Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2020:81

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
28-09-2020
Datum publicatie
15-10-2020
Zaaknummer
AUA201903116
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

bevordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 28 september 2020

GAZA nr. AUA201903116

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[Klaagster],

wonend in Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: mr. L.A. Hernandis,

gericht tegen:

de Gouverneur van Aruba,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking 31 juli 2019 (de bestreden beschikking) heeft verweerder het verzoek van klaagster van 6 maart 2017, om haar te bevorderen naar de rang van adjunct-commies (schaal 6), afgewezen.

Tegen de bestreden beschikking heeft klaagster op 12 september 2019 bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht.

Verweerder heeft op 24 juni 2020 stukken ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juni 2020. Klaagster is verschenen bij haar gemachtigde en verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.

Desgevraagd heeft verweerder op 24 augustus 2020 een akte ingediend.

Desgevraagd heeft klager op 24 augustus 2020 op voornoemde akte gereageerd.

De uitspraak is vervolgens bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Ontvankelijkheid

1.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken.

Het derde lid van dit artikel bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen.

1.2

Klaagster heeft haar bezwaarschrift na het verstrijken van de in artikel 41, eerste lid, van de La gestelde termijn ingediend. Zij heeft echter aangevoerd de bestreden beschikking pas op 23 augustus 2019 te hebben ontvangen, hetgeen door verweerder niet is betwist. Het tegendeel blijkt ook niet uit de gedingstukken. Dit betekent dat moet worden aangenomen dat het bezwaar wel is ingediend binnen de in artikel 41, derde lid, van de La gestelde termijn. Klaagster is ontvankelijk in haar bezwaar.

De feiten

2.1

Klaagster is ambtenaar werkzaam bij Dienst Technische Inspectie (DTI).

2.2

Bij brief van 6 maart 2017 heeft klaagster verzocht om bevordering naar de rang van adjunct-commies (schaal 6).

2.3

Bij bestreden beschikking van 31 juli 2019 heeft verweerder het onder 2.2 genoemde verzoek afgewezen. Verweerder schrijft onder meer:

“(…)

Uit ambtsberichten van het hoofd van Dienst Technische Inspecties, wordt bericht dat u niet op niveau functioneert. Gezien u regelmatig arbeidsongeschikt en/of afwezig bent in verband met vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden of vakantie, kan er geen gunstige prestatie-beoordeling worden vastgelegd.

Tevens is functie van front office medewerker bij de Dienst Technische Inspecties maximaal gewaardeerd op het niveau van schaal 5.

U heeft met ingang van 14 november 2005 de maximale waardering van de functie bereikt (schaal 5), waardoor u niet bevorderd kan worden.

(…).”

Standpunten van partijen

3.1

Klaagster kan zich niet verenigen met de bestreden beschikking en voert aan dat haar nimmer is meegedeeld dat zij niet op niveau functioneert. Klaagster is nu en dan afwezig wegens haar gezondheidstoestand, maar dat is normaal binnen de overheid. Een bevorderingsverzoek mag niet worden afgewezen indien de ambtenaar gebruik maakt van zijn recht om bijzonder vrijstelling van dienst aan te vragen. Ten slotte voert klaagster aan dat de functie van administratief medewerkster maximaal gewaardeerd is op schaal 6 en niet op schaal 5. Klaagster beroept zicht hierbij op het gelijkheidsbeginsel en stelt dat de functie van administratief ambtenaar bij Colegio Educacion Profesional Intermedio wel gewaardeerd is op schaal 6.

3.2

Aan de bestreden beschikking heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klaagster niet voldoet aan de bevorderingseisen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat klaagster niet de functie van administratief medewerker bekleedt, maar de functie van medewerker front office, welke functie maximaal is gewaardeerd op schaal 5. Tevens functioneert klaagster niet op het gewenste niveau, aldus klaagster.

Het wettelijk kader

4.1

Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regelen zijn vastgesteld, overeenkomstig deze regelen.

4.2

Ingevolge artikel 4 van de Bezoldigingsregeling Aruba (BRA) dient een ambtenaar om in aanmerking te komen voor een bevordering te voldoen aan de in bijlage B opgenomen bevorderingseisen en voorts voor de vervulling van die betrekking geschikt en bekwaam te worden geacht.

4.3

Volgens de tabel voor administratieve ambtenaren gelden voor een bevordering naar adjunct-commies de volgende vereisten:

A. adjunct-commies (schaal 6)

a. diploma voor benoembaarheid tot adjunct-commies;

b. vacature; of

c. diploma middelbaar bestuursambtenaar;

d. vacature; of

e. diploma moderne bedrijfsadministratie (M.B.A.-Ned.Ass);

f. vacature; of

g. als onder I, sub E, letter g.;

h. ten minste één jaar ervaring in boekhoudkundige sector na het behalen van het desbetreffende diploma;

i. vacature; of

j. als onder I, sub E, letters a. en b. of letters d. en e.;

k. bevordering op grond van de door de betrokkene beklede functie, welke een waardering op het niveau van adjunct-commies rechtvaardigt en voorts met dien verstande dat de betrokkene reeds ten minste vier jaar dienst in de rang van hoofdklerk moet hebben volbracht;

l. vacature; of

m. diploma van de middelbare opleiding voor administratieve ambtenaren.

De beoordeling

5. Het gerecht stelt voorop dat de bevoegdheid van verweerder om ambtenaren al dan niet te bevorderen discretionair van karakter is. Dit brengt mee dat het gebruik van die bevoegdheid door het gerecht slechts terughoudend kan worden getoetst. Bij die toetsing dient het gerecht te beoordelen of verweerder na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de bestreden beschikking heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met enige rechtsregel of met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

6.1

In geschil is of verweerder op goede gronden het bevorderingsverzoek van klaagster heeft afgewezen. Verweerder heeft het verzoek op grond van twee gronden afgewezen, namelijk het ontbreken van een gunstige beoordeling en het bereiken van de maximale waardering van de functie.

6.2

Het gerecht is van oordeel dat uit de stukken blijkt dat klaagster de functie van front office medewerker bekleedt en niet de functie van administratief medewerkster. Klaagster heeft bij haar bezwaarschrift een “bevorderingsvoorstel” van het hoofd van dienst van de DTI en een “bijlage bij bevorderingsvoorstel” overgelegd waaruit zou blijken dat klaagster de functie van administratief medewerker bekleedt (schaal 6). Voornoemd bevorderingsvoorstel met bijlage is echter niet gedateerd en heeft geen handtekening van het diensthoofd. Uit de overige (wel ondertekende) stukken blijkt dat klaagster de functie van front office medewerker bekleedt, met een maximale waardering van schaal 5. Gelet hierop heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat klaagster de maximale waardering van deze functie heeft bereikt.

7. Klaagster beroept zich voorts op het gelijkheidsbeginsel. Naar het oordeel van het gerecht is er geen sprake van een gelijke geval nu de andere betrokkene, anders dan klaagster, niet werkzaam is bij DTI maar bij Colegio Profesional Intermedio. Het gerecht is gelet hierop van oordeel dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet kan slagen.

8. In het licht van het vorengaande is het gerecht dan ook van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen beslissen om het verzoek van klaagster af te wijzen.

9. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het bezwaar ongegrond is.

DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 28 september 2020 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.