Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2019:114

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
11-11-2019
Datum publicatie
20-11-2019
Zaaknummer
AUA201903350
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ambtenarenzaak - voorziening bij voorraad - ordemaatregel - toegangsontzegging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 11 november 2019

Gaza nr. AUA201903350

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het verzoek tot het treffen van een beslissing bij voorraad als bedoeld in

artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[verzoeker],

wonend in Aruba,

VERZOEKER,

gemachtigde: mr. E. Duijneveld,

gericht tegen:

de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: (DWJZ)

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 5 augustus 2019 is verzoeker, ingevolge artikel 47 en artikel 82, tweede lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma), met ingang van 5 augustus 2019 de toegang tot alle dienstlokalen, -gebouwen, - terreinen en voertuigen van de Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGwA) ontzegd voor de duur van zes weken.

Bij beschikking van 27 augustus 2019 (de bestreden beschikking) heeft verweerder de hiervoor genoemde toegangsontzeggingen met ingang van 15 september 2019 met zes weken verlengd.

Tegen deze laatste beschikking heeft verzoeker op 27 september 2019 bezwaar gemaakt bij dit gerecht.

Tevens heeft hij zich op 27 september 2019 tot het gerecht gewend met onderhavig verzoek.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 14 oktober 2019 in raadkamer behandeld, alwaar zijn verschenen verzoeker bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en verweerder vertegenwoordigd door zijn gemachtigde voornoemd.

OVERWEGINGEN

Het wettelijk kader

1.1

Ingevolge artikel 94 van de La kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is.

Voor zover de toetsing aan het in artikel 94 La neergelegde criterium meebrengt dat een beoordeling van het geschil in de hoofdzaak wordt gegeven, heeft het oordeel van de rechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend in de bodemprocedure.

Voor honorering van het verzoek is vereist dat een aanmerkelijke kans bestaat dat de bestreden beschikking in bezwaar niet in stand zal blijven, en dat verzoeker een zodanig spoedeisend belang heeft dat niet van hem kan worden gevergd dat hij de beslissing in de bodemzaak afwacht.

1.2

Ingevolge artikel 48 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (hierna: Lma) kan aan een ambtenaar door of namens de betrokken minister de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd.

Een toegangsontzegging met toepassing van artikel 48 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht is een voorlopige ordemaatregel. De beschikking waarmee deze ordemaatregel is aangezegd dient te bevatten, de juridische grondslag, de precieze reden, het tijdstip van inwerkingtreding en de te verwachten duur van de ordemaatregel.

Een toegangsontzegging dient in de regel niet langer te duren dan de tijd die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze aan het bevoegde gezag moet worden gelaten om nadere beslissingen te nemen over de rechtspositie van de ambtenaar. Deze termijn is in de jurisprudentie bepaald op zes weken, met de mogelijkheid tot verlening ervan.

De vastgestelde en relevante feiten

2. In dit geval gaat het om het volgende.

2.1

Verzoeker is ambtenaar werkzaam bij DGwA, in de functie van gevangenisinrichtingswerker.

2.2

Op 4 augustus 2019 had verzoeker dienst en was hij werkzaam als ploegcommandant. Rond 9.30 uur kreeg verzoeker te horen dat een gedetineerde was ontsnapt.

2.3

Op 5 augustus 2019 is klager door de directeur van de DGwA gehoord in verband met de op 4 augustus 2019 ontsnapte gedetineerde.

2.4

Verzoeker is bij beschikking van 5 augustus 2019, met ingang van 5 augustus 2019 de toegang tot de DGwA ontzegd voor de duur van zes weken. In die beschikking staat voor zover hier van belang het volgende:

“De toegangsontzegging vindt plaats in verband met een intern onderzoek, tegen uw vermoedelijke nalatigheid tegen uw persoon voor de aan uw toevertrouwde werkzaamheden.”

2.5

Bij bestreden beschikking van 27 augustus 2019 is deze toegangsontzegging met ingang van 15 september 2019 met zes weken verlengd. In de beschikking staat voor zover hier van belang het volgende:

“De verlenging van de toegangsontzegging vindt plaats in verband met het nog bovengenoemd intern onderzoek dat nog gaande is omtrent uw onverantwoord handelen binnen uw functie.”

Het verzoek

3. Verzoeker is het niet eens met de toegangsontzegging en heeft zich op het standpunt gesteld dat de bestreden beschikking in strijd is met het motiveringsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het fair-play beginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en detournement de pouvoir.

Daartoe heeft hij aangevoerd dat de reden voor de toegangsontzegging ruim en vaag is, zodat hij niet weet waar het om gaat, dat hij (tijdens die bewuste dienst) weliswaar als ploegcommandant werkzaam is maar hiervoor niet betaald heeft gekregen, dat tijdens die bewuste dienst op 4 augustus 2019 sprake was van een forse onderbezetting, dat hij op een gegeven moment naar de Centrale Meldkamer is gegaan en dit - zoals gebruikelijk is - tegen de oudste in rang heeft gezegd, dat hij die dag dubbele dienst heeft gedraaid, dat hij gedurende de toegangsontzegging niet meer is opgeroepen voor enige nadere verklaring of verantwoording en dat hij niet begrijpt wat er nu nog voor onderzoek zou moeten plaatsvinden. Verder heeft hij aangevoerd dat alleen hem de toegang is ontzegd, en dat tegen degenen die op de bewuste dag werkzaam waren op schietpost 3 en in de cameraroom, onder wiens neus de ontsnapte gevangene enige tijd op de muur heeft gezeten om het prikkeldraad weg te halen, geen maatregelen zijn getroffen. Tenslotte heeft verzoeker aangevoerd dat naast de diffamerende werking van de toegangsontzegging, hij ook schade lijdt omdat hij nu geen overuren kan werken en gemiddeld rond Afl. 7.000,- per maand aan extra inkomen derft. Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hij thuis wordt gehouden omdat verweerder weet dat hij zwaar in zijn inkomen wordt getroffen, aldus verzoeker.

Hij verzoekt schorsing van de bestreden beschikking en om verweerder te bevelen hem weer te werk te stellen.

De beoordeling

4. De voorzieningenrechter stelt vast dat de precieze reden voor de toepassing van de ordemaatregel in de bestreden beschikking ontbreekt. Dit betekent dat verweerder bij de toepassing van de ordemaatregel niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht en dat de bestreden beslissing lijdt aan een motiveringsgebrek.

Dit kan evenwel niet leiden tot toewijzing van het verzoek, nu de termijn van de toegangsontzegging zoals gegeven in de bestreden beschikking, op 27 oktober jl. is verlopen. Voor een schorsing van deze reeds uitgewerkte beschikking is dan ook geen ruimte meer. Op grond hiervan dient het verzoek te worden afgewezen. Aan hetgeen partijen verder hebben aangevoerd, komt de voorzieningenrechter niet toe.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

 wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, ambtenarenrechter, en uitgesproken in raadkamer op 11 november 2019 in aanwezigheid van de griffier.

Ingevolge het bepaalde in artikel 94, lid 4, Landsverordening ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel open.