Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2018:91

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
26-11-2018
Datum publicatie
27-12-2018
Zaaknummer
2729 van 2015 / AUA201500510
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het gerecht oordeelt dat het bestreden landsbesluit in strijd is met de rechtszekerheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 26 november 2018

GAZA nr. 2729 van 2015 / AUA201500510

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klaagster],

wonende in Aruba,

KLAAGSTER

procederend in persoon,

gericht tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER.

gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 17 september 2015 no. 21 (hierna: het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 oktober 2011 horizontaal in te passen in de nieuwe carrièrelijn in de functie van manager luchtvaart operationele aangelegenheden bij de Directie Luchtvaart Aruba, met vaststelling van haar bezoldiging in schaal 12 dienstjaar 3. Tevens heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 oktober 2013 bij een positieve beoordeling omtrent het functioneren te bevorderen naar schaal 13.

Op 27 november 2015 heeft klaagster daartegen bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft op 26 januari 2016 een contramemorie ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 januari 2017. Klaagster is in persoon verschenen en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.O. Senchi.

De uitspraak is in eerste instantie bepaald op 6 maart 2017. Wegens langdurige afwezigheid van de rechter die de zaak heeft behandeld is de uitspraak voor langere tijd aangehouden en is de zaak overgenomen door een andere rechter.

Een nadere zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2018. Klaagster is in persoon verschenen en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde A. Lumenier.

Hierna is uitspraak nader bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De ontvankelijkheid

1.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, die indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen.

1.2

Klaagster heeft onweersproken gesteld dat zij de bestreden beschikking op 28 oktober 2015 heeft ontvangen, zodat het gerecht ervan uitgaat dat zij haar bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij van de bestreden beschikking kennis heeft kunnen dragen. Klager is derhalve, ingevolge artikel 41, derde lid, van de La, ontvankelijk.

Inhoudelijk

Het wettelijk kader

2.1

Ingevolge artikel 13, eerst lid van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (hierna: LMA) geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regelen zijn vastgesteld, overeenkomstig deze regelen.

2.2

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Bezoldigingsregeling Aruba (BRA) zijn in de bij dit landsbesluit behorende bijlage B de benoemings- en bevorderingseisen voor verschillende betrekkingen opgenomen.

Ingevolge het tweede artikel dient de betrokkene om in aanmerking te kunnen komen voor een benoeming tot ambtenaar, voor een bevordering of voor overgang naar een andere betrekking aan, de in het eerste lid voor de desbetreffende betrekking bedoelde eisen te voldoen en voorts voor de vervulling van die betrekking geschikt en bekwaam te worden geacht.

Ingevolge het derde lid kan afwijking van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde eisen geschieden:

a. bij benoeming, indien dringende eisen van dienstbelang zulks noodzakelijk maken;

b. bij bevordering, indien voorziening in een betrekking in het kader van een organisatie in het dienstbelang noodzakelijk is en uit de door de ambtenaar geleverde prestaties blijkt dat deze voor de vervulling van de desbetreffende betrekking bijzondere geschiktheid en bekwaamheid bezit.

De feiten

3.1

Klaagster is ambtenaar in dienst bij Directie Luchtvaart Aruba (DLA).

3.2

Bij landsbesluiten van 27 oktober 2009 no. 1 en van 5 oktober 2012 no. 30 is met ingang van 12 september 2011 de nieuwe DLA ingesteld. Het landsbesluit van 27 oktober 2009 no. 1 (nader te noemen: landsbesluit Directie Luchtvaart 2009) heeft als bijlage de bezoldiging en geschiktheid- en bekwaamheidseisen van de rangen en functies bij de DLA (hierna: de bevorderingseisen) gevoegd.

3.3

Bij landsbesluit van 9 maart 2010 no. 6 heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 april 2006 te bevorderen naar de rang van hoofdtechnisch ambtenaar 1ste klasse (schaal 12).

3.4

Bij landsbesluit van 29 januari 2013 heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 12 september 2011 definitief te plaatsen in de functie van manager luchtvaart operationele aangelegenheden bij DLA, met behoud van haar rechtspositie.

3.5

Bij landsbesluit van 7 januari 2014 heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 oktober 2011 in te passen c.q. te bevorderen in de nieuwe carrièrelijn in de functie van manager luchtvaart operationele aangelegenheden, met vaststelling van de bezoldiging in schaal 13 en haar bij een positieve beoordeling met ingang van 1 oktober 2013 te bevorderen naar schaal 14.

3.6

Bij landsbesluit van 17 september 2015 no. 21 heeft verweerder besloten om het onder 3.5 genoemde landsbesluit van 7 januari 2014 in te trekken, om klaagster met ingang van 1 oktober 2011 horizontaal in te passen in de nieuwe carrièrelijn in de functie van manager luchtvaart operationele aangelegenheden bij de DLA, met vaststelling van haar bezoldiging in schaal 12 dienstjaar 3. Tevens heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 oktober 2013 bij een positieve beoordeling omtrent het functioneren te bevorderen naar schaal 13.

De standpunten van partijen

4.1

Klaagster kan zich niet verenigen met het bestreden landsbesluit en voert hierbij aan dat de functie manager luchtvaart operationele aangelegenheden conform het formatierapport een schaal 14-functie is. Zij dient per 1 oktober 2011 in die functie met bijbehorende schaal 14 geplaatst te worden. Zij dient in ieder geval per 1 oktober 2011 te worden ingeschaald in schaal 13 conform het ingetrokken landsbesluit. Ter zitting van 15 oktober 2018 heeft klaagster haar bezwaar tegen de toegepaste “ABC groepen verdeling” niet langer gehandhaafd.

4.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de functie manager luchtvaart operationele aangelegenheden geen benoemde functie is maar een carrièrefunctie. De oude functie van klaagster, hoofd vliegoperaties, was een schaal 12-functie. Zij is vervolgens met ingang van 1 oktober 2011 horizontaal ingepast in de functie van manager luchtvaart operationele aangelegenheden, in schaal 12. Zij kan daarom pas per 1 oktober 2013 naar schaal 13 bevorderd worden.

Beoordeling

5.1

In geschil is in de eerste plaats of de functie van manager luchtvaart operationele aangelegenheden een carrièrefunctie is of een benoemde functie.

5.2

De ambtenarenrechter overweegt als volgt.

In zijn uitspraak van 12 april 2016 (zaaknummer RvBAZ 2013/69920) heeft de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (de Raad) het volgende uitgemaakt:

“4.1 In de op het LMA gebaseerde BRA, met de daarvan deel uitmakende bijlagen, ligt het volgende bezoldigingsstelsel besloten.

Functies, die gekenmerkt worden door een taakomschrijvingen en waardering, zijn te onderscheiden in zogeheten ‘benoemdefuncties’ en ‘carrièrefuncties’. Die laatste onderscheiden zich van de eerste doordat ze ingebed zijn in een rangenstelsel, waarbij aan elke rang een bezoldigingsschaal is gekoppeld en voor elke rang bevorderingseisen gelden die teruggrijpen op een onderliggende rang, waarin een minimale periode moet zijn volbracht. Hoewel voorgaande niet expliciet staat verwoord in de betrokken regelgeving, komt dit voldoende duidelijk tot uitdrukking in de bijlagen A (Bezoldigingsschalen) en B (Benoemings- en bevorderingseisen) van de BRA. Waar onder de onderscheiden bezoldigingsschalen betrekkingen staan vermeld die niet onder bijlage B worden vermeld, betreft het de benoemdefuncties. Alle andere functies zijn op te vatten als carrièrefuncties.

4.2

Uit dit stelsel volgt dat de waardering van een carrièrefunctie altijd een maximale waardering betreft, waarnaar door bevordering langs het rangenstelsel, en de daarbij behorende eisen, moet worden toegewerkt. Anders dan het Gerecht heeft aangenomen, betekent plaatsing in een functie dan ook niet zonder meer dat de bezoldiging moet worden toegekend op het niveau waarop de betrokken functie is gewaardeerd. De bezoldiging is bij carrièrefuncties immers gekoppeld aan de rang van betrokkene en zijn bevordering loopt langs dat pad en de daarvoor geldende eisen. De Raad wijst in dit verband op zijn uitspraak van 20 september 2009, ECLI:NL:ORBAAA:2007: BJ6420, waarbij al werd overwogen dat artikel 4 van het BRA, gelezen in samenhang met de bevorderingseisen, moet worden begrepen als een vertragingsregel, wat inhield dat geen directe toekenning van de schaal waarop de betrokken functie is gewaardeerd, plaatsvindt, maar bezoldiging dient te geschieden conform de carrièrelijn van het rangenstelsel en de daarvoor geldende bevorderingseisen.”

4.3

Vervolgens ziet de Raad in het Roze boek geen aanknopingspunten voor het oordeel dat daarbij is beoogd af te wijken van het bezoldigingsstelsel, zoals hiervoor is geschetst.”

5.3

Het gerecht overweegt dat uit deze uitspraak van de Raad volgt dat ook de functie van manager luchtvaart operationele aangelegenheden een carrièrefunctie is. Het standpunt van verweerder is juist.

6.1

Het gerecht oordeelt voorts dat het bestreden landsbesluit in strijd is met de rechtszekerheid. Voor klaagster was er geen aanleiding om te veronderstellen dat het landsbesluit van 7 januari 2014, waarbij verweerder de bezoldiging van klaagster met ingang van 1 oktober 2011 heeft vastgesteld op schaal 13 en zij bij een positieve beoordeling met ingang van 1 oktober 2013 bevorderd zou worden naar schaal 14, foutief was. Klaagster zat namelijk reeds sedert 1 oktober 2006 in schaal 12. Een vaststelling in schaal 13 was hierdoor niet duidelijk onredelijk, mede gelet op de uitloopschaal (14) van de functie.

Onder deze omstandigheden was verweerder niet bevoegd om, na ruim anderhalf jaar, een nieuwe landsbesluit te nemen dat voor klaagster nadeliger was.

6.2

Om deze reden zal het gerecht het bestreden landsbesluit vernietigen. Dit betekent dat het landsbesluit van 7 januari 2014 herleeft en dat verweerder dit landsbesluit dient uit te voeren.

DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar gegrond;

- vernietigt het landsbesluit van 17 september 2015 no. 21.

Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 26 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

  • -

    Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

  • -

    In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.