Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2020:72

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
21-09-2020
Datum publicatie
14-10-2020
Zaaknummer
AUA201903082
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing bevorderingsverzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 21 september 2020

Gaza nr. AUA201903082

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[klager],

wonende in Aruba,

KLAGER,

procederende in persoon,

tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 17 juli 2019 (hierna: de bestreden beschikking) heeft verweerder het bevorderingsverzoek van klager afgewezen.

Tegen de bestreden beschikking heeft klager op 10 september 2019 bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht.

Verweerder heeft op 1 april 2020 een contramemorie met stukken ingediend.

In verband met de maatregelen ter voorkoming van verspreiding van het corona-virus, hebben partijen afgezien van een mondelinge behandeling en ingestemd met een schriftelijke afhandeling van de zaak.

De rechter heeft op 3 juni 2020 schriftelijk vragen gesteld aan partijen, en om additionele stukken gevraagd.

Klager heeft op 17 juni 2020 schriftelijk gereageerd op de contramemorie en de vragen van de rechter.

Verweerder heeft op 7 juli 2020 schriftelijk gereageerd, en de verzochte additionele stukken overgelegd.

Uitspraak is hierna bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Standpunten van partijen

1.1

Klager kan zich niet verenigen met de weigering hem te bevorderen en heeft zich op het standpunt gesteld, dat de weigering een deugdelijke motivering ontbeert en in strijd is met het beginsel van zorgvuldige voorbereiding. Klager doet tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel.

Ter onderbouwing hiervan heeft klager – samengevat – aangevoerd, dat in de bestreden beschikking niet wordt vermeld aan welke bevorderingseisen hij niet voldoet noch waarom hij niet aan de bevorderingseisen zou voldoen. Volgens klager is zijn functie gewaardeerd op het niveau van schaal 10, en voldoet hij aan de opleidingseis en de dienstanciënniteitsvereiste om te worden bevorderd naar schalen 8 en 9. Wat betreft zijn functioneren heeft klager aangevoerd, dat hij sinds 2014 geen functioneringsgesprek heeft gehad met zijn leidinggevenden, en dat hem nooit is gebleken of gezegd dat hij niet naar behoren zou functioneren.

Klager concludeert tot vernietiging van de bestreden beslissing en verzoekt het gerecht verweerder op te dragen hem te bevorderen naar de rangen van hoofdtechnisch opzichter (schaal 8) en hoofdtechnisch opzichter 1ste klasse (schaal 9).

1.2

Aan de bestreden beschikking is ten grondslag gesteld dat klager nog niet op het vereiste niveau functioneert. In zijn verweerschrift heeft verweerder aangevoerd dat klager niet voldoet aan de vereiste positieve beoordeling omtrent zijn functioneren.

Het geschil

2. Ter beoordeling ligt voor de vraag of verweerder op goede gronden heeft besloten klager, al dan niet met ingang van 1 september 2015, te bevorderen naar schaal 8 en vervolgens naar schaal 9. Bij de beoordeling neemt het gerecht het volgende in aanmerking.

Feiten

3.1

Klager is ambtenaar en werkzaam bij de Dienst Openbare Werken (DOW). Hij is sinds 1 januari 2011 (officieel) geplaatst in de functie van controleur in de afdeling Beleid en Toezicht. Deze functie is gewaardeerd op maximaal schaal 10.

3.2

Klager is bij Landsbesluit van 23 februari 2015 met ingang van 1 februari 2011 ontheven uit de rang van adjunct-commies en benoemd in/bevorderd naar de rang van technisch opzichter 1ste klasse in schaal 7.

3.3

Bij brief van 21 augustus 2018 gericht aan de minister van Ruimtelijke Ordening, Infrastructuur en Milieu (hierna: de minister), heeft klager verzocht hem te bevorderen naar schaal 8 met ingang van 1 februari 2013, naar schaal 9 met ingang van 1 februari 2015 en naar schaal 10 met ingang van 1 februari 2017.

3.4

Bij brief van 10 oktober 2018 gericht aan de minister heeft de directeur DOW geadviseerd om klager met ingang van 1 september 2015 te bevorderen naar de rang van hoofdtechnisch opzichter in schaal 8. In die brief staat -voor zover hier van belang- het volgende:

“(…) Betrokkene kon aldus met ingang van 1 februari 2015 voldoen aan een bevordering naar de rang van hoofdtechnisch opzichter (schaal 8). Betrokkene zal, bij goed functioneren en indien aan alle eisen wordt voldaan, pas met ingang van 1 februari 2019 in aanmerking kunnen komen voor een bevordering naar schaal 9 en met ingang van 1 februari 2023 [voor] een bevordering naar schaal 10.

Voor de jaren 2011 tot en met 2014 is betrokkene niet of matig/voldoende beoordeeld geweest waardoor een bevordering voor betrokkene naar de rang van hoofdtechnisch opzichter (schaal 8) niet kan worden tegengeworpen. Echter is betrokkene voor de jaren 2015 tot en met heden onvoldoende beoordeeld waardoor hij niet aan alle vereisten voor een bevordering voldoet. Aan het verzoek van betrokkene, zoals deze is geformuleerd kan niet worden voldaan.

Naar aanleiding van het bovenstaande dient het verzoek van betrokkene (…), vooralsnog te worden afgewezen.

In plaats daarvan wordt voorgesteld om betrokkene, rekening houdend met het beleid inzake 3 jaar terugwerkende kracht, met ingang van 1 september 2015 te bevorderen naar de rang van hoofdtechnisch opzichter (schaal 8).

3.5

Klager is op 29 augustus 2017 onvoldoende beoordeeld over de jaren 2014/2015 en 2016, en op 10 april 2018 onvoldoende beoordeeld over het jaar 2017, zoals blijkt uit de drie overgelegde beoordelings- cq. evaluatiestaten over de jaren 2014/2015, 2016 en 2017. Klager heeft op elk van deze beoordelingsformulieren opgemerkt dat hij het niet eens met de beoordeling.

3.6

De Departamento Recurso Humano (DRH) heeft de minister op 11 april 2019 geadviseerd om klager niet te bevorderen. In dat advies staat -voor zover hier van belang- het volgende:

“Betrokkene verzoekt bij schrijven van 21 augustus 2018 bevorderingen met ingang van:

- 1 februari 2013 naar schaal 8;

- 1 februari 2015 naar schaal 9;

- 1 februari 2017 naar schaal 10.

Afgezien van het feit dat deze bevorderingen afgewezen kunnen worden vanwege het beleid van 3 jaren terugwerkende kracht, is er ook sprake van niet voldoen aan positieve beoordeling omtrent het functioneren.

Het verzoek van betrokkene is niet conform anciënniteit van het technisch opzichtersrangenstelsel.

(…)

De directeur van de DOW stelt voor om betrokkene met ingang van 1 september 2015 naar de rang van hoofdtechnisch opzichters (schaal 8) te bevorderen wegens 3 jaren terugwerkende kracht.

Er zijn echter adviezen c.q. memo’s met negatieve beoordeling van het functioneren waardoor het verzoek afgewezen dient te worden.

Gelet op het bovenstaande wordt geadviseerd om betrokkene niet te bevorderen vanwege het niet voldoen aan de vereiste van gunstige beoordeling. (…)”.

3.7

Bij de bestreden beschikking is het verzoek van klager om te worden bevorderd, afgewezen. In die beschikking staat – voor zover hier van belang – het volgende:

“(…) Uit ambtsberichten van de directeur van de Dienst Openbare Werken is vernomen dat u nog niet op het vereiste niveau functioneert. Derhalve is uw verzoek voor een bevordering niet voor inwilliging vatbaar. (…)”

Wettelijk kader

4.1

Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (de Lma) geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regelen zijn vastgesteld, overeenkomstig deze regelen.

4.2

Ingevolge artikel 4, eerste en tweede lid van de Bezoldigingsregeling Aruba (de BRA) dient een ambtenaar om in aanmerking te komen voor een bevordering te voldoen aan de in bijlage B opgenomen bevorderingseisen voor de betreffende betrekking en voorts voor de vervulling van die betrekking geschikt en bekwaam te worden geacht.

4.3

Voor een bevordering tot de rang van hoofdtechnisch opzichter in schaal 8 gelden naast de opleidingsvereiste van MTS-diploma of tenminste daaraan gelijkwaardige opleiding, onder meer de voorwaarden dat de betrokken ambtenaar een functie bekleedt die een waardering op het niveau van hoofdtechnisch opzichter rechtvaardigt (functiezwaarte) en voorts reeds ten minste drie jaar in de rang van technisch opzichter 1ste klasse moet hebben volbracht (dienstanciënniteit).

Voor een bevordering tot de rang van hoofdtechnisch opzichter 1ste klasse in schaal 9 gelden onder meer de voorwaarden dat de betrokken ambtenaar een functie bekleedt die een waardering op het niveau van hoofdtechnisch opzichter 1ste klasse rechtvaardigt en voorts reeds ten minste vier jaar in de rang van hoofdtechnisch opzichter klasse moet hebben volbracht.

4.4

Ingevolge de circulaire van de minister van Algemene Zaken van 9 december 2008 (DPO/661/08 geh.), werken bevorderingen niet verder terug dan tot drie jaren vóór het indienen van het bevorderingsverzoek.

Ontvankelijkheid

5.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de La, wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking of de aangevallen handeling of weigering genomen, verricht of uitgesproken is.

Ingevolge het derde lid wordt hij die bezwaar inbrengt na de hiervoor bepaalde termijn, niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking, handeling of weigering redelijkerwijs heeft kunnen kennis dragen.

5.2

Het gerecht stelt vast dat het bezwaarschrift niet is ingediend binnen de termijn gesteld in artikel 41, eerste lid, van de La. Uit het ontvangstbewijs blijkt echter dat klager de bestreden beschikking op 13 augustus 2019 heeft ontvangen. Aangenomen dient dan te worden dat hij op die datum kennis heeft kunnen dragen van de beschikking. Nu hij binnen dertig dagen daarna, op 10 september 2019, bezwaar daartegen heeft gemaakt is het bezwaar ontvankelijk.

Inhoudelijk

6. Vooropgesteld zij dat bevordering geen recht van de betrokken ambtenaar is noch een automatisme, doch een discretionaire bevoegdheid van het bevoegde gezag. Dit betekent dat het gebruik van die bevoegdheid door het gerecht slechts terughoudend kan worden getoetst. Bij die toetsing dient het gerecht te beoordelen of verweerder na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de bestreden beschikking heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met enige rechtsregel of met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

7.1

Klager is laatstelijk met ingang van 1 februari 2011 bevorderd naar de rang van technisch opzichter 1ste klasse in schaal 7. Uit voornoemde eisen voor een bevordering naar de rang van hoofdtechnisch opzichter volgt dat klager pas vanaf 1 februari 2014 voldoet aan de anciënniteitsvereiste. Op grond van het bestendige beleid inzake terugwerkende kracht van bevorderingen, komt klager, gelet op de datum van zijn verzoek, echter niet eerder dan 1 september 2015 in aanmerking voor die bevordering.

7.2

Verder geldt dat een ambtenaar onder meer, gunstig c.q. voldoende moet zijn beoordeeld om in aanmerking te kunnen komen voor een bevordering. Die beoordeling aan de hand van objectieve maatstaven, wordt doorgaans gedaan door de desbetreffende dienst. De DOW heeft een beoordelings- c.q. evaluatiesysteem in gebruik waarbij op grond van de onderdelen gedragscriteria en gemaakte afspraken, bestaande uit telkens zes categorieën, punten worden gescoord. Het gaat hier dus om een objectieve beoordeling. Dat de betrokken ambtenaar het niet eens is met de behaalde score c.q. beoordeling, maakt dit niet anders.

7.3

In dit geval volgt uit de beoordelingsformulieren dat het functioneren van klager vanaf 2014/12015 onvoldoende is bevonden. Niet is echter gebleken dat klagers functioneren in de beoordelingsperiode vanaf februari 2011 tot februari 2014, zijnde de datum waarop hij in beginsel voldeed aan de dienstanciënniteitseis voor een bevordering naar de rang van hoofdtechnisch opzichter in schaal 8, ongunstig is beoordeeld. Zulks volgt ook uit het voorstel van de directeur van de DOW van 10 oktober 2018, waarin staat “Voor de jaren 2011 tot en met 2014 is betrokkene niet of matig/voldoende beoordeeld geweest.”

7.4

Nu verder niet in geschil is dat klager voldoet aan de overige bevorderingseisen, is de beslissing om klager niet te bevorderen naar de rang van hoofdtechnisch opzichter zoals door de directeur van de DOW is voorgesteld, onbegrijpelijk en onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd.

7.5

Wat betreft het verzoek van klager om bevorderd te worden naar de rang van hoofdtechnisch opzichter 1ste klasse in schaal 9, overweegt het gerecht dat gelet op de ongunstige beoordelingen vanaf 2015, verweerder op goede gronden dit verzoek heeft afgewezen.

8. Gelet op het voorgaande is het bezwaar gedeeltelijk gegrond, namelijk voor wat betreft de weigering om klager met ingang van 1 september 2015 naar de rang van hoofdtechnisch opzichter in schaal 8 te bevorderen. De bestreden beschikking zal worden vernietigd en verweerder zal worden opgedragen om ten aanzien van dit punt een nieuwe beslissing te nemen.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar gegrond;

vernietigt de bestreden beschikking van 17 juli 2019;

draagt verweerder op om binnen een termijn van twee maanden na dagtekening van deze uitspraak opnieuw op het verzoek van klager te beslissen, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 september 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.