Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2020:118

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
14-12-2020
Datum publicatie
24-06-2021
Zaaknummer
AUA201903902, AUA201903903, AUA201903904, AUA201903905, AUA201903906, AUA201903907, AUA201903908, AUA201903909, AUA201903910 en AUA201903911
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toekenning van twee extra periodieke verhogingen van bezoldiging - Anders dan klagers menen kan het afronden van het eerste jaar van de opleiding (het basisgedeelte) niet gelijk worden gesteld met het behalen van een voor de dienst belangrijk vakdiploma.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 14 december 2020

Behorende bij zaken met nummers AUA201903902, AUA201903903, AUA201903904, AUA201903905, AUA201903906, AUA201903907, AUA201903908, AUA201903909, AUA201903910 en AUA201903911

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

  1. [Klaagster 1] ,

  2. [Klaagster 2] ,

  3. [Klaagster 3] ,

  4. [Klaagster 4] ,

  5. [Klager 5] ,

  6. [Klaagster 6] ,

  7. [Klaagster 7] ,

  8. [Klager 8] ,

  9. [Klaagster 9] ,

  10. [Klaagster 10] ,

allen wonend te Aruba,

KLAGERS,

gemachtigde: mr. L.A. Hernandis,

tegen:

de Gouverneur van Aruba,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij ten aanzien van ieder der klagers afzonderlijk genomen beschikkingen van 3 oktober 2019 (de bestreden beschikkingen), heeft verweerder het gezamenlijk verzoek van klagers om toekenning van twee periodieke verhogingen van bezoldiging in verband met het afronden van het eerste gedeelte van de opleiding voor de benoembaarheid tot verificateur der Invoerrechten en Accijnzen, afgewezen.

Tegen deze beschikkingen hebben klagers op 8 november 2019 bezwaar gemaakt bij dit gerecht.

Verweerder heeft bij emailbericht van 28 mei 2020 stukken ingediend.

De zaak is op 22 juni 2020 behandeld ter zitting, alwaar zijn verschenen klagers sub 1, 4 en 8 in persoon bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd en de andere klagers bij de hun gemachtigde voornoemd, en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De ontvankelijkheid

1.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken.

Het derde lid van dit artikel bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen.

1.2

Klagers hebben hun bezwaarschrift na het verstrijken van de in artikel 41, eerste lid, van de La gestelde termijn ingediend. Klagers hebben echter onweersproken gesteld de bestreden beschikkingen op 22 respectievelijk 23 oktober 2019 te hebben ontvangen. Dit betekent dat het bezwaar is ingediend binnen de in artikel 41, derde lid, van de La gestelde termijn. Klagers zijn derhalve ontvankelijk in hun bezwaar.

De feiten

2.1

Klagers zijn allen als douaneambtenaren werkzaam bij het Departamento di Aduana.

2.2

Klagers hebben op 24 februari 2017 het basisdeel van de verificateursopleiding Aruba 2015-2018 met succes afgerond.

2.3

Bij brief van 7 maart 2017 hebben klagers aan verweerder verzocht om hen twee periodieke verhogingen toe te kennen, in verband met het met succes afronden van het basisdeel van de verificateursopleiding.

2.4

Medio 2018 hebben klagers het diploma van de Verificateursopleiding 2015-2018 behaald. Klagers zijn in verband met het behalen van dit diploma, met ingang van 1 juli 2018 bevorderd naar de rang van verificateur der invoerrechten en accijnzen (schaal 11).

2.5

Bij bestreden beschikkingen van 3 oktober 2019 heeft verweerder het verzoek van klagers van 7 maart 2017 om toekenning van twee extra periodieken, afgewezen. In die beschikkingen staat telkens – voor zover hier van belang – het volgende:

“(…) De regeling van het toekennen van twee extra periodieke verhogingen van bezoldiging bij het behalen van een voor de dienst belangrijk vakdiploma heeft als doel ambtenaren te stimuleren om een studie te volgen, ook als dit niet tot een bevordering leidt. Als aan het behalen van een dergelijk relevant vakdiploma direct of indirect een bevordering is gekoppeld, vindt er geen toekenning van twee extra periodieken plaats. (…) Conform de benoemings- en bevorderingseisen geldt de volgende voorwaarden. Degenen die de verificateursopleiding Douane Aruba met succes afronden komen in aanmerking voor een bevordering naar de rang van verificateur der invoerrechten en accijnzen (schaal 11). Door het behalen van het diploma van de verificateursopleiding 2015-2018 werd u met ingang van 1 juli 2018 bevorderd naar de rang van verificateur der invoerrechten en accijnzen (schaal 11). (…) Tevens dient vermeld te worden dat u op 24 februari 2017 met succes het basisgedeelte had afgerond. Het basisgedeelte vormt een onderdeel van de gehele verificateursopleiding. Pas bij het afronden van het gehele verificateursopleiding is er sprake van een wettelijk erkend diploma (…) Verder dient vermeld te worden dat dubbele beloningen niet mogelijk is (…)”.

Standpunten van partijen

3.1

Klagers stellen zich onder verwijzing naar de uitspraak van Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van 21 maart 2017 (RvBAz 2015/76382), op het standpunt dat zij ten tijde van het behalen van het basisgedeelte van de Verificateursopleiding reeds een functie op schaal 10 vervulden, en daarom conform het door verweerder gevoerde beleid in aanmerking komen voor toekenning van twee periodieke verhogingen van bezoldiging wegens het behalen van een voor de dienst belangrijk vakdiploma. Klagers betwisten dat zij, zoals verweerder stelt, door het toekennen van twee periodieken dubbel zouden worden beloond.

3.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de bestreden beschikkingen op goede gronden zijn genomen en dat de onderscheiden bezwaarschriften van klager ongegrond zijn.

De overwegingen

4.1

Het gerecht stelt voorop dat het door verweerder gevoerde beleid inzake het toekennen van twee periodieke verhogingen bij het behalen van een voor de dienst belangrijk vakdiploma, zogeheten buitenwettelijk begunstigend beleid betreft, dat door het gerecht terughoudend dient te worden getoetst.

4.2

In de circulaire van 7 februari 2017 van de minister van Financiën en Overheidsorganisatie inzake beloning bij het behalen van een voor de dienst belangrijk vakdiploma staat, dat het beleid met ingang van 1 februari 2017 is aangepast.

In die circulaire staat verder, dat het beleid als doel heeft overheidswerknemers te stimuleren om een relevante studie te volgen en af te maken, dat een voor de dienst belangrijk vakdiploma een wettelijk erkend diploma is dat van belang is voor de dienst waar de overheidswerknemer werkzaam is, dat het toekennen van twee extra periodieken verhogingen bij het behalen van een voor de dienst relevant vakdiploma is afgeschaft, en dat bij de executieve diensten het behalen van relevante vakdiploma’s gekoppeld is aan rangen.

4.3

Ingevolge de bevorderingseisen opgenomen in het Landsbesluit bijzondere rechtspositionele bepalingen douaneambtenaren (AB 1995 no. 59, zoals gewijzigd bij AB 2016 no. 61), is voor een bevordering naar de rang van verificateur der invoerrechten en accijnzen (schaal 11) onder andere vereist dat de betrokkene het examen voor benoembaarheid tot verificateur der invoerrechten en accijnzen met gunstig gevolg heeft afgelegd.

Niet in geschil is dat de verificateursopleiding een 2½ jaar durende opleiding is, die wordt afgerond met een examen tot benoembaarheid tot verificateur der invoerrechten en accijnzen.

4.4

Anders dan klagers menen kan het afronden van het eerste jaar van de opleiding (het basisgedeelte) niet gelijk worden gesteld met het behalen van een voor de dienst belangrijk vakdiploma. Uit het bovenstaande volgt immers dat zij pas bij het met gunstig gevolg afleggen van het examen voor benoembaarheid tot verificateur der invoerrechten en accijnzen een wettelijk erkend diploma behalen die van belang is voor de douanedienst. Niet in geschil is dat klagers na het met succes afronden van de verificateursopleiding zijn bevorderd naar de rang van verificateur der invoerrechten en accijnzen. Gelet hierop komen klagers niet in aanmerking voor twee periodieke verhogingen.

4.5

Wat betreft het beroep van klagers op het gelijkheidsbeginsel onder verwijzing naar de gevallen van de douaneambtenaren die het eerste gedeelte van het examen voor benoembaarheid tot hoofdkommies der invoerrechten en accijnzen met gunstig gevolg hebben afgelegd, overweegt het gerecht dat dat beroep niet kan slagen reeds omdat het buitenwettelijk begunstigend beleid met ingang van 1 februari 2017 is aangepast, en de gevallen waarop klagers doelen van vóór die tijd stammen. Bovendien betreffen het geen gelijke gevallen, nu in bedoelde gevallen – anders dan bij klagers - het behalen van het eerste gedeelte van het examen voor benoembaarheid tot hoofdkommies der invoerrechten en accijnzen een op zichzelf staande opleidingseis vormt voor een bevordering naar de rang van kommies der invoerrechten en accijnzen 1ste klasse.

5. Gelet op het bovenstaande is het gerecht van oordeel dat de bestreden beschikkingen op goede gronden zijn genomen en dat het bezwaar van klagers ongegrond dient te worden verklaard.

BESLISSING:

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar van klagers ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.