Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2018:72

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
13-09-2018
Datum publicatie
16-10-2018
Zaaknummer
GAZ Cur201801787
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eervol ontslag. Artikel 99, tweede lid, LMA. Geen voorwaarden verbonden aan de opzegging van de tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Ambtenarenzaken over 2018

uitspraakdatum: 13 september 2018

zaaknummer: GAZ Cur201801787

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO

Uitspraak

in de zaak van:

[klaagster],

wonende in Curaçao,

klaagster,

gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam, advocaat,

tegen:

de Regering van Curaçao,

verweerster,

gemachtigde: mr. J.G. Ricardo, werkzaam bij verweerster.

1 Het procesverloop

1.1.

Bij bezwaarschrift dat op 7 juni 2018 ter griffie van het Gerecht is ingediend heeft klaagster bezwaar ingesteld tegen het Landsbesluit van verweerster van 12 maart 2018 (het bestreden besluit), waarin is bepaald dat verweerster het tijdelijke dienstverband met klaagster per 30 april 2018 opzegt en haar met ingang van 31 juli 2018 eervol ontslag verleent. Klaagster heeft ook een verzoek om voorziening bij voorraad ingediend bij het Gerecht.

1.2.

Het Gerecht heeft het bezwaar ter zitting van 30 juli 2018 behandeld. Klaagster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. Namens verweerster zijn de gemachtigde voornoemd en C. de Witt-Hamer (jurist bij het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport) verschenen. Ter zitting heeft klaagster het verzoek om voorziening bij voorraad ingetrokken.

2 Beoordeling

2.1.

Klaagster is met ingang van 1 oktober 2014 aangesteld als ambtenaar in tijdelijke dienst voor onbepaalde tijd in de functie van docent. Voor het einde van ieder schooljaar deelde verweerster aan klaagster mee of de aanstelling ook voor het daarna volgend schooljaar zou worden verlengd. Bij brief van 23 april 2018, die klaagster op 26 april 2018 heeft ontvangen, (de opzeggingsbrief) heeft het wnd. diensthoofd van Dienst Openbare Scholen (DOS) aan klaagster meegedeeld dat haar tijdelijke aanstelling per 31 juli 2018 eindigt. Op 11 mei 2018 heeft klaagster het bestreden besluit ontvangen.

2.2.

Het bezwaar van klaagster komt erop neer dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven omdat verweerster geen rekening heeft gehouden met de opzeggingstermijn vastgelegd in artikel 99 van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (LMA).

2.3.

Ingevolge artikel 99 lid 2, aanhef en onder a, van de LMA kan aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, die voor onbepaalde tijd is benoemd eervol ontslag worden verleend mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van drie maanden ingeval de betrokkene bij het begin van de opzeggingstermijn laatstelijk ten minste twaalf maanden onafgebroken in dienst was.

2.4.

Niet in geschil is dat in dit geval een opzeggingstermijn van drie maanden gold. Hoewel dat niet uitdrukkelijk in evengenoemde bepaling of de memorie van toelichting van de LMA is vermeld, heeft de wetgever kennelijk beoogd de bevoegdheid tot opzegging, zoals ook voor het ontslag het geval is, aan verweerster voor te behouden. Immers, de opzegging gaat vooraf aan het ontslag en is daar onlosmakelijk aan verbonden. Vast staat dat verweerster in dit geval heeft nagelaten om drie maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van het ontslag een opzeggingsbrief aan klaagster uit te reiken. Het wnd. diensthoofd van DOS heeft echter al bij de opzeggingsbrief aan klaagster kenbaar gemaakt dat haar tijdelijke aanstelling per 31 juli 2018 eindigt. Hoewel in die brief niet is vermeld dat deze door of namens verweerster is verzonden, volgt uit haar standpunt dat de brief namens haar is opgesteld. Aldus is sprake van een namens verweerster op 26 april 2018 aan klaagster uitgereikte opzeggingsbrief. Doordat klaagster die brief ruim drie maanden voor de einddatum van de aanstelling heeft ontvangen, is voldaan aan geldende opzeggingstermijn van drie maanden. Dat brengt met zich dat de late verzending van het ontslagbesluit niet tot nietigverklaring daarvan leidt.

2.5.

Uit artikel 99 lid 2, aanhef en onder a, van de LMA blijkt niet dat voorwaarden zijn verbonden aan de opzegging van de tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd. Daaruit volgt dat verweerster zonder dat sprake hoefde te zijn van zwaarwegende redenen en zonder enige motivering tot opzegging mocht overgaan. Indien klaagster heeft beoogd te stellen dat verweerster niet mocht nalaten haar aanstelling te verlengen omdat zij goed functioneerde, slaagt die stelling dan ook niet.

2.6.

Gelet op het voorgaande behoeft hetgeen klaagster voor het overige heeft aangevoerd geen bespreking.

2.7.

Voor een proceskostenveroordeling ten laste van verweerster bestaat geen grond.

3 Beslissing

Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaart het bezwaar ongegrond.

Aldus gedaan door mr. N.M. Martinez, rechter in ambtenarenzaken, en in het

openbaar uitgesproken op 13 september 2018 in tegenwoordigheid van

mr. S.N. Aswani, griffier.

Tegen deze uitspraak staat voor beide partijen binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger of gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest, en in alle andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending van de uitspraak of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, hoger beroep open op de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Zie titel IV hoofdstuk 1 van de RAR.