Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2019:5

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
18-02-2019
Datum publicatie
07-03-2019
Zaaknummer
AUA201802145
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het gerecht overweegt dat zich, zie 3.2, de concrete verdenking heeft voorgedaan dat klaagster zich schuldig heeft gemaakt aan het binnensmokkelen van drugs in het KIA. In redelijkheid heeft verweerder daarom aan de integriteit van klaagster kunnen twijfelen. Gezien de voorbeeldfunctie van klaagster, zie 3.1, heeft verweerder kunnen oordelen dat het niet aanvaardbaar was dat klaagster haar werkzaamheden voortzette.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 18 februari 2019

Gaza nr. AUA201802145

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[Klaagster],

wonend te Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 11 juni 2018 no. 144 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van de dag na dagtekening van het landsbesluit in haar ambt te schorsen, tot op de dag waarop het bevoegd gezag een besluit heeft genomen omtrent de disciplinaire strafoplegging.

Tegen dit landsbesluit (hierna: het bestreden landsbesluit) heeft klaagster op 16 juli 2018 bezwaar gemaakt bij het gerecht.

Verweerder heeft op 27 december 2018 stukken ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 7 januari 2019, alwaar zijn verschenen partijen bij hun gemachtigden voornoemd.

Uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Ontvankelijkheid

1.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de La, wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking of de aangevallen handeling of weigering genomen, verricht of uitgesproken is.

Ingevolge het derde lid wordt hij die bezwaar inbrengt na de hiervoor bepaalde termijn, niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking, handeling of weigering redelijkerwijs heeft kunnen kennis dragen.

1.2

Het gerecht stelt vast dat het bezwaarschrift niet is ingediend binnen de termijn gesteld in artikel 41, eerste lid, van de La. Uit het ontvangstbewijs blijkt echter dat klaagster de bestreden beschikking op 21 juni 2018 heeft ontvangen. Zij heeft op 16 juli 2018 bezwaar gemaakt. Gezien het derde lid van genoemd artikel is het bezwaar ontvankelijk.

Inhoudelijk

Het wettelijk kader

2.1

Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (Lma) kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft.

2.2

Ingevolge artikel 87, aanhef en onder c, van de Lma kan onverminderd het bepaalde in artikel 82 de ambtenaar door het bevoegde gezag worden geschorst in zijn ambt:

c. in andere gevallen, waarin schorsing naar het oordeel van het daartoe bevoegde gezag wordt gevorderd door het belang van de dienst.

De feiten

3.1

Klaagster is ambtenaar in dienst bij het Bureau Orthopedagogisch Centrum (OC). Zij is werkzaam als groepsopvoeder en coördinator dagbehandeling jongeren.

3.2

Op 29 mei 2018 is klaagster naar het politiebureau gebracht wegens verdenking van het binnensmokkelen van softdrugs in het Korrektie Instituut Aruba (KIA) tijdens een bezoek aan haar gedetineerde partner.

3.3

Bij brief van 30 mei 2018 heeft de waarnemend directeur Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGWA) aan klaagster een toegangsontzegging tot het KIA voor de duur van een half jaar opgelegd.

3.4

Bij brief van 31 mei 2018 heeft de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie aan klaagster de toegang tot de dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen en -voertuigen van het OC ontzegd.

De standpunten van partijen

4.1

Klaagster kan zich niet verenigen met de haar bij het bestreden landsbesluit opgelegde schorsing en betoogt daarbij dat zij zich niet heeft schuldig gemaakt aan hetgeen haar wordt verweten. Zij heeft tijdens haar bezoek aan haar partner een USB-stick meegenomen met privéfilmpjes. Klaagster erkent dat zij die USB-stick heeft binnengesmokkeld. Zij ontkent echter iets te maken te hebben met het binnensmokkelen van verdovende middelen. Klaagster betoogt tevens dat hetgeen haar wordt verweten niets te maken heeft met haar functie bij het OC.

4.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat klaagster ervan wordt verdacht dat zij contrabande heeft binnengesmokkeld. Het gaat hierbij om een concrete verdenking van plichtsverzuim. Er moet onderzoek worden gedaan. Klaagster werkt in een inrichting voor kwetsbare jongeren. Hierdoor kan en mag van haar worden verwacht dat zij van onbesproken gedrag is en een voorbeeldfunctie is voor de jongeren.

De beoordeling

5.1

Naar vaste jurisprudentie vindt het bevoegde gezag in een hem bekend geworden concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim in het algemeen voldoende grond voor het treffen van een ordemaatregel, als aan de integriteit van de betrokken ambtenaar moet worden getwijfeld en het in hem te stellen vertrouwen zozeer is geschaad dat niet aanvaardbaar is dat hij zijn werk blijft doen (vgl. Centrale Raad van Beroep 7 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3512).

5.2

Het gerecht overweegt dat zich, zie 3.2, de concrete verdenking heeft voorgedaan dat klaagster zich schuldig heeft gemaakt aan het binnensmokkelen van drugs in het KIA. In redelijkheid heeft verweerder daarom aan de integriteit van klaagster kunnen twijfelen. Gezien de voorbeeldfunctie van klaagster, zie 3.1, heeft verweerder kunnen oordelen dat het niet aanvaardbaar was dat klaagster haar werkzaamheden voortzette.

5.3

In de besluitvorming over het al dan niet opleggen van een disciplinaire straf kan onderzocht worden in hoeverre klaagster zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de regels die voor bezoekers van het KIA gelden door het binnensmokkelen van drugs dan wel van een USB-stick.

5.4

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het bezwaar ongegrond is. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat gelet hierop geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Aldus gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van maandag, 18 februari 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.