Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2020:109

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
23-11-2020
Datum publicatie
26-11-2020
Zaaknummer
AUA202001024
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

plichtsverzuim - disciplinaire straf van berisping

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 23 november 2020

Gaza nr. AUA202001024

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[Klager],

wonend te Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. R.P. Lee,

tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. K. Veekmans (DRH).

PROCESVERLOOP

Bij landbesluit van 3 maart 2020 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten om aan klager de disciplinaire straf van een schriftelijke berisping op te leggen.

Hiertegen heeft klager op 6 april 2020 bezwaar gemaakt bij het gerecht.

Verweerder heeft op 17 juli 2020 een contramemorie bij het gerecht ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 oktober 2020. Klager is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. Tevens waren aanwezig drs. L. Vandormael-Moons (Hoofd personeel en organisatie) en O.J. Maduro (chef Financiële Zaken).

De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De ontvankelijkheid

1.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking is gegeven.

Ingevolge het derde lid, voor zover thans van belang, wordt hij die bezwaar inbrengt na de hiervoor bepaalde termijn niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking redelijkerwijs kennis heeft kunnen dragen.

1.2

Klager heeft zijn bezwaarschrift na het verstrijken van de in artikel 41, eerste lid, van de La gestelde termijn ingediend. Hij heeft echter onweersproken gesteld dat hij het bestreden landsbesluit pas op 1 april 2020 heeft ontvangen, zodat het gerecht ervan uitgaat dat hij zijn bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de bestreden beschikking kennis heeft kunnen dragen. Klager is derhalve, ingevolge artikel 41, derde lid, van de La, ontvankelijk.

Het wettelijk kader

2.1

Ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Lma is de ambtenaar gehouden de plichten uit zijn ambt voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.

2.2

Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Lma kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege door het bevoegd gezag disciplinair worden gestraft.

Ingevolge het tweede lid omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort te doen of na te laten.

2.3

In artikel 83, eerste lid, aanhef en onder a, van de Lma is bepaald dat de disciplinaire straf van een schriftelijke berisping kan worden toegepast.

De feiten

3.1

Klager is ambtenaar. Bij landsbesluit van 17 december 2015 heeft verweerder besloten om klager met ingang van 4 augustus 2014 te plaatsen bij Departamento di Impuesto (DIMP).

3.2

Op 12 april 2018 heeft zich een voorval voorgedaan tussen een klant van de DIMP en klager.

3.3

Op 18 oktober 2018 is er bij de DIMP een klacht binnengekomen dat klager klanten heeft toegelaten tot de ruimte waar nummerplaten opgeborgen staan.

3.4

Bij brief van 6 maart 2019 heeft verweerder klager in de gelegenheid gesteld om zich ten aanzien van het verweten gedrag te verantwoorden.

3.5

Bij brief van 21 maart 2019 legt klager - middels de voorzitter van de vakbond TOPA - verantwoording af. De voorzitter schrijft onder meer:

“(…)

In de brief van 06 maart 2019 wordt dhr. [klager] verweten dat hij zijn temperament niet kan beheersen en dat hij af en toe een onacceptabel gedrag vertoonde. Die stellingen worden ontkend en betwist. Dat een ambtenaar op een gegeven moment zijn temperament niet meer kan beheersen kan door allerlei redenen. De fout hoeft niet per se bij de betrokken ambtenaar te zijn. Het kan ook zijn dat een ambtenaar op den duur zijn temperament enigszins verliest, doordat hij jarenlang onheus wordt gedragen door zijn werkgever en nooit op een eerlijke manier op zijn functionering en prestaties wordt beoordeeld en dat die ambtenaar zevenentwintig (27) jaar lang moet verduren in eenzelfde bezoldiging, zonder ooit bevorderd te kunnen worden, naar een naast hogere rang. Het zijn eerder deze omstandigheden, niet het karakter van dhr. [klager], dat ertoe kunnen hebben geleid dat dhr. [klager] enigszins een beetje temperamentvol wordt, maar niet in een fase waarin hij zijn temperament niet kan beheersen. Dat wordt ontkend en betwist.

(…)

Ten aanzien van het verwijt van 12 april 2018 wordt in de brief van 06 maart 2019 niet aangegeven dat dhr. [klager] achter in de kantoorruimte was om nummerplaten voor de cliënten te zoeken, toen de klant - doordat de deur van de ruimte niet goed sluit - zelf de deur heeft opengemaakt en zichzelf toegang heeft verschaft tot de kantoorruimte. (…) Toen dhr. [klager] zich weer begaf naar de balie met de nummerplaten in zijn hand, komt hij de klant tegemoet. De klant was boos en heeft iedereen in dat kantoor aangevallen. (…) Dhr. [klager] is dus de enige die dat initiatief heeft genomen om de klant aan te wijzen wat de regels zijn bij het DIMP en dat hij die ruimte moet verlaten.

(…)

Het verwijt in de brief van 06 maart 2019 dat dhr. [klager] op 18 oktober 2018 weer een klant heeft binnengelaten tot de ruimte waar alle nummerplaten staan verborgen, berust niet op de waarheid. (…) De klant heeft, doordat de deur niet goed sluit en op een kiertje opblijft zichzelf onbevoegd toegang verleent tot die ruimte.

(…)”.

3.6

Bij bestreden landbesluit van 3 maart 2020 heeft verweerder besloten om aan klager, met toepassing van artikel 83, eerste lid, aanhef en onder a, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) de disciplinaire straf van een schriftelijke berisping op te leggen.

De standpunten van partijen

4.1

Verweerder heeft aan het bestreden landsbesluit ten grondslag gelegd dat klager in strijd heeft gehandeld met de voor hem geldende regels op de werkplek en dat klager zich agressief heeft gedragen. Klager heeft een klant/kennis tot een kantoor toegelaten waar alle nummerplaten opgeborgen staan. Ter zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het verwijt ten aanzien van aan een klant toegang tot het SAP-systeem verlenen, niet meer wordt gehandhaafd. Ook heeft klager zich ten opzichte van de leidinggevende agressief gedragen. Hij is al verschillende keren op zijn gedrag en/of houding aangesproken.

4.2

Klager kan zich niet verenigen met de hem bij bestreden beschikking opgelegde schriftelijke berisping en heeft zich - kort samengevat - op het standpunt gesteld dat hij op geen enkel moment een klant/kennis heeft binnengelaten in de kantoorruimte. De deur van de ruimte sluit niet goed. De klant heeft zichzelf binnengelaten. Klager heeft de klant erop geattendeerd. Hij heeft de klant geen toegang tot het SAP-systeem verleend. Het kan zijn dat klager af en toe zijn temperament enigszins verliest omdat hij jaren onheus wordt behandeld door de werkgever. Echter niet in zulke mate dat hij zijn temperament niet kan beheersen.

De beoordeling

5.1

Om plichtsverzuim te kunnen aannemen moet op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde, gegevens de overtuiging zijn verkregen dat de betrokken ambtenaar zich aan de hem verweten gedraging daadwerkelijk heeft schuldig gemaakt.

5.2

Uit de stukken, de verklaringen van collega’s en uit de verklaring van klager zelf, blijkt dat klager zijn temperament niet altijd kan beheersen. Uit de verklaringen van de collega’s blijkt vervolgens dat het niet de eerste keer is dat klager zich agressief opstelt. Naar het oordeel van het gerecht geven de verklaringen een eenduidig beeld. Voorts blijkt uit de stukken dat op 19 april 2018 een gesprek tussen klager, zijn chef en de personeelsfunctionaris heeft plaatsgevonden waarbij afspraken zijn gemaakt met klager, waaronder de afspraak dat klager zijn temperament voortaan zal beheersen.

5.3

Uit de stukken (waaronder foto’s) en de verklaringen van collega’s blijkt vervolgens dat in de ruimte waar de nummerplaten opgeborgen staan een klant van de DIMP rustig zit te wachten. Het gerecht volgt klager niet in zijn betoog dat de toegang van de klant tot die ruimte is veroorzaakt door een kapotte deur.

5.4

Nu sprake is van plichtsverzuim kwam aan verweerder de bevoegdheid toe tot het opleggen van een disciplinaire straf. De vraag is vervolgens of de opgelegde straf – een schriftelijke berisping – evenredigheid is aan het geconstateerde plichtsverzuim.

5.5

Het gerecht is van oordeel dat tussen deze opgelegde disciplinaire straf en de ernst van het vastgestelde plichtsverzuim geen onevenredigheid bestaat. In dat verband laat het gerecht meewegen dat een schriftelijke berisping de minst verstrekkende disciplinaire maatregel is.

6. Het bezwaar is ongegrond.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 23 november 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.