verweer, strekkende tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. Zij voert daartoe aan dat zij niet heeft gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betamelijk is. Zij wijst er – kort gezegd – op dat [eiser] een tijdje heeft zitten wachten voordat hij van zich over het afstapje heen bewoog, zodat het hem moet zijn opgevallen dat de personen achter het afstapje zich op een lager niveau bevonden. Dat moet ook zijn opgevallen toen [eiser] zich bovenaan het afstapje bevond, omdat je dan over de hoofden heen kijkt van de personen die zich beneden het afstapje bevinden. Ook wijst La Trattoria er daarbij op dat de verschillende vloerniveau’s met een andere soort en kleur tegels zijn bedekt, waardoor het niveauverschil extra opvalt. Bovendien zijn de tegels van ruw materiaal vervaardigd waardoor uitglijden niet mogelijk is, aldus La Trattoria. Dat La Trattoria verder niet onrechtmatig heeft gehandeld blijkt volgens haar ook uit de omstandigheid dat de overige personen in wiens gezelschap [eiser] zich bevond, niet zijn gevallen. Gelet op de situatie is het nemen van nadere maatregelen ter waarschuwing voor de afstap ook geen noodzaak, aldus La Trattoria. Het vallen van [eiser] is daarom niet aan La Trattoria, maar veeleer aan onoplettendheid van [eiser] te wijten zodat La Trattoria daarvoor ook niet aansprakelijk is. Subsidiair voert La Trattoria aan dat het ongeval in grote mate is te wijten aan eigen schuld van [eiser] zodat daarmee bij de aansprakelijkheid rekening moet worden gehouden. Tenslotte betwist La Trattoria het causaal verband tussen het ongeval en de schade van [eiser] die hij heeft geleden doordat hij zijn baan heef verloren, nu [eiser] zelf aangeeft dat dit mede is veroorzaakt door de economische crisis.

3.4 De stellingen van partijen zullen hierna, voor zover relevant, verder aan de orde komen.

4. DE BEOORDELING

4.1 La Trattoria voert aan dat [eiser] niet heeft onderbouwd dat hij schade heeft geleden zodat de vordering alleen daarom al moet worden afgewezen. Dit verweer treft geen doel. Voor verwijzing naar een schadestaat procedure (zoals [eiser] heeft gevorderd) is niet vereist dat [eiser] in deze procedure onderbouwt of aantoont dat daadwerkelijk schade is geleden, maar is voldoende dat het bestaan of de mogelijkheid van schade als gevolg van de gestelde onrechtmatige daad aannemelijk is (zie bijvoorbeeld HR NJ 1998/241, NJ 2005/371 en HR NJ 2006/558). Beoordeeld moet derhalve eerst worden of La Trattoria onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser]. Vervolgens kan de vraag aan de orde komen of de mogelijkheid van schade als gevolg van het onrechtmatig handelen aannemelijk is.

4.2 Voor de vraag of La Trattoria onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] moet worden beantwoord of de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval (het oplopen van letsel door een ander) ten gevolge van het handelen of nalaten door La Trattoria zo groot is dat zij zich naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid van dat handelen of nalaten had moeten onthouden (zie HR 9 december 1994, NJ 1996/403, HR 12 mei 2000 LJN AA5784). Van onrechtmatig handelen is eerst sprake indien Trattoria door haar handelen of nalaten meer risico heeft genomen dan redelijkerwijze verantwoord is. Of dat zo is, hangt af van de mate van waarschijnlijkheid waarmee niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en zorgvuldigheid kan worden verwacht, de hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben en de mate van bezwaarlijkheid van het nemen van veiligheidsmaatregelen. (HR 5 november 1965, NJ 1966/136). Kort gezegd moet dus beoordeeld worden in hoeverre La Trattoria redelijkerwijs gehouden was veiligheidsmaatregelen te nemen waardoor de onderhavige val van het afstapje mogelijk had kunnen worden voorkomen. Bij de beoordeling naar de hiervoor gegeven maatstaven moeten alle omstandigheden van het geval worden mee gewogen.

4.3 La Trattoria heeft foto’s in het geding gebracht van de situatie ter plaatse. [eiser] heeft echter naar voren gebracht dat het voor de waardering van de feiten noodzakelijk is de plaatselijke gesteldheid op te nemen of zaken te bezichtigen die niet of bezwaarlijk ter terechtzitting kunnen worden overgebracht. Hierin ziet het gerecht aanleiding een plaatsopneming te gelasten. Hoewel het gerecht zich realiseert dat dit belastend is voor La Trattoria, zal het tijdstip, in verband met de lichtgesteldheid ter plaatse, worden bepaald in de avonduren, tegen zonsondergang. Onweersproken is immers dat [eiser] tegen 19:00 uur ter plaatse is gekomen, zodat de plaatsopneming rond dat tijdstip zal plaatsvinden. Uiterlijk één week later zal het van de verrichting op te maken proces-verbaal ter griffie worden neergelegd. Partijen zullen tijdens de plaatsopneming in de gelegenheid worden gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Daarvan zal in het proces verbaal melding worden gemaakt. Na de plaatsopneming zal de zaak weer op de rol worden geplaatst voor voortprocederen.

4.4 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, recht doende:

- bepaalt dat het gerecht op maandag 5 september 2011, 18:45-19:30 de plaatselijke gesteldheid zal opnemen van Restaurant La Trattoria te Aruba;

- bepaalt dat partijen op die tijd en plaats aanwezig zullen zijn, desgewenst vergezeld of vertegenwoordigd door hun raadslieden;

- bepaalt dat het van de plaatsopneming op te maken proces-verbaal uiterlijk één week daarna ter griffie zal zijn neergelegd;

- bepaalt dat de zaak weer zal worden geplaatst op de rol van 14 september 2011 voor voortprocederen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 augustus 2011 in aanwezigheid van de griffier.