Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2019:107

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
14-10-2019
Datum publicatie
17-10-2019
Zaaknummer
AUA201900299
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu de functie die klaagster bekleedt op maximaal het niveau van schaal 8 is gewaardeerd en klaagster dit niveau reeds heeft bereikt, kan zij niet verder worden bevorderd. De (enkele) waarneming van een chef-functie biedt geen grondslag voor een bevordering in de eigen functie.

Een beroep op het gelijkheidsbeginsel kan slechts slagen indien blijkt dat gelijke gevallen, ongelijk zijn behandeld. Klaagster heeft haar beroep op het gelijkheidsbeginsel niet geconcretiseerd, zodat het gerecht niet kan beoordelen of er inderdaad sprake is van gelijke gevallen die ongelijk zijn behandeld. Het gerecht neemt daarbij in aanmerking dat bij de vaststelling van een functiebeschrijving het bevoegde gezag de nodige beoordelingsvrijheid toekomt, terwijl ook de waardering van werkzaamheden na verloop van tijd kan veranderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 14 oktober 2019

Gaza nr. AUA201900299

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[klaagster],

wonend in Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: mr. S. Maduro,

tegen:

de Gouverneur van Aruba,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij beslissing van 7 december 2018 heeft verweerder aan klaagster bericht dat haar verzoek voor een bevordering naar de rang van commies 1ste klasse (schaal 9) niet voor inwilliging vatbaar is.

Tegen deze beslissing (hierna: de bestreden beschikking) heeft klaagster op 1 februari 2019 bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht.

Verweerder heeft op 20 juni 2019 een contramemorie ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 24 juni 2019, alwaar zijn verschenen klaagster samen met haar gemachtigde voornoemd, en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd samen met de HR-medewerker van de Douane, mevrouw [X].

Partijen hebben hierna nadere stukken overgelegd, verweerder op 19 augustus 2019 en klaagster op 2 september 2019.

De uitspraak is vervolgens bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De ontvankelijkheid

1.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, die indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen.

1.2

Klaagster heeft onweersproken gesteld dat zij de bestreden beschikking op 3 januari 2019 heeft ontvangen. Het tegendeel blijkt ook niet uit de stukken. Het gerecht gaat er daarom van uit dat klaagster haar bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij de bestreden beschikking heeft ontvangen. Klaagster is derhalve ingevolge artikel 41, derde lid van de La ontvankelijk.

De feiten

2.1

Klaagster is ambtenaar werkzaam in de afdeling Algemene Zaken bij de Departamento di Aduana (de Douane) in de functie van 1ste administratief medewerker.

2.2

Klaagster is laatstelijk bij Landsbesluit van 19 oktober 2012 met ingang van 1 april 2006 bevorderd naar de rang van commies (schaal 8, dienstjaar 7).

2.3

Bij brief van 18 april 2017 heeft klaagster verzocht om een bevordering naar de rang van commies 1ste klasse (schaal 9).

2.4

Bij de bestreden beschikking is dit verzoek afgewezen.

De standpunten van partijen

3.1

Klaagster kan zich niet verenigen met de afwijzing van haar bevorderingsverzoek en heeft zich op het standpunt gesteld dat de door haar beklede functie een waardering op schaal 9 rechtvaardigt. Daarbij heeft zij onder meer betoogd dat zij al tientallen jaren haar werkzaamheden naar behoren vervult en dat zij al jaren de functie van Chef van de afdeling Algemene Zaken waarneemt. Verder heeft zij een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan. Klaagster kan zich voorts niet vinden in de beschrijving en waardering van haar functie.

3.2

Verweerder voert aan dat klaagster niet kan worden bevorderd naar de rang van commies 1ste klasse (schaal 9), omdat haar functie maximaal is gewaardeerd op het niveau van schaal 8 en zij dat niveau reeds heeft bereikt.

De beoordeling

4. Ter beoordeling ligt voor de vraag of verweerder op goede gronden heeft geweigerd klaagster te bevorderen naar schaal 9.

Bij de beoordeling stelt het gerecht voorop dat bevordering geen recht van de betrokken ambtenaar is noch een automatisme, doch een discretionaire bevoegdheid van het bevoegde gezag. Dit betekent dat het gebruik van die bevoegdheid door het gerecht slechts terughoudend kan worden getoetst. Bij die toetsing dient het gerecht te beoordelen of verweerder na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de bestreden beschikking heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met enige rechtsregel of met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

5. Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (de Lma) geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regelen zijn vastgesteld, overeenkomstig deze regelen.

Ingevolge artikel 4 van de Bezoldigingsregeling Aruba (de BRA) dient een ambtenaar om in aanmerking te komen voor een bevordering te voldoen aan de in bijlage B opgenomen bevorderingseisen en voorts voor de vervulling van die betrekking geschikt en bekwaam te worden geacht.

Voor een bevordering tot de rang van commies 1ste klasse in schaal 9 geldt onder meer de voorwaarde dat de betrokken ambtenaar een functie bekleedt die een waardering op het niveau van commies 1ste klasse rechtvaardigt.

6. Uit de stukken, met name de functiewaardering van november 2012, en het verhandelde ter zitting is gebleken, dat de functie die klaagster nu vervult maximaal het niveau van schaal 8 bereikt. Niet in geschil is dat de functiewaardering is gedaan aan de hand van een mede door klaagster ondertekend functie-inventarisatieformulier (fif) van 18 december 2008, en een functiebeschrijving van 10 juni 2012. Volgens klaagster bekleedt zij deze functie al vanaf 1 oktober 1998. Niet is gebleken dat de functie sindsdien substantieel is gewijzigd dan wel verzwaard.

7. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken, moeten functiewaarderingsbesluiten, mede vanwege hun functie-overstijgend karakter, en de daaraan ten grondslag liggende functie- of organisatiebeschrijvingen op één lijn worden gesteld met besluiten van algemene strekking. Daarom kunnen zij, gelet op het bepaalde in artikel 35, vierde lid van de LA, niet door de ambtenarenrechter worden beoordeeld.

8. Nu de functie die klaagster bekleedt op maximaal het niveau van schaal 8 is gewaardeerd en klaagster dit niveau reeds heeft bereikt, kan zij niet verder worden bevorderd. De (enkele) waarneming van een chef-functie biedt – anders dan klaagster kennelijk meent – geen grondslag voor een bevordering in de eigen functie. Gelet hierop en op hetgeen hierboven is overwogen is het gerecht van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft kunnen concluderen dat het verzoek van klaagster om naar schaal 9 te worden bevorderd, niet voor inwilliging vatbaar is.

9.1

Klaagster heeft voorts een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan, en daartoe betoogd dat oud-collega’s die vóór haar deze functie hebben bekleed, wel zijn bevorderd op grond van (alleen) anciënniteit. Klaagster heeft daarbij de namen van een voormalige hoofd van dienst, tevens oud Gouverneur van Aruba, mr. [X], en die van haar voormalige chef, de heer [Y], genoemd.

9.2

Het gerecht stelt voorop dat een beroep op het gelijkheidsbeginsel slechts kan slagen indien blijkt dat gelijke gevallen, ongelijk zijn behandeld. Klaagster heeft haar beroep op het gelijkheidsbeginsel niet geconcretiseerd, met bijvoorbeeld de periode waarin genoemde ex-ambtenaren bedoelde functie hebben bekleed en vanaf welke datum zij in die functie zijn bevorderd naar de rang van commies 1ste klasse, zodat het gerecht niet kan beoordelen of er inderdaad sprake is van gelijke gevallen die ongelijk zijn behandeld. Het gerecht neemt daarbij in aanmerking dat bij de vaststelling van een functiebeschrijving het bevoegde gezag de nodige beoordelingsvrijheid toekomt, terwijl ook de waardering van werkzaamheden na verloop van tijd kan veranderen. Nu de functie van klaagster in november 2012 is beschreven en maximaal is gewaardeerd op het niveau van de rang van commies (schaal 8), en klaagster deze functie reeds vanaf 1998 bekleedt, kan haar beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slagen.

10. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het bezwaar ongegrond is.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 14 oktober 2019 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.