Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2018:57

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
06-07-2018
Datum publicatie
12-07-2018
Zaaknummer
Gaza nrs. AUA201801566 en AUA201801698
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gaza) - toegangsontzegging - De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder bij de toepassing van de ordemaatregel niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht en dat de bestreden beslissing lijdt aan een motiveringsgebrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 6 juli 2018

Gaza nrs. AUA201801566 en AUA201801698

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het verzoek tot het treffen van een beslissing bij voorraad als bedoeld in

artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[verzoeker],

wonende te Aruba,

VERZOEKER,

gemachtigde: de advocaten mrs. D.G. Kock en E.M.J. Cafarzuza,

gericht tegen:

DE MINISTER VAN TOERISME. VOLKSGEZONDHEID EN SPORT,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie.

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 1 juni 2018 heeft verweerder aan verzoeker bericht dat in het belang van voorgenomen doorlichting en intern onderzoek bij Directie Volksgezondheid hem per direct de toegang tot het onderkomen van de Directie Volksgezondheid alsook de toegang tot de onderkomens van de onder de Directie Volksgezondheid ressorteerde diensten is ontzegd.

Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht.

Tevens heeft verzoeker bij verzoekschrift van 4 juni 2018 gevraagd om een beslissing bij voorraad als bedoeld in artikel 94 La (Gaza nr. AUA201801566).

Bij beschikking van 13 juni 2018 heeft verweerder schriftelijk een nadere motivering aan klager gegeven omtrent de voorgenomen doorlichting en hem bericht dat de toegangsontzegging in principe zes weken in beslag zal nemen.

Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht.

Tevens heeft verzoeker bij verzoekschrift van 18 juni 2018 gevraagd om een beslissing bij voorraad als bedoeld in artikel 94 La (Gaza nr. AUA201801698).

De verzoekschriften zijn - met toestemming van partijen - op 25 juni 2018 gevoegd behandeld in raadkamer, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door zijn gemachtigden en verweerder bij gemachtigde is verschenen. Tevens waren aanwezig mr. V.M. Emerencia (DWJZ) en M. Rijswijk van het bureau van verweerder.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 94 van de La kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is. Voor zover de toetsing aan het in artikel 94 La neergelegde criterium meebrengt dat een beoordeling van het geschil in de hoofdzaak wordt gegeven, heeft het oordeel van de rechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend in de bodemprocedure.

2.2

Voor honorering van het verzoek is vereist dat een aanmerkelijke kans bestaat dat de bestreden beschikking in bezwaar niet in stand zal blijven.

2.3

In dit geval gaat het om het volgende.

2.3.1

Verzoeker is werkzaam als directeur bij Directie Volksgezondheid Aruba (DVG).

2.3.2

Bij brief van 22 mei 2018 bericht [X], afgevaardigde van de vakbond T.O.P.A, die een minderheid van de ambtenaren in de dienst vertegenwoordigd, - kort samengevat - aan verweerder dat verzoeker niet geschikt is voor de functie van directeur en verzoekt hem in te grijpen bij de DVG.

2.3.3

Bij brief van 25 mei 2015 bericht verzoeker verweerder - kort samengevat - dat er duidelijk sprake is van een persoonlijke vendetta tegen hem en dat de uitingen niet representatief zijn voor de gehele organisatie.

2.3.4

Op 25 mei 2018 is in een weblog een artikel gepubliceerd genaamd: “Tin varios keho riba director di Salubridad Pulbico cu posibel pratica di dictadura fuerte cu ambtenaarnan”, waarin diverse aantijgingen tegen verzoeker in het kader van zijn functie als directeur zijn geuit.

2.3.5

De Departamento di Recurso Humano (DRH) heeft op 29 mei 2018 - kort samengevat - verweerder geadviseerd om een commissie samen te stellen die belast zal worden met de doorlichting van DVG.

2.3.6

Bij brief van 31 mei 2018 heeft verweerder aan verzoeker verzocht zich, ter zake het op 25 mei 2018 verschenen artikel, binnen 48 uur schriftelijk te verantwoorden.

2.3.7

Bij beschikking van 1 juni 2018 heeft verweerder aan verzoeker bericht dat in het belang van voorgenomen doorlichting en intern onderzoek bij Directie Volksgezondheid hem per direct de toegang tot het onderkomen van de Directie Volksgezondheid alsook de toegang tot de onderkomens van de onder de Directie Volksgezondheid ressorteerde diensten is ontzegd.

2.3.8

Op 1 juni 2018 heeft de DRH een nadere toelichting gegeven op zijn advies van 29 mei 2018. In de nadere toelichting wordt verduidelijkt dat op geen enkel moment is geadviseerd om een conclusie te trekken omtrent het functioneren van verzoeker doch wel omtrent de achtergrond van de klachten van Dijkhoff die, zo merkt DRH op, veel conclusies heeft getrokken en uitspraken heeft gedaan die niet goed beargumenteerd zijn of op onwaarheden berusten. Het advies om het daarheen geleiden om DVG een nieuwe start te laten maken was op geen enkel moment gericht tegen verzoeker, aldus de toelichting.

2.3.9

Bij beschikking van 13 juni 2018 heeft verweerder een nadere motivering aan klager gegeven omtrent de voorgenomen doorlichting en hem bericht dat de toegangsontzegging in principe zes weken in beslag zal nemen.

2.4

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Een toegangsontzegging met toepassing van artikel 48 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht is een voorlopige ordemaatregel. De beschikking waarmee deze ordemaatregel is aangezegd dient te bevatten, de juridische grondslag, de precieze reden, het tijdstip van inwerkingtreding en de te verwachten duur van de ordemaatregel. Omdat deze ordemaatregel diep ingrijpt in de rechtspositie van de ambtenaar en onder omstandigheden een diffamerende werking kan hebben voor die ambtenaar, is verweerder bij toepassing van deze ordemaatregel gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel.

2.5

In de bestreden beschikking van 1 juni 2018 (zaaknummer AUA201801566) staat het volgende:

“In het belang van de voorgenomen doorlichting en intern onderzoek bij de Directie Volksgezondheid bericht ik aan u dat u per direct de toegang tot het onderkomen van de directie Volksgezondheid alsook de toegang tot de onderkomens van de onder de Directie Volksgezondheid ressorteerde diensten is ontzegd.”

Het gerecht stelt vast dat de juridische grondslag, de precieze reden voor de toepassing van de ordemaatregel en de te verwachten duur van de ordemaatregel in de bestreden beschikking ontbreken. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder bij de toepassing van deze ordemaatregel niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht en dat in de bodemzaak zal worden geoordeeld dat de bestreden beslissing lijdt aan een motiveringsgebrek.

2.6

Aan de bij beschikking van 13 juni 2018 gemotiveerde toegangsontzegging heeft verweerder - zakelijk weergeven - ten grondslag gelegd dat de voorgenomen doorlichting een grondig onderzoek betreft naar knelpunten binnen de organisatie van DVG waarbij een aantal punten die zullen worden belicht direct in verband staan met het functioneren van verzoeker als directeur. Daarbij zal tevens onderzoek worden gedaan naar de aantijgingen tegen verzoeker zoals verwoord in de op de weblog verschenen artikel van 25 mei 2018. Het onderzoek inclusief de doorlichting zal in principe zes weken duren.

2.7

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vormen deze door verweerder (nader) aangedragen feiten en omstandigheden voorshands onvoldoende grondslag voor de ten aanzien van verzoeker getroffen maatregel zodat ook hier voldoende aannemelijk is dat in de bodemzaak de beschikking zal worden vernietigd.

Daarbij is in aanmerking genomen dat de DRH in haar advies van 29 mei 2018 aangeeft dat diverse stellingen en verwijten van de afgevaardigde van de T.O.P.A. niet op waarheid berusten en dat de door de T.O.P.A. uitgevoerde “survey” niet objectief is uitgevoerd. Weliswaar adviseert de DRH om een commissie in te stellen die met de doorlichting van de DVG belast zal zijn, echter heeft de DRH, aan de adviezen van welke instantie het gerecht veel waarde toekent vanwege de professionaliteit en objectiviteit van het desbetreffende departement , op geen enkel moment geadviseerd dat het noodzakelijk is om hierbij de directeur de toegang te ontzeggen sturen, sterker nog, de DRH geeft in de toelichting op haar advies aan dat op geen enkel moment is geadviseerd over het functioneren van de directeur. Het voorstel van een doorlichting verwijst naar het onderzoeken van de organisatie, beleid en processen om o.a. de vele aantijgingen te achterhalen, bevestigen of uit de wereld te helpen; dit om rust te brengen en objectiviteit voor deugdelijke en weloverwogen besluiten te creëren, aldus de DRH. Het voorstel om “een nieuwe start voor de DVG te maken” was volgens de DRH dan ook geen enkel moment gericht op de directeur of enig ander persoon.

Ten aanzien van de aantijgingen jegens verzoeker in het artikel van de weblog van 25 mei 2018 overweegt de voorzieningenrechter dat het hier gaat om een eenzijdig “opiniestuk” dat grotendeels is gebaseerd op de stellingen en verwijten bij de gegrondheid waarvan DHR - terecht - grote vraagtekens plaatst.

2.8

Gelet op het bovenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder bij de toepassing van de ordemaatregel niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht en dat de bestreden beslissing lijdt aan een motiveringsgebrek. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zullen de bestreden beschikkingen in de bodemprocedure niet in stand kunnen blijven. Er bestaat daarom aanleiding om ter voorkoming van onevenredig nadeel voor verzoeker, de bij bestreden beschikkingen van 1 juni 2018 en 13 juni 2018 opgelegde toegangsontzegging te schorsen totdat in hoogste instantie op de daartegen gerichte bezwaren zal zijn beslist.

2.9

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat in voorzieningenprocedure als de onderhavige geen wettelijke grondslag.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

schorst de bij bestreden beschikkingen van 1 juni 2018 en 13 juni 2018 opgelegde toegangsontzegging, totdat in hoogste instantie op de daartegen gerichte bezwaren zal zijn beslist;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken in raadkamer op vrijdag, 6 juli 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.