Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2019:2

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
04-02-2019
Datum publicatie
07-02-2019
Zaaknummer
AUA201900122
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba - opdracht om andere werkzaamheden te verrichten (art 52 Lma) - motiveringsgebrek - belangenafweging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 4 februari 2019

Gaza nr. AUA201900122

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het verzoek tot het treffen van een beslissing bij voorraad als bedoeld in

artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[verzoeker],

wonende te Aruba,

VERZOEKER,

gemachtigde: de advocaten mrs. D.G. Kock en E.M.J. Cafarzuza,

gericht tegen:

DE MINISTER VAN TOERISME, VOLKSGEZONDHEID EN SPORT,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie.

PROCESVERLOOP

Op 14 januari 2019 heeft verzoeker zich bij de Directie Volksgezondheid (DVG) gemeld om zijn werkzaamheden als directeur te hervatten. Verzoeker is door het managementteam naar huis gestuurd.

Tegen deze handeling heeft verzoeker bij verzoekschrift van 15 januari 2019 gevraagd om een beslissing bij voorraad als bedoeld in artikel 94 La.

Het verzoekschrift is op 21 januari 2019 behandeld in raadkamer, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door mr. E.J.M. Cafarzuza is verschenen en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.

De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Het wettelijk kader

1.1

Ingevolge artikel 35, eerste lid, van de La kan een bezwaarschrift worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven.

1.2

Ingevolge artikel 52, eerste lid, van de Lma is de ambtenaar verplicht zo nodig tijdelijk andere ambtelijke werkzaamheden te verrichten dan die welke hij gewoonlijk verricht.

Ingevolge het derde lid worden de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden de ambtenaar opgedragen door of namens de betrokken minister.

1.3

Ingevolge artikel 94 La kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is. Voor zover de toetsing aan het in artikel 94 La neergelegde criterium meebrengt dat een beoordeling van het geschil in de hoofdzaak wordt gegeven, heeft het oordeel van de rechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend in de bodemprocedure.

1.4

Een verzoek om voorlopige voorziening kan worden toegewezen als redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat de bestreden beschikking in de bodemprocedure in stand zal blijven.

De feiten

2.1

Vanaf oktober 2016 bekleedde verzoeker de functie van directeur van DVG.

2.2

Bij brief van 22 mei 2018 bericht [x] (hierna: [x]), afgevaardigde van de vakbond T.O.P.A., verweerder over de grote onvrede onder het personeel over het functioneren van verzoeker. [X] schrijft onder anderen:

“(…)

De werknemers van de DVG binnen de verschillende afdelingen en diensten hebben knelpunten die zij dagelijks beleven in kaart gezet (zie Bijlage 1: Doorlichting DVG). Deze knelpunten wijzen uit naar een wanbeleid van de DVG. Dit wanbeleid is van een zo ingrijpende aard dat er geen sprake kan zijn van voldoende kennis en kunde van de directeur. Er is sprake van een verkeerde keuze in management stijl (dwang).

(…)

Ook het tevredenheidsonderzoek bevestigt deze gevolgen. De heer [verzoeker] is niet capabel om de functie van directeur van de DVG uit te oefenen (Zie Bijlage 2: Tevredenheidsonderzoek).

(…)

Al met al is de conclusie dat de heer [verzoeker] niet geschikt is om de functie van directeur van de DVG te bekleden. De werknemers van de DVG verzoeken de Minister van TVS om in te grijpen. De heer [verzoeker] kan niet langer deze functie uitoefenen. Als Minister kijken wij uit naar uw hulp. Wij rekenen erop dat u de nodige maatregelen treft om ervoor te zorgen dat de DVG weer naar behoren kan functioneren. De werknemers verlangen naar goede arbeidsomstandigheden waarin de werknemers waarin de werknemers van de DVG weer lichamelijk en mentaal gezond en optimaal hun werk kunnen doen.”

2.3

Bij brief van 25 mei 2018, gericht aan verweerder, geeft verzoeker antwoord op de onder 2.2 genoemde brief. Verzoeker concludeert:

“Gezien alle meningen c.q. uitingen van betrokkene is duidelijk dat betrokkene een persoonlijke vendetta heeft ten aanzien van ondergetekende. Nimmer kan geconcludeerd worden dat alle uitingen representatief zijn voor de gehele organisatie.

(…)

De wijze waarop op dit moment [x] zijn “persoonlijk” lijkende strijd aan het voeren is waarbij er mede gebruik gemaakt wordt van de media is zeer schadelijk voor het imago van zowel de Directie Volksgezondheid als ondergetekende.”

2.4

Op 25 mei 2018 heeft “E Arubiano” www.earubianonews.com (hierna: de website) op haar website een artikel gepubliceerd met de titel: “Tin varios keho riba director di Salubridad Publico cu posibel pratica di dictadura fuerte cu ambtenaarnan”, waarin diverse aantijgingen tegen verzoeker in het kader van zijn functie als directeur zijn geuit.

2.5

Op 28 mei 2018 heeft de website een artikel gepubliceerd met als titel: “Ex trahado di Salubridad Publico ta uni su mes y ta sostene su ex-coleganan den e situacion dificil na departamento di DVG.”

2.6

Op 29 mei 2018 heeft de website een artikel gepubliceerd met als titel: “E Arubiano Audio: Nombramento di director di salubridad publico te ainda ta algo dudoso.”

2.7

Op 29 mei 2018 heeft de (DRH) een advies uitgebracht. De conclusie luidt:

“Het lijkt onvermijdelijk dat de DVG een nieuwe start moet maken. Om rust te brengen en ook objectiviteit voor deugdelijke en weloverwogen besluitvorming wordt u geadviseerd om een commissie in te stellen die belast zal worden met de doorlichting met dezelfde probleemstelling en aanpak als bij de DIP, namelijk de organisatie, het beleid en de hoofdwerkprocessen door te lichten.”

2.8

Bij brief van 31 mei 2018 heeft verweerder aan verzoeker verzocht zich binnen 48 uur schriftelijk te verantwoorden ter zake het onder 2.4 opgenomen artikel.

2.9

Bij beschikking van 1 juni 2018 heeft verweerder besloten om aan verzoeker de toegang tot de DVG te ontzeggen. Verweerder schrijft:

“In het belang van de voorgenomen doorlichting en intern onderzoek bij de Directie Volksgezondheid bericht ik aan u dat u per direct de toegang tot het onderkomen van de directie Volksgezondheid alsook de toegang tot de onderkomens van de onder de Directie Volksgezondheid ressorteerde diensten is ontzegd.”

2.10

Op 1 juni 2018 heeft de directeur van de DRH een nadere toelichting gegeven op zijn advies van 29 mei 2018. De directeur schrijft onder anderen:

“(…)

Concreet is voorgesteld om een doorlichting te laten plaatsvinden waarbij beleid, organisatie en processen doorgelicht kunnen worden. In hetzelfde advies is een korte zin opgenomen, namelijk: Het lijkt onvermijdelijk dat de DVG een nieuwe start moete maken.

Uit de verklaringen in de pers moet ik begrijpen dat deze zin verkeerd is geïnterpreteerd. Bij de genoemde maatregelen verwijst u oa naar genoemde zin en advies van DRH. Kennelijk is oa besloten om:

- de directeur DVG naar huis te sturen en een management team in te stellen.

- een doorlichting te entameren.

Vanwege de interpretatie van genoemde zin, zal ik een en ander toelichten.

Op geen enkel moment is geadviseerd om een conclusie te trekken omtrent het functioneren van de directeur, doch wel omtrent achtergrond van klachten van de heer [X].

(…)

Het voorstel voor een doorlichting verwijst naar het onderzoeken van organisatie, beleid en processen om o.a. de vele aantijgingen te achterhalen, bevestigen of uit de wereld te helpen. Dit om rust te brengen en objectiviteit voor deugdelijke en weloverwogen besluiten te creëren. Dit is wat bedoeld wordt met de nieuwe start en was dus geen enkel moment gericht op de directeur DVG of enig ander persoon.

(…)

Indien u de visie en aanpak van dhr. [verzoeker] wenst aan te passen dan is dat uw prerogatief. Met mogelijke koerswijziging (ook bij alle andere formatieonderzoeken) is rekening gehouden door de afrondende werkzaamheden van de formatierapporten (ruim 30) tot na de verkiezingen aan te houden.

Voor wat betreft de uitspraken omtrent “handpicked” van dhr. [verzoeker] ter vervulling van de functie van Directeur DVG en niet volgen van de werving en selectieprocedure zij dat dit niet het geval is. Betrokkene heeft een selectieprocedure doorlopen en na een assessment heeft de commissie geadviseerd om betrokkene te benoemen als directeur waarbij wel als advies is gegeven om betrokkene coaching/begeleiding in de nieuwe functie aan te bieden vanwege het belang van de strategische functie.

(…).”

2.11

Bij ministeriele beschikking van 11 juni 2018 heeft verweerder besloten om per 6 juni 2018 en voor een periode van 3 maand een managementteam voor de DVG in te stellen. Onder punt III van de beschikking heeft verweerder besloten aan de voorzitter van het managementteam de taken en bevoegdheden die volgens de wet en beleid aan de directeur van de Directie Volksgezondheid toekomen, toe te kennen.

2.12

Bij beschikking van 13 juni 2018 heeft verweerder een nadere motivering aan verzoeker gegeven omtrent de toegangsontzegging van 1 juni 2018. Verweerder schrijft onder anderen:

“(…)

Een aantal van de bovengenoemde punten staan direct in verband met uw functioneren als directeur (en leidinggevende) van de DVG. Daarnaast zal tevens een intern onderzoek worden gedaan naar de aantijgingen tegen uw persoon zoals verwoord op de blog www.earubioano.com, welke ik tijdens de vergadering met u op donderdag, 31 mei 2018 heb besproken. Zij vermeldt dat ik tot de dag van vandaag uw verantwoording hierop niet heb mogen ontvangen.

Zoals reeds aangegeven is het in het belang van de voorgenomen doorlichting en met name het intern onderzoek bij de DVG, dat uw toegang tot het onderkomen van de DVG alsook uw toegang tot de onderkomens van de onder de DVG ressorteerde diensten is ontzegd.

(…)

Voornoemd onderzoek en de voorgenomen doorlichting zal in principe zes weken in beslag nemen.”

2.13

Bij e-mailbericht van 19 juni 2018 schrijft verzoeker aan verweerder:

“zoals ik u ook gedurende ons gesprek heb meegedeeld doe ik volledig afstand van vorenvermeld artikel en het bevreemd me ten zeerste dat een minister aan een diens directeuren verzoekt zich te verantwoorden voor hetgeen een blogartikel de wereld in werpt.

mijn verweer zoals minister heeft gevraagd is het volgende:

ik heb zoals tevens vermeld gedurende ons persoonlijke gesprek inmiddels een kort geding aangespannen ten aanzien van vorenvermeld schrijver van het blogartikel daar ik volledig afstand doe van hetgeen beschreven.”

2.14

Bij uitspraak van dit gerecht van 6 juli 2018 (AUA201801566 en AUA201801698) zijn de onder 2.9 en 2.12 genoemde beschikkingen (toegangsontzegging) geschorst totdat in hoogste instantie op de daartegen gerichte bezwaren zal zijn beslist.

2.15

Bij beschikking van 6 juli 2018 heeft verweerder verzoeker opgedragen om conform artikel 52 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma), voor de duur van twaalf weken werkzaamheden te verrichten als beleidsadviseur/beleidsmedewerker in plaats van als directeur van DVG. Verweerder schrijft:

“Kort na het aantreden van het managementteam [op 11 juni 2018] zijn diverse gesprekken gevoerd met het personeel, waarbij verschillende klachten zijn gemeld (over uw functioneren). Uw afwezigheid heeft dit ongetwijfeld mogelijk gemaakt. De intake en registratie van deze gesprekken zijn nog niet afgerond en vormen onderdeel van de nog lopende onderzoeken naar onder andere meerdere aantijgingen en/of indicaties van plichtsverzuim die afdoen in het vertrouwen dat in u werd gelegd, gelet op uw functie. Mede in het kader hiervan heb ik dan ook besloten om het managementteam en haar taken en bevoegdheden intact te laten. Dit zal mijns inziens ten goede komen van de rust bij het personeel op de werkvloer. Op advies van de DRH is ook een doorlichtingscommissie ingesteld die de doorlichting op dit moment uitvoert.

Op grond van gemelde nog lopende onderzoeken acht ik het in het belang van de dienst en van de verdere loop van de onderzoeken van belang, dat u tijdelijk (wellicht) andere ambtelijke werkzaamheden bij de DVG zult moeten uitvoeren dan u gewoonlijk verricht.”

2.16

Bij uitspraak van dit gerecht van 17 augustus 2018 (AUA201802071) heeft de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker tot het treffen van een voorziening bij voorraad afgewezen. De voorzieningenrechter overweegt:

“2.11 Deze ondeugdelijke motivering leidt - anders dan in de rechterlijke uitspraak van 6 juli 2018 - evenwel niet tot het treffen van een voorlopige voorziening. Niet valt immers uit te sluiten dat in de bodemprocedure de gebreken in de vermelding van de motivering van de beschikking van 6 juli 2018 voor gedekt worden verklaard, gelet op de uitvoerige nadere motivering en concretisering die in de procedure bij dit Gerecht door verweerder ter zitting is verstrekt. In dat verband hecht de voorzieningenrechter met name aan de nadere onderbouwing van verweerder dat wordt gevreesd dat verzoeker in zijn positie van directeur het onderzoek bij DVG zou kunnen frustreren, en dat onderzoek wordt gedaan naar de klachten - die nu zijn geconcretiseerd - over het functioneren van verzoeker zelf.”

2.17

Bij beschikking van 1 oktober 2018 heeft verweerder de ingevolge artikel 52 van de Lma opgedragen werkzaamheden met een periode van twaalf weken verlengd.

2.18

Bij beschikking van 15 januari 2019 heeft verweerder de ingevolge artikel 52 van de Lma opgedragen werkzaamheden met een periode van twaalf weken verlengd.

De standpunten van partijen

3.1

Verzoeker heeft aangevoerd dat de twaalf weken van de onder 2.17 opgenomen beschikking inmiddels zijn verstreken. Verzoeker had hierna vakantie en moest op 14 januari 2019 weer beginnen. Verweerder heeft inmiddels vierentwintig weken gehad om zijn onderzoek te verrichten. Het opdragen van andere werkzaamheden is van tijdelijke aard. Telkens hierop een beroep doen brengt oneigenlijk gebruik hiervan mee, aldus verzoeker. Ter zitting heeft verzoeker verzocht om het verzoek uit te breiden in die zin dat het ook is gericht tegen de onder 2.18 genoemde beschikking.

3.2

Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat verzoeker niet ontvankelijk is omdat verweerder de handeling inmiddels heeft vastgelegd in een beschikking. Verzoeker dient een nieuw verzoek tot het treffen een beslissing bij voorraad in te dienen. Verweerder stelt zich voorts op het standpunt dat verzoeker niet ontvankelijk dient te worden verklaard omdat tegen de onder 2.11 genoemde beschikking (instellen van een managementteam) geen bezwaarschrift is ingediend. Verweerder stelt zich tevens op het standpunt dat de ambtenaar verplicht is om zo nodig tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten en dat verweerder daarbij een ruime beoordelingsvrijheid heeft. Gelet op het werktevredenheids-onderzoek, de constateringen als gevolg van de “Quickscan” en de verantwoordelijkheid die verzoeker voor de publieke gezondheid heeft is er geen sprake van oneigenlijk gebruik van artikel 52, lid 1 van de Lma. Verzoeker lijdt geen onevenredig nadeel nu hij toegelaten is tot het werk en zijn maandelijks inkomen blijft ontvangen. Eventuele gebreken in de beschikking (waaronder een mogelijk motiveringsgebrek) dienen voor gedekt te worden verklaard.

De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1

Verzoeker heeft op 16 januari 2019 tegen de beschikking van 15 januari 2019 (zie 2.18) een bezwaarschrift ingediend. Verweerder heeft bezwaar gemaakt tegen de uitbreiding van het petitum van verzoeker. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om het verzoek tot uitbreiding van het petitum te accepteren en zal onderhavig verzoek zien als tevens gericht tegen de beschikking van 15 januari 2019. De voorzieningenrechter overweegt daarbij dat met de beschikking van 15 januari 2019 de feitelijke handeling van 14 januari 2019 is bevestigd. Het juridisch geschilpunt is aldus identiek. Gelet op het verhandelde ter zitting stelt de voorzieningenrechter dat verweerder door de uitbreiding van het petitum niet in zijn verdediging is geschaad.

4.2

Ten aanzien van het standpunt van verweerder dat verzoeker niet-ontvankelijk is omdat hij geen bezwaar heeft ingesteld tegen de onder 2.11 genoemde beschikking, overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker bij die beschikking geen rechtstreeks belanghebbende is. Van hem kon niet worden verwacht dat hij hiertegen rechtsmiddelen zou instellen.

Inhoudelijk

5.1

De voorzieningenrechter is van oordeel dat er thans nog geen aanleiding bestaat een voorziening bij voorraad te treffen en overweegt hiertoe als volgt.

5.2

Verweerder heeft op grond van artikel 52 van de Lma de bevoegdheid aan verzoeker zo nodig tijdelijk andere ambtelijke werkzaamheden op te dragen. Gelet op de rechterlijke uitspraken van 6 juli 2018 (zie 2.14) en 17 augustus 2018 (zie 2.16) mag wel van verweerder worden verwacht een dragende motivering in de beschikking op te nemen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder onvoldoende inzicht gegeven in de totstandkoming van de beschikking van 15 januari 2019. Ook heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt welke concrete stappen verweerder na de resultaten van de “Quickscan” heeft genomen. De voorzieningenrechter overweegt echter dat dit motiveringsgebrek in de bodemprocedure hersteld kan worden.

5.3

De voorzieningenrechter volgt verzoeker evenmin in zijn betoog dat de beschikking van 15 januari 2019 waarbij verweerder de opdracht dat verzoeker andere werkzaamheden dient te verrichten wederom met twaalf weken heeft verlengd in rechte niet in stand kan blijven wegens strijdigheid met het beginsel van détournement de pouvoir.

Met verzoeker is de voorzieningenrechter van oordeel dat het opdragen van andere werkzaamheden op grond van artikel 52 van de Lma een tijdelijk karakter dient te hebben en niet telkenmale verlengd kan worden. Op verweerder rust de plicht om voortvarend te handelen teneinde onnodige verlengingen te voorkomen. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat het interne onderzoek naar het functioneren van verzoeker nog gaande is en verweerder in afwachting is van het advies van DRH omtrent de consequenties als gevolg van de verkregen onderzoeksresultaten. Het managementteam dient de gelegenheid te krijgen dit interne onderzoek af te ronden hetgeen wordt bemoeilijkt als verzoeker zijn werkzaamheden als directeur hervat. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter thans geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder in redelijkheid niet tot onderhavige verlenging had kunnen komen. De voorzieningenrechter zal het belang van verweerder thans nog zwaarder laten wegen dan het belang van verzoeker om zijn werkzaamheden als directeur te hervatten. Bij deze belangenafweging betrekt de voorzieningenrechter dat het salaris van verzoeker wordt doorbetaald en hij in de gelegenheid wordt gesteld andere werkzaamheden te verrichten. Verweerder dient in de komende weken concrete stappen te nemen betreffende de rechtspositie van verzoeker teneinde een derde verlenging van de periode waarin verzoeker andere werkzaamheden worden opgedragen te voorkomen.

5.4

Het verzoek wordt derhalve afgewezen.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken in raadkamer op maandag, 4 februari 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.

Ingevolge het bepaalde in artikel 94, lid 4, Landsverordening ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel open.