Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2019:12

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
11-03-2019
Datum publicatie
29-03-2019
Zaaknummer
AUA201801347
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De landsbesluiten behelzen naar hun inhoud (wederom) een beslissing op klaagsters initiële verzoek(en). Daarmee strekken zij tot uitvoering van de uitspraken van het gerecht. In navolging van het oordeel van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken, overweegt het gerecht dat er geen rechtsregel is, waaruit voortvloeit dat een administratief orgaan een uitspraak van een gerechtelijke instantie niet meer zou mogen uitvoeren na het verlopen van de door die instantie gegeven beslistermijn. Nu verweerder (alsnog) gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van dit gerecht, heeft klaagster geen belang meer bij haar bezwaar. Klaagster kon immers de juistheid van de nieuwe landsbesluiten aanvechten door daartegen bezwaar te maken bij het gerecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 11 maart 2019

AUA201801347

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaarschrift ex artikel 96 van de

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[klaagster],

wonend in Aruba,

KLAAGSTER,

procederend in persoon,

tegen:

1. de Minister van Algemene Zaken,

2. de Gouverneur van Aruba,

zetelend in Aruba,

VERWEERDERS,

gemachtigde: dhr. A. Lumenier (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 30 oktober 2013 heeft verweerder sub 1 afwijzend beslist op klaagsters verzoek om haar met toepassing van artikel 25 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) een toelage van 25% op haar bezoldiging toe te kennen.

Bij uitspraak van 13 oktober 2014, GAZA nr. 2966 van 2013, heeft het gerecht, beslissend op het bezwaar van klaagster van 7 november 2013, de beschikking van 30 oktober 2013 gedeeltelijk vernietigd en verweerders opgedragen uiterlijk binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen.

Bij landsbesluit van 16 september 2013, no. 27, heeft verweerder sub 2 besloten om klaagster:

  1. met ingang van 1 januari 2010 te ontheffen uit de functie van adjunct-directeur van Departamento di Integracion, Maneho Admision y Stranhero (DIMAS);

  2. met ingang van 1 januari 2010 over te plaatsen van DIMAS naar de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (DBSB) en haar te plaatsen in de functie van beleidsmedewerker belast met FDA-projectdossiers;

  3. met ingang van 1 januari 2010 te bevorderen naar de rang van administrateur met vaststelling van de bezoldiging op Afl. 83.700,= ’s jaars (schaal 13);

  4. met ingang van 1 januari 2012 bij de DBSB te plaatsen in de functie van hoofd beleid en ondersteuning, met een proefperiode van één jaar;

  5. met ingang van 1 januari 2012 te bevorderen in de functie van hoofd beleid en ondersteuning met vaststelling van de bezoldiging op Afl. 93.000,= ’s jaars (schaal 14);

  6. met ingang van 1 januari 2013 definitief te plaatsen in de functie van hoofd beleid en ondersteuning bij de DBSB.

Bij uitspraak van 13 oktober 2014, GAZA nr. 2765 van 2013, heeft het gerecht, beslissend op het bezwaar van klaagster van 17 oktober 2013, de beschikking van 13 oktober 2013 gedeeltelijk vernietigd en verweerders opgedragen uiterlijk binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen.

Op 17 mei 2018 heeft klaagster een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 96 van de La ingediend wegens het niet gevolg geven door verweerders aan voormelde uitspraken.

Verweerders hebben geen contramemorie ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 12 november 2018, alwaar zijn verschenen klaagster in persoon en verweerders bij hun gemachtigde voornoemd.

Uitspraak is nader bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Bij landsbesluit van 20 maart 2017, no. 2, is aan klaagster, over de periode van 1 juli 2010 tot 1 januari 2012, een gratificatie ter grootte van Afl. 7220,- toegekend.

Bij landsbesluit van 20 maart 2017, no. 3, is het landsbesluit van 16 september 2013, no. 27, gewijzigd in dier voege dat in het dictum van dat landsbesluit wordt toegevoegd “[klaagster] met ingang van 1 juli 2010 tot 1 januari 2012 ter beschikking te stellen van het Bureau van de minister van Algemene Zaken en te werk te stellen bij de DBSB en betrokkene te belasten met Fondo Desaroyo Aruba-projectdossiers, met behoud van haar bezoldiging”.

Bij brief van 17 mei 2017 is het verzoek van klaagster om toekenning van 25%-toelage conform artikel 25 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) afgewezen.

2. Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van de LA is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.

3. De onder 1 genoemde landsbesluiten behelzen naar hun inhoud (wederom) een beslissing op klaagsters initiële verzoek(en). Daarmee strekken zij tot uitvoering van de uitspraken van het gerecht van 13 oktober 2014.

In navolging van het oordeel van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken, overweegt het gerecht dat er geen rechtsregel is, waaruit voortvloeit dat een administratief orgaan een uitspraak van een gerechtelijke instantie niet meer zou mogen uitvoeren na het verlopen van de door die instantie gegeven beslistermijn(zie bv. RvBAz 2008/6 d.d. 17 juli 2008). Nu verweerder bij voornoemde landsbesluiten (alsnog) gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van dit gerecht van 13 oktober 2014, heeft klaagster geen belang meer bij haar bezwaar ex artikel 96 LA. Klaagster kon immers de juistheid van de nieuwe landsbesluiten aanvechten door daartegen bezwaar te maken bij het gerecht.

4. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het bezwaarschrift wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk is.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 11 maart 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.