Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2021:71

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
21-06-2021
Datum publicatie
09-07-2021
Zaaknummer
AUA20210404
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schorsing in de ambt - De ambtenarenrechter overweegt dat de door verweerder aangedragen feiten en omstandigheden een voldoende grondslag vormen voor de ten aanzien van klager getroffen maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 21 juni 2021

Gaza nr. AUA202100404

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[Klager],

wonend te Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: E.L. Rodriguez LL.B.,

tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigden: mr. M.P. Jansen en mr. C.L. Geerman (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 14 januari 2021, no. 2 heeft verweerder besloten om klager met toepassing van artikel 87, aanhef en onder c van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) met ingang van de dag na dagtekening van dit landsbesluit in zijn ambt te schorsen, tot op de dag waarop het bevoegd gezag een besluit heeft genomen omtrent de disciplinaire strafoplegging.

Tegen dit landsbesluit (hierna: het bestreden landsbesluit) heeft klager op 12 februari 2021 bezwaar gemaakt bij het gerecht.

Verweerder heeft geen contramemorie ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter terechtzitting behandeld op 29 maart 2021. Klager is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigden voornoemd.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Het wettelijk kader

1.1

Ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Lma is de ambtenaar gehouden de plichten uit zijn ambt voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.

1.2

Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Lma kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft.

1.3

Ingevolge artikel 87, aanhef en onder c, van de Lma kan onverminderd het bepaalde in artikel 82 de ambtenaar door het bevoegde gezag worden geschorst in zijn ambt in andere gevallen, waarin schorsing naar het oordeel van het daartoe bevoegde gezag wordt gevorderd door het belang van de dienst.

De feiten

2.1

Klager is ambtenaar werkzaam als hoofd Repressie bij de Dienst Brandweer.

2.2

Bij brief van 23 oktober 2020 heeft de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie (hierna: de minister) aan klager in verband met een intern disciplinair onderzoek de toegang ontzegd tot de dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen en -voertuigen van de Dienst Brandweer voor de duur van zes weken. Bij brief van 3 december 2020 heeft de minister de toegangsontzegging verlengd.

2.3

Bij brief van 5 januari 2021 heeft de voorzitter van het managementteam van de Dienst Brandweer klager te kennen gegeven dat hij zich vermoedelijk schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim.

2.4

Bij het bestreden landsbesluit heeft verweerder besloten om klager te schorsen tot de dag waarop het bevoegd gezag een besluit heeft genomen omtrent een disciplinaire strafoplegging.

De standpunten van partijen

3.1

Aan het bestreden landsbesluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager wordt verweten dat hij, als lid van de dagelijkse leiding van de Dienst Brandweer, een of meerdere voertuigen van de Dienst Brandweer met een geschatte verkoopwaarde van meer dan Afl. 1.000,- middels verkoop c.q. schenking heeft overgedragen zonder dat er ter zake een openbare verkoop is gehouden, zonder een beschikking van het bevoegd gezag voor een verkoop- of schenkingsovereenkomst conform artikel 22 en artikel 24 van de Comptabiliteitsverordening, en dat hij als lid van de leiding de Dienst Brandweer in diskrediet heeft gebracht door facturen bij het Water en Energiebedrijf (WEB) open te laten staan . Verder heeft verweerder aan het bestreden landsbesluit ten grondslag gelegd een reeks verwijten aan de leiding.

3.2

Klager kan zich niet verenigen met de hem opgelegde schorsing en betoogt daartoe dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem wordt verweten en dat er geen sprake is van plichtsverzuim. Klager beroept zich voorts op diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Voorts voert klager aan dat het bestreden landsbesluit een diffamerende werking heeft en dat het disciplinair onderzoek te lang duurt.

De beoordeling

4.1

Het schorsingsbesluit is gebaseerd op artikel 87, eerste lid, aanhef en onder c van de Lma. Het gaat hier derhalve om de bevoegdheid van een bestuursorgaan om een ordemaatregel te treffen.

4.2

Naar vaste jurisprudentie vindt het bevoegde gezag in een hem bekend geworden concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim in het algemeen voldoende grond voor het treffen van een ordemaatregel, als aan de integriteit van de betrokken ambtenaar moet worden getwijfeld en het in hem te stellen vertrouwen zozeer is geschaad dat niet aanvaardbaar is dat hij zijn werk blijft doen (vgl. Centrale Raad van Beroep 7 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3512).

4.3

Wat betreft de vraag of er in dit geval voldoende grond voor het treffen van een ordemaatregel bestaat, overweegt de ambtenarenrechter dat het vermoeden van het door klager gepleegde plichtsverzuim voldoende concreet in het schorsingsbesluit staat omschreven, te weten het handelen in strijd met de Comptabiliteitsverordening.

4.4

De ambtenarenrechter overweegt dat de door verweerder aangedragen feiten en omstandigheden een voldoende grondslag vormen voor de ten aanzien van klager getroffen maatregel. Er heeft zich de concrete verdenking voorgedaan dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Naar het oordeel van de ambtenarenrechter is het schorsingsbesluit genomen op goede, aan het dienstbelang ontleende, gronden. De ambtenarenrechter laat zich in het kader van deze procedure niet uit over de vraag of de verdenking terecht is. Nu, zoals hiervoor is overwogen, het schorsingsbesluit op goede gronden is genomen, en deze gronden het besluit aldus kunnen dragen, bestaat geen grond voor het oordeel dat, zoals klager betoogt, het besluit in strijd is met het verbod van willekeur en overige algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

4.5

De ambtenarenrechter overweegt voorts dat het rechtszekerheidsbeginsel met zich brengt dat een schorsing niet langer duurt dan noodzakelijk. In dat verband dient door verweerder voortvarendheid te worden betracht bij de uitvoering van het disciplinaire onderzoek. Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat het feitenonderzoek is afgerond en naar verweerder wordt gestuurd. Verweerder heeft verder te kennen gegeven dat de disciplinaire procedure met de meeste voortvarendheid zal worden doorlopen en dat klager op korte termijn in de gelegenheid zal worden gesteld zich te verantwoorden.

4.6

Het vorenstaande leidt naar het oordeel van de ambtenarenrechter dan ook tot de conclusie dat het bezwaar ongegrond is. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat gelet hierop geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van maandag 21 juni 2021, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.