Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2018:22

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
16-04-2018
Datum publicatie
18-04-2018
Zaaknummer
GAZA nr. AUA201701097
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een beroep op het gelijkheidsbeginsel kan slechts slagen indien blijkt dat gelijke gevallen, ongelijk zijn behandeld. Uit de door verweerder overgelegde stukken blijkt dat dat het landsbesluit waarop klaagster een beroep doet inmiddels is gecorrigeerd. Van een schending van het gelijkheidsbeginsel is dan ook geen sprake. Het bezwaar is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 16 april 2018

GAZA nr. AUA201701097

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klaagster],

wonende in Aruba,

KLAAGSTER

gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,

gericht tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J.O. Senchi (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij brief van 6 februari 2013 heeft klaagster de minister van Volksgezondheid en Sport (hierna: de minister) verzocht om haar onder meer met ingang van 1 juli 2010 te bevorderen naar de rang van commies in schaal 8.

Bij brief van 10 april 2017 heeft de minister klaagster te kennen gegeven, dat de functie van medewerker premieheffing bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) maximaal is gewaardeerd op het niveau van schaal 7 en dat op grond hiervan haar verzoek om bevordering niet voor inwilliging vatbaar is.

Op 13 juni 2017 heeft klaagster daartegen bezwaar gemaakt.

Op 11 augustus 2017 heeft verweerder een contramemorie ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 maart 2018, waar klaagster, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, zijn verschenen.

Uitspraak is bepaald op heden.

2. OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen.

2.2

Klaagster heeft onweersproken gesteld dat zij de bestreden beschikking op 15 mei 2017 heeft ontvangen, zodat het gerecht ervan uitgaat dat zij haar bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij de bestreden beschikking heeft ontvangen. Klaagster is derhalve ingevolge artikel 41, derde lid van de La ontvankelijk.

2.3

Ingevolge artikel 4, aanhef en onder b, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma), voor zover thans van belang, wordt voor de toepassing van deze landsverordening en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften onder het bevoegde gezag de Gouverneur verstaan.

2.4

In zijn uitspraken van 26 juli 2016, RvBAz 2014/71419, en van 16 februari 2017, RvBAz 2015/74637, heeft de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken voorop gesteld dat de inhoudelijke beslissing op een verzoek om bevordering van een ambtenaar alleen door de Gouverneur bevoegd genomen kan worden. Dat houdt in dat ook de afwijzing van een dergelijk verzoek aan de Gouverneur als bevoegd gezag is voorbehouden.

Dit betekent dat de in de brief van 10 april 2017 vervatte afwijzing onbevoegd is genomen en reeds op grond hiervan vernietigd dient te worden.

2.5

Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister desgevraagd te kennen gegeven eveneens door verweerder te zijn gemachtigd hem in deze zaak te vertegenwoordigen dat dat deze de rechtsgevolgen van de afwijzing voor zijn rekening neemt. Nu daarmee het bevoegdheidsgebrek geheeld is, zal het gerecht bezien of aanleiding bestaat de rechtsgevolgen van de vernietigde afwijzing in stand te laten.

2.6

Klaagster betoogt dat de afwijzing in strijd met het gelijkheidsbeginsel is gegeven. Daartoe voert zij aan dat er bij de SVB in ieder geval een medewerker premieheffing functioneert in schaal 8.

2.7

Voorop gesteld dat een beroep op het gelijkheidsbeginsel slechts kan slagen indien blijkt dat gelijke gevallen, ongelijk zijn behandeld. Verweerder betoogt dat het geval van [X] op een fout beruste, welke fout inmiddels is hersteld. Uit de door verweerder overgelegde stukken blijkt dat dat het landsbesluit waarop klaagster een beroep doet inmiddels is gecorrigeerd, naar een maximale waardering van schaal 7. Van een schending van het gelijkheidsbeginsel is dan ook geen sprake.

2.8

Beslist wordt als volgt.

3 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar gegrond;

vernietigt de afwijzing;

bepaalt dat de rechtsgevolgen van de afwijzing geheel in stand blijven.

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 16 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).