Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:99

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
18-09-2017
Datum publicatie
19-09-2017
Zaaknummer
AUA201700199
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gerecht in Ambtenarenzaken Aruba (GAZA) - Nu verweerder nog altijd niet inhoudelijk op klaagsters verzoek heeft beslist, is het bezwaar gegrond en zal de bestreden (fictieve) beschikking nietig worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak van 18 september 2017

AUA201700199

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klaagster],

wonend in Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: mr. L.A. Hernandis,

gericht tegen:

de Gouverneur van Aruba,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. C. Wever (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij brief van 6 november 2013 heeft klaagster verzocht om haar ingaande 1 januari 2011 te bevorderen tot de rang van commies 1ste klasse (schaal 5). Bij brief van 1 juli 2016 heeft klaagster dat verzoek herhaald.

Tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek heeft klaagster op 16 maart 2017 een bezwaarschrift ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 26 juni 2017, alwaar zijn verschenen klaagster in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde en verweerder bij gemachtigde.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Nu verweerder geen beslissing heeft genomen op het op 6 november 2013 ingediende verzoek van klaagster mocht zij, gelet op de aard van dat verzoek, ten tijde van het indienen van zijn bezwaarschrift aannemen dat verweerder heeft geweigerd op haar verzoek te beschikken. Weliswaar is nog geen jaar verstreken na het laatste verzoek van klaagster van 1 juli 2016, doch dit doet niet af aan het feit dat verweerder bekend is met het feit dat klaagster in aanmerking wenst te komen voor de verzochte bevordering. Immers klaagster had daartoe al in 2013 een verzoek bij verweerder ingediend. Naar het oordeel van het gerecht is het bezwaarschrift tegen deze (fictieve) weigering tijdig ingediend.

2.2

Nu verweerder nog altijd niet inhoudelijk op klaagsters verzoek heeft beslist, is het bezwaar gegrond en zal de bestreden (fictieve) beschikking nietig worden verklaard. Het gerecht verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van 21 oktober 2009, ECLI:NL:ORBANAA:2009:BK9368, waaruit volgt dat de weigering te beschikken niet als een afwijzende beschikking, noch als een goedkeurende beschikking wordt gekwalificeerd. De mogelijkheid van het instellen van een rechtsmiddel tegen de weigering om te beschikken is derhalve (primair) een procedureel middel dat kan worden ingezet om het bestuursorgaan te bewegen tot besluitvorming. Verweerder zal derhalve alsnog een (reële) beslissing moeten nemen op het verzoek van klager. Het gerecht zal daartoe een termijn stellen van drie maanden na heden.

2.3

Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.

3 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar gegrond;

vernietigt de bestreden (fictieve) weigering om te beslissen op het verzoek van klaagster van 6 november 2013;

draagt verweerder op om binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak schriftelijk op het verzoek van klaagster te beschikken.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 18 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).