Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2019:96

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
02-09-2019
Datum publicatie
05-09-2019
Zaaknummer
AUA201802407
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Volgens vast beleid mogen bevorderingen niet verder terugwerken dan tot drie jaren vóór het indienen van het bevorderingsverzoek. De in het bestreden landsbesluit gekozen ingangsdatum, is gelet hierop niet in overeenstemming met het door verweerder gehanteerde beleid. Het bezwaar is gegrond. Het landsbesluit zal worden vernietigd. Nu klager tevens een beroep heeft gedaan op het gelijkheidsbeginsel zal verweerder bij een nieuw te nemen landsbesluit inzichtelijk moeten maken of klager net zoals zijn collega’s recht heeft op een bevordering om de twee jaar. Indien verweerder meent dat het geval van klager geen gelijk geval betreft zal hij dit dienen te motiveren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 2 september 2019

Gaza nr. AUA201802407

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager],

wonende te Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: R.P. Lee,

tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 11 juni 2018 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten om klager met ingang van 1 april 2011 te bevorderen in de functie van medewerker Guarda Nos Costa (GNC) (schaal 5, dienstjaar 7) en met ingang van 1 april 2015 te bevorderen in de functie van medeweker GNC (schaal 6, dienstjaar 11).

Hiertegen heeft klager bezwaar gemaakt, door indiening van een pro forma bezwaarschrift op 3 augustus 2018. Klager heeft op 18 september 2018 de gronden waarop zijn bezwaarschrift is gericht, aangevuld.

Verweerder heeft op 20 maart 2019 stukken ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 maart 2019. Klager is in persoon verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.

Klager heeft op 8 april 2019 aanvullende stukken ingediend.

Verweerder heeft op 13 mei 2019 een akte met aanvullende stukken ingediend.

Het gerecht heeft de behandeling van de zaak voortgezet op 10 juni 2019. Klager is in persoon verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.

De uitspraak is vervolgens bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De ontvankelijkheid

1.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken.

Het derde lid van dit artikel bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen.

1.2

Klager heeft zijn bezwaarschrift na het verstrijken van de in artikel 41, eerste lid, van de La gestelde termijn ingediend. Hij heeft echter aangevoerd de bestreden beschikking pas op 19 juli 2018 te hebben ontvangen, hetgeen door verweerder niet is betwist. Het tegendeel blijkt ook niet uit de gedingstukken. Dit betekent dat moet worden aangenomen dat het bezwaar wel is ingediend binnen de in artikel 41, derde lid, van de La gestelde termijn. Klager is ontvankelijk in zijn bezwaar.

De feiten

2.1

Klager is op 14 maart 1994 in dienst getreden als ambtenaar werkzaam GNC.

2.2

Klager is op 14 februari 2003 overgeplaatst naar het Korps Politie Aruba (KPA) in de functie van op medewerker GNC. Deze functie is maximaal gewaardeerd op schaal 7.

2.3

Bij brief van 5 mei 2011 heeft de Korpschef van KPA klager voorgedragen voor een bevordering naar schaal 5 met ingang van 1 maart 2007.

2.4

Bij brief van 27 maart 2014 heeft klager onder andere verzocht om zijn rechtspositie te formaliseren en hem in aanmerking te laten komen voor de bijbehorende bevorderingen met terugwerkende kracht.

2.5

Bij bestreden landsbesluit heeft verweerder besloten om klager met ingang van 1 april 2011 te bevorderen naar schaal 5.

De standpunten van partijen

3.1

Verweerder heeft aan het bestreden landsbesluit ten grondslag gelegd dat bevorderingen niet meer dan drie jaar mogen terugwerken gerekend vanaf de datum van de officiële registratie van het verzoek/voorstel. Het verzoek van klager is op 27 maart 2014 geregistreerd. Klager komt met ingang van 1 april 2011 in aanmerking voor een bevordering.

3.2

Klager kan zich niet verenigen met de ingangsdatum van 1 april 2011. Hij had met ingang van 1 maart 2007 bevorderd moeten worden naar schaal 5, met ingang van 1 maart 2009 naar schaal 6 en met ingang van 1 maart 2011 naar schaal 7. Het voorstel om hem te bevorderen dateert van 5 mei 2011 en niet van 27 maart 2017. Een collega van klager, [collega naam], met precies dezelfde carrièrelijn als klager is wel bevorderd met ingang van de verzochte data.

Het wettelijk kader

4.1

Ingevolge artikel 13, eerst lid van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (hierna: Lma) geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regelen zijn vastgesteld, overeenkomstig deze regelen.

4.2

Ingevolge artikel 4, tweede lid van de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (hierna: BRA), dient de ambtenaar om in aanmerking te kunnen komen voor een bevordering, aan de voor de desbetreffende betrekking bedoelde eisen te voldoen en voorts voor de vervulling van die betrekking geschikt en bekwaam te worden geacht.

4.3

Het beleid van verweerder ter zake van de telefoontoelage, zoals neergelegd in het Handboek Rechtspositionele Regelingen Land Aruba 2009 onder paragraaf 2.12 - voor zover hier van belang - als volgt:

“De ministerraad heeft in zijn vergadering van 27 oktober 1995 wederom het beleid bekrachtigd dat bevorderingen gerekend vanaf de datum van officiële registratie c.q. verzoek/voorstel niet meer dan drie (3) jaar mogen terugwerken. Deze beleidsregel die ook van toepassing is op arbeidscontractanten, heeft inmiddels de rechterlijke toetsing doorstaan.

(…)”

De beoordeling

5.1

Ter beoordeling ligt voor de vraag of verweerder op goede gronden heeft besloten om klager pas per 1 april 2011 te bevorderen naar schaal 5. Bij de beoordeling stelt het gerecht voorop dat bevordering geen recht van de betrokken ambtenaar is noch een automatisme, doch een discretionaire bevoegdheid van het bevoegde gezag. Dit betekent dat het gebruik van die bevoegdheid door het gerecht slechts terughoudend kan worden getoetst. Bij die toetsing dient het gerecht te beoordelen of verweerder na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de bestreden beschikking heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met enige rechtsregel of met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

5.2

Tussen partijen is ten eerste in geschil per welke datum klager voldoet aan de vereisten van de bevordering naar schaal 5 en 6. Met klager is het gerecht van oordeel dat klager per 1 juni 2008 voldoet aan de vereisten voor een bevordering naar schaal 5. Daartoe overweegt het gerecht als volgt.

5.3

Volgens vast beleid mogen bevorderingen niet verder terugwerken dan tot drie jaren vóór het indienen van het bevorderingsverzoek (zie 4.3). De korpschef heeft reeds bij brief van 5 mei 2011 verzocht om klager te bevorderen naar schaal 5 (zie 2.3). Verweerder heeft dit verzoek van 2011 ook overgelegd bij zijn akte overlegging stukken van 13 mei 2019, zodat verweerder bekend was met het verzoek. De in het bestreden landsbesluit gekozen ingangsdatum, is gelet hierop niet in overeenstemming met het door verweerder gehanteerde beleid. Het bezwaar is gegrond. Het landsbesluit zal worden vernietigd.

5.4

Nu klager tevens een beroep heeft gedaan op het gelijkheidsbeginsel zal verweerder bij een nieuw te nemen landsbesluit inzichtelijk moeten maken of klager net zoals zijn collega’s [collega naam 1], [collega naam 2] en [collega naam 3] recht heeft op een bevordering om de twee jaar. Indien verweerder meent dat het geval van klager geen gelijk geval betreft zal hij dit dienen te motiveren.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar gegrond,

vernietigt het landsbesluit van 11 juni 2018 no. 80,

bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen, een nieuw landsbesluit neemt inzake deze bevordering,

veroordeelt verweerder tot betaling van de door klager gemaakte proceskosten, die worden begroot op Afl. 700,-.

Deze uitspraak is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in ambtenarenzaken in Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.