Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2020:17

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
10-02-2020
Datum publicatie
04-05-2020
Zaaknummer
AUA202000087 en AUA202000225
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om het treffen van een voorziening bij voorraad - ordemaatregel - toegangsontzegging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 10 februari 2020

Gaza nrs. AUA202000087 en AUA202000225

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het verzoek tot het treffen van een beslissing bij voorraad als bedoeld in

artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[verzoek],

wonend in Aruba,

VERZOEKER,

gemachtigde: mr. E. Duijneveld,

gericht tegen:

DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 15 december 2019 (de bestreden beschikking 1) heeft de commandant van de brandweer besloten om verzoeker per direct de toegang te ontzeggen tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen en voertuigen van de Dienst Brandweer (DB) voor de duur van zes weken.

Tegen de bestreden beschikking heeft verzoeker op 14 januari 2020 bezwaar gemaakt bij dit gerecht.

Tevens heeft hij zich op 14 januari 2020 tot het gerecht gewend met onderhavig verzoek (zaaknummer AUA202000087).

Bij beschikking van 21 januari 2020 (de bestreden beschikking 2) heeft de commandant van de brandweer besloten om de toegangsontzegging met zes weken te verlengen.

Tegen deze beschikking heeft verzoeker op 23 januari 2020 bezwaar gemaakt bij dit gerecht.

Tevens heeft hij zich op 23 januari 2020 tot het gerecht gewend met onderhavig verzoek (zaaknummer AUA202000225).

De voorzieningenrechter heeft de verzoekschriften samen op 27 januari 2020 in raadkamer behandeld. Verzoeker is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. Tevens waren namens DB aanwezig de heer E. de Cuba (commandant) en de heer Tromp (waarnemer).

OVERWEGINGEN

Het wettelijk kader

1.1

Ingevolge artikel 94 van de La kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is.

Voor zover de toetsing aan het in artikel 94 La neergelegde criterium meebrengt dat een beoordeling van het geschil in de hoofdzaak wordt gegeven, heeft het oordeel van de rechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend in de bodemprocedure.

Voor honorering van het verzoek is vereist dat een aanmerkelijke kans bestaat dat de bestreden beschikking in bezwaar niet in stand zal blijven, en dat verzoeker een zodanig spoedeisend belang heeft dat niet van hem kan worden gevergd dat hij de beslissing in de bodemzaak afwacht.

1.2

Ingevolge artikel 48 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) kan aan een ambtenaar door of namens de betrokken minister de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd.

Een toegangsontzegging met toepassing van artikel 48 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht is een voorlopige ordemaatregel. De beschikking waarmee deze ordemaatregel is aangezegd dient te bevatten, de juridische grondslag, de precieze reden, het tijdstip van inwerkingtreding en de te verwachten duur van de ordemaatregel.

Een toegangsontzegging dient in de regel niet langer te duren dan de tijd die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze aan het bevoegde gezag moet worden gelaten om nadere beslissingen te nemen over de rechtspositie van de ambtenaar. Deze termijn is in de jurisprudentie bepaald op zes weken, met de mogelijkheid tot verlening ervan.

De feiten

2.1

Verzoeker is ambtenaar werkzaam bij DB, in de functie van centralist.

2.2

Op 15 december 2019 had verzoeker nachtdienst. Tijdens de nachtdienst was er noodzaak voor een ambulance vanwege een ongeluk. De alarmcentrale was onbereikbaar voor de centrale politiepost, waardoor er een politiepatrouille naar de alarmcentrale is gestuurd om de melding door te geven.

2.3

Bij bestreden beschikking 1 van 15 december 2019 heeft de commandant van de brandweer, in overleg met verweerder, besloten om klager per direct de toegang te ontzeggen tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen en voertuigen van de Dienst Brandweer (DB) voor de duur van zes weken. De commandant schrijft onder anderen:

“(…)

De toegangsontzegging vindt plaats in verband met een intern onderzoek aangaande het verzuimen van uitvoeren van uw werkzaamheden tijdens de nachtdienst van de 15de december 2019. U werd slapend aangetroffen terwijl er noodzaak was voor de ambulancedienst en de Alarm Centrale onbereikbaar was.”

2.4

Bij brief van 16 december 2019 verzoekt de commandant van de brandweer aan de Departamento Recurso humano (DRH) om een disciplinaire procedure tegen verzoeker op te starten. De commandant schrijft onder anderen:

“De Dienst heeft vernomen dat tijdens de nachtdienst van 15 december 2019 een noodzaak was voor een ambulance tijdens een ongeval. De Alarm Centrale was onbereikbaar voor de Centrale Post van de Politie. Omdat de AC niet te bereiken was werd een politie patrouille naar de AC gestuurd om zo de melding door te geven. Bij aankomst trof de politie agenten beide centralisten, waaronder dhr [klager], slapend aan tijdens de dienst.

(…)”.

2.5

Bij bestreden beschikking 2 van 21 januari 2020 heeft de commandant van de brandweer besloten om de toegangsontzegging met zes weken te verlengen. De commandant schrijft onder anderen:

“(…)

Zoals al aan u is meegedeeld, deze toegangsontzegging vindt plaats in verband met een intern onderzoek aangaande uw plichtsverzuim v.w.b. uw Dienst.”

De standpunten van partijen

3.1

Aan de bestreden beschikking 1 heeft verweerder ten grondslag gelegd dat verzoeker slapend werd aangetroffen tijdens de nachtdienst terwijl er noodzaak was voor de ambulancedienst. De alarmcentrale was volgens verweerder onbereikbaar. Aan de bestreden beschikking 2 heeft verweerder ten grondslag gelegd dat het onderzoek nog niet is afgerond. Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat het onderzoek nog lopend is. Het rapport van de politie is inmiddels klaar. Verweerder is nog in afwachting van de uitdraai van SETAR. Verzoeker en zijn collega zijn slapend op een veldbed aangetroffen onder een deken. Het is niet de bedoeling dat de centralisten hun werkzaamheden op een veldbed uitoefenen. Het was de DB niet bekend dat er in het kantoor een veldbed aanwezig was.

3.2

Verzoeker is het niet eens met de toegangsontzegging en de verlenging daarvan en stelt zich op het standpunt dat verweerder niet de benodigde zorgvuldigheid heeft betracht bij het nemen van de ordemaatregel. Verzoeker wordt benadeeld nu de toegangsontzegging al zo lang duurt. Er valt geen onderzoek meer te verrichten. Verzoeker was net naar het toilet toen de telefoon afging. Zijn collega was op dat moment bezig aan een andere lijn. Toen verzoeker uit het toilet terugkwam rinkelde de telefoon niet meer. Verzoeker erkent dat hij in een liggende positie werd aangetroffen maar ontkent dat hij aan het slapen was. Verzoeker betoogt dat alle centralisten gebruik maken van het veldbed en de deken. Het is namelijk zeer koud in het kantoor. Verzoeker verzoekt om de bestreden beschikkingen te schorsen.

De beoordeling

4.1

De voorzieningenrechter stelt vast dat de juridische grondslag, de precieze reden, het tijdstip van inwerkingtreding en de (te verwachten) duur van de ordemaatregel zijn opgenomen in de bestreden beschikking 1 (zie 2.3).

4.2

De voorzieningenrechter stelt vast dat de termijn van de toegangsontzegging zoals gegeven in de bestreden beschikking 1, op 26 januari jl. is verlopen. Voor een schorsing van deze reeds uitgewerkte beschikking is dan ook geen ruimte meer. Op grond hiervan dient dit verzoek (AUA202000087) te worden afgewezen.

5.1

Ten aanzien van de bestreden beschikking 2 overweegt de voorzieningenrechter dat een (verlenging van) een toegangsontzegging een tijdelijke ordemaatregel is die er primair toe strekt te voorkomen dat een ingesteld disciplinair onderzoek wordt bemoeilijkt en die er tevens toe strekt om de orde en rust binnen de dienst te bewaren. Het beweerde plichtsverzuim hoeft nog niet vast te staan. Naar voorlopig oordeel vormen de door verweerder aangedragen feiten en omstandigheden, en de verklaring van verzoeker zelf, een voldoende grondslag voor de ten aanzien van verzoeker getroffen maatregel. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat vast staat dat de alarmcentrale voor de politiewacht onbereikbaar was, dat de politiewacht een patrouille naar de alarmcentrale heeft gestuurd en dat verzoeker in een liggende positie op een veldbed en onder een deken, is aangetroffen. Mede in het licht hiervan kunnen de aan verzoeker gemaakte verwijten vooralsnog niet zonder meer als ongefundeerd ter zijde worden geschoven.

5.2

Voor het treffen van een voorziening bij voorraad bestaat onder deze omstandigheden geen grond. Het verzoek (AUA202000225) wordt afgewezen.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

wijst de verzoeken af.

Deze uitspraak is gegeven door mr. M. Soffers, ambtenarenrechter, en uitgesproken in raadkamer op 10 februari 2020 in aanwezigheid van de griffier.

Ingevolge het bepaalde in artikel 94, lid 4, Landsverordening ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel open.