Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2019:94

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
02-09-2019
Datum publicatie
05-09-2019
Zaaknummer
AUA201802050
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Klager bekleedt een functie die maximaal is gewaardeerd op schaal 10. Het gerecht ziet in hetgeen klager naar voren heeft gebracht geen grond voor het oordeel dat verweerder de afwijzing in redelijkheid niet op het Functie Inventarisatie Formulier (FIF) en op de Waardering Functieniveau mocht baseren. Dat klager, naar eigen zeggen, de functie van waarnemend afdelingshoofd heeft vervuld, maakt dit niet anders. Aan een waarneming kan immers geen recht op bevordering worden ontleend. Klagers betoog dat hem bij zijn overplaatsing is voorgehouden dat de functie gewaardeerd is op schaal 11, treft evenmin doel. Het bezwaar is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 2 september 2019

Gaza nr. AUA201802050

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[klager],

wonend te Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. R.P. Lee,

tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA / MINISTER VAN TOERISME, VOLKSGEZONDHEID en SPORT

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. A. Lumenier (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 11 juni 2018 (de bestreden beschikking) heeft verweerder klagers verzoek om bevorderd te worden naar de rang van hoofdcommissie 1ste klasse (schaal 11) afgewezen.

Tegen de bestreden beschikking heeft klager op 11 juli 2018 bezwaar gemaakt bij het gerecht.

De zaak is behandeld ter zitting van 10 juni 2019. Klager is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Verweerder is verschenen bij zijn gemachtigde voornoemd.

Uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Feiten

1.1

Klager is laatstelijk bij landsbesluit van 18 oktober 2012, no. 15 DRH/1955 met ingang

van 1 mei 2004 bevorderd naar de rang van laboratorium-assistent (schaal 10, dienstjaar 3) en benoemd in de administratieve rang van hoofdcommissies met behoud van zijn bezoldiging.

1.2

Bij advies van 21 april 2018 heeft de directeur Departemento Recurso Humano (DRH)

geadviseerd klager niet te bevorderen naar de rang van hoofdcommissies (schaal 11).

1.3

Op 30 januari 2019 heeft verweerder de bestreden beschikking genomen.

Standpunten van partijen

2.1

Klager stelt zich op het standpunt dat de beschikking onvoldoende draagkrachtig is gemotiveerd, onzorgvuldig tot stand is gekomen en in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Daartoe heeft hij - kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat zijn functie van (waarnemend) Epidemioloog formeel niet bestaat noch is gewaardeerd. Klager meent dan ook niet in een functie te zijn geplaatst maar in een rang. Het formatierapport van de Directie Volksgezondheid is niet goedgekeurd. Niets staat bevordering in de weg nu de functie van het hoofd van de afdeling Epidemiologie op schaal 12 is gewaardeerd. Klager meent te zijn misleid. De toenmalige directeur van de Directie Volksgezondheid heeft klager toen hij overstapte in 2010 gezegd dat de functie van waarnemend Epidemioloog maximaal gewaardeerd was op schaal 11.

2.2

Aan zijn weigering klager te bevorderen heeft verweerder ten grondslag gelegd dat niet is voldaan aan de vereiste van functiezwaarte, omdat klager per 1 mei 2004 de maximale waardering van de functie (schaal 10) heeft bereikt.

Beoordeling

3.1

Ter beoordeling ligt voor de vraag of verweerder op goede gronden heeft geweigerd klager te bevorderen naar schaal 11.

3.2

Bij de beoordeling stelt het gerecht voorop dat bevordering geen recht van de betrokken ambtenaar is noch een automatisme, doch een discretionaire bevoegdheid van het bevoegde gezag. Dit betekent dat het gebruik van die bevoegdheid door het gerecht slechts terughoudend kan worden getoetst. Bij die toetsing dient het gerecht te beoordelen of verweerder na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de bestreden beschikking heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met enige rechtsregel of met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

3.3

In geschil is de waardering van de functie van klager. Vast staat dat klager ten tijde van zijn bevorderingsverzoek in de administratieve rang van hoofdcommissie is benoemd en werkzaam was bij de Directie Volksgezondheid, Afdeling Epidemiologie en Onderzoek. In het dossier bevindt zich een Functie Inventarisatie Formulier (FIF) betreffende de functie van klager, gedagtekend op 8 december 2016 en medeondertekend door klager en diens directe chef. In het FIF is de functie van klager aangegeven als “Functionaris”, schaal 10, en worden klagers werkzaamheden beschreven. Tevens wordt in het FIF vermeld dat klagers directe chef de Epidemioloog (salarisschaal 12) is.

3.4

Voorts heeft verweerder een Waardering Functieniveau overgelegd van 28 juli 2018 betreffende de functie “Functionaris Epidemiologie”, waarbij deze functie maximaal is gewaardeerd op schaal 10.

3.5

Uit het vorengaande volgt dat klager de functie “functionaris Epidemiologie” bekleedt, welke functie maximaal is gewaardeerd op schaal 10. Het gerecht ziet in hetgeen klager naar voren gebracht geen grond voor het oordeel dat verweerder de afwijzing in redelijkheid niet op het FIF en op de Waardering Functieniveau mocht baseren.

3.6

Dat klager naar eigen zeggen gedurende de periode 2010 tot en met 2015 en in 2017 en 2018 de functie van waarnemend afdelingshoofd heeft vervuld, maakt dit niet anders. Aan een waarneming kan immers geen recht op bevordering worden ontleend.

3.7

Klagers betoog dat hem bij zijn overplaatsing naar de Directie Volksgezondheid is voorgehouden dat de functie van waarnemend Epidemioloog gewaardeerd is op schaal 11, treft evenmin doel. Nog daargelaten dat klager deze stelling niet nader heeft onderbouwd, kan klager aan een dergelijke uitlating niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat hij wordt bevorderd naar schaal 11.

4 Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat het bezwaar ongegrond is.

5 Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat gelet hierop geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond

Aldus gegeven door mr. M. Soffers, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.