Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2020:58

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
15-06-2020
Datum publicatie
28-07-2020
Zaaknummer
GAZ CUR20804349
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Disciplinaire straf voorwaardelijk ontslag. Klager had zich moeten realiseren dat zijn handelen nadelig was voor een goed verloop van de nachtdienst en dat dat het voorkomen of beëindigen van levensgevaarlijke situaties voor burgers had kunnen bemoeilijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO

Uitspraak

in de zaak van:

[klager],

wonende in Curaçao,

klager,

gemachtigde: A.V.E. Vilchez,

tegen

de Regering van Curaçao,

verweerster,

gemachtigde: mr. S.X.T. Hato, advocaat.

Procesverloop

Bij landsbesluit gedagtekend 3 oktober 2018, door klager ontvangen op 20 november 2018, heeft verweerster klager met ingang van de datum van dagtekening van het landsbesluit met toepassing van artikel 102, eerste lid aanhef en onder i, van het Besluit Rechtspositie Korps Nederlandse Antillen 2000 (het Rechtspositiebesluit) de disciplinaire straf van ontslag opgelegd met de bepaling dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij klager zich gedurende een termijn van twee jaren schuldig maakt aan een soortgelijk plichtsverzuim of aan enig ander ernstig plichtsverzuim (het strafbesluit).

Daartegen heeft klager op 20 december 2018 pro forma bezwaar gemaakt (het bezwaar).

Verweerster heeft een contramemorie ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van het Gerecht op 14 mei 2020. Klager is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerster werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde.

Overwegingen

1. Klager is sinds 1 oktober 1990 benoemd als ambtenaar van politie en is met ingang van 1 december 2013 benoemd in de functie van Senior Medewerker Noodhulp/Handhaving.

2. Op 23 januari 2018 had klager samen met een collega nachtdienst bij het Wijkbureau Montagne (het bureau). Zij zouden als de enige patrouille-eenheid van het bureau optreden gedurende de nachtdienst. De collega heeft zich ziekgemeld. De Teamleider heeft een collega van het Wijkbureau Rio Canario (de vervanger) bereid gevonden om de zieke collega te vervangen, maar de vervanger moest wel worden opgehaald bij het Wijkbureau Rio Canario. De Teamleider heeft klager verzocht dat te doen. Klager heeft dat geweigerd. Hierna heeft de Teamleider klager opgedragen om dat te doen. Klager heeft geweigerd aan die opdracht te voldoen en heeft zich vervolgens ziek gemeld.

Bij besluit van 11 juni 2018, door klager ontvangen op 17 juli 2018, heeft verweerster haar voornemen bekend gemaakt om klager de disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag op te leggen en hem de mogelijkheid gegeven om zich hiertegen te verweren. Klager heeft verweer gevoerd.

3. Klager stelt dat verweerster het strafbesluit baseert op de onjuiste en onvolledige weergave die de Teamleider heeft gegeven over hetgeen op 23 januari 2018 is gebeurd. Ter zitting heeft klager ter onderbouwing hiervan verklaard dat hij op de bewuste dag al bij het begin van zijn dienst aan collega’s had gezegd dat hij zich niet goed voelde. Klager heeft ter zitting verder uitgelegd dat hij toen last had van hoge bloeddruk, maar desondanks is gaan werken en meent dat de Teamleider dat ten onrechte niet heeft gemeld in het door hem opgemaakte rapport.

4. Verweerster stelt dat de feiten opgenomen in het rapport van de Teamleider, dat op ambtseed is opgemaakt, niet onjuist zijn. Volgens verweerster is het voorwaardelijk ontslag gerechtvaardigd omdat de gedraging van klager, kort gezegd, als dienstweigering kan worden aangemerkt en de ziekmelding van klager verdacht is. Die gedraging kon, aldus verweerster, onvoorziene gevolgen hebben gehad, waaronder gevaar voor het leven van derden, indien gedurende die nachtdienst met spoed assistentie had moeten worden verleend. Verder heeft verweerster aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat klager er niet voor heeft geschroomd om zich op die manier te gedragen terwijl hij wist dat een disciplinair traject liep in verband met een ander plichtsverzuim van hem.

5. Het Gerecht dient te beoordelen of verweerster gelet op de gedragingen van klager in redelijkheid tot de conclusie mocht komen dat bestraffing met een voorwaardelijk ontslag gerechtvaardigd was.

6. Op grond van artikel 76, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit is de ambtenaar van politie gehouden zijn ambtsverplichtingen nauwgezet en ijverig te vervullen en zich overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar van politie betaamt.

Op grond van artikel 101, derde lid, omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van een voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar van politie in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

7. De stelling van klager dat verweerster het strafbesluit baseert op een onvolledige en onjuiste weergave van feiten is niet onderbouwd en slaagt daarom niet. Klager heeft geenszins aannemelijk gemaakt, bijvoorbeeld door indiening van een medische verklaring, dat hij op de bewuste dag ziek was en heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat hij aan de Teamleider heeft meegedeeld dat hij wegens ziekte niet in staat was om zijn collega van het Wijkteam Rio Canario op te halen. Voor zover klager verwezen heeft naar zijn verweer tegen het voornemen tot strafoplegging kan dat hem niet baten omdat hij dat verweerschrift niet in deze procedure heeft overgelegd. Het Gerecht kan dat daarom niet bij zijn oordeel betrekken. In het licht hiervan kan het Gerecht dan ook niet aannemen dat verweerster ten onrechte van een verdachte ziekmelding is uitgegaan en is evenmin aannemelijk geworden dat verweerster ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat klager geweigerd heeft aan de opdracht van zijn leidinggevende te voldoen. Het Gerecht is het met verweerster eens dat dergelijke gedragingen plichtsverzuim opleveren. Klager had zich moeten realiseren dat zijn handelen nadelig was voor een goed verloop van de nachtdienst en dat dat mogelijkerwijs het voorkomen of beëindigen van levensgevaarlijke situaties voor burgers had kunnen bemoeilijken. Gelet op het voorgaande en gelet op het feit dat klager al eerder disciplinair is gestraft, heeft verweerster in redelijkheid tot het strafbesluit kunnen komen. Het bezwaar is ongegrond.

Beslissing

Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaart het bezwaar ongegrond.

Aldus gedaan door mr. N.M. Martinez, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2020 in tegenwoordigheid van mr. S.N. Aswani, griffier.

Tegen deze uitspraak staat voor beide partijen binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger of gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest, en in alle andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending van de uitspraak of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, hoger beroep open bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Zie titel IV hoofdstuk 1 van de RAr.