Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:90

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
11-09-2017
Datum publicatie
13-09-2017
Zaaknummer
GAZA nr. 2197 van 2015
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Klager heeft onbetwist gesteld dat hij nimmer met de door verweerder gestelde negatieve beoordeling omtrent zijn functioneren is geconfronteerd. Deze handelwijze verdraagt zich niet met de bij de vaststelling van een beoordeling in acht te nemen zorgvuldigheid. Die brengt met zich dat een ongunstige beoordeling, voordat daar voor de ambtenaar negatieve consequenties aan worden verbonden, aan de ambtenaar wordt kenbaar gemaakt en aan deze de gelegenheid wordt geboden zijn zienswijzen daarover kenbaar te maken. Nu dit is nagelaten berust het in de bestreden beschikking gegeven oordeel omtrent klagers functioneren niet op een deugdelijke motivering. Het bezwaar is gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak van 11 september 2017

GAZA nr. 2197 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager] ,

wonende te Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. E. Duijneveld,

tegen:

de Gouverneur van Aruba ,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. I.L. Ras Orman (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 14 juli 2015, no. 21, is klager met ingang van 1 oktober 2011 horizontaal ingepast in de nieuwe carrièrelijn voor het personeel van de Directie Luchtvaart Aruba (DLA) in de functie van medewerker vluchtinlichtingen (schaal 8, dienstjaar 11).

Hiertegen heeft klager op 26 september 2015 bezwaar gemaakt bij het gerecht.

Verweerder heeft een contramemorie ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 24 oktober 2016 en – nadat partijen de gelegenheid hebben gehad zich bij akte uit te laten – 23 januari 2017. Nadat verweerder zich bij akte van 16 februari 2017 nader heeft uitgelaten, is uitspraak bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Klager heeft onbetwist gesteld dat hij eerst op 26 augustus 2015 van de bestreden beschikking op de hoogte is geraakt. Het tegendeel blijkt ook niet uit de stukken. Dit betekent dat het bezwaarschrift is ingediend binnen de termijn, gesteld in artikel 41, derde lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La). Het bezwaar is derhalve ontvankelijk.

2.2

Klager stelt zich – zakelijk weergegeven – op het standpunt dat hij bij de bestreden beschikking ten onrechte niet is bevorderd naar schaal 9. Ten onrechte wordt hem tegengeworpen dat hij niet over de daarvoor benodigde gunstige beoordeling beschikt, aldus klager.

2.3

Tussen partijen is niet in geschil dat bij de inpassing in de nieuwe carrièrelijn voor het personeel van de DLA de navolgende – mede op basis van afspraken met de vakbond – vastgestelde (beleids)regels in acht behoren te worden genomen:

Ter uitvoering van de nieuwe carrièrelijnen en rekening houdende met de afspraken ter zake gevolgen voor de rechtspositie is het personeel onderverdeeld in drie groepen, namelijk:

Groep A: periode 1986 tot en met 1994

Groep B: periode 1995 tot en met 2001

Groep C: periode 2002 tot en met 2011

De onderverdeling heeft als doel om bij de benoeming in de carrièrelijnen rekening te houden met anciënniteit en belang van de functie. Ook zijn er een aantal “reparaties” gepleegd aan de carrièrelijnen om de inpassingen/bevorderingen mogelijk te maken. Dit kan gezien worden als overgangsregels. (…)

De volgende afspraken/regels zijn toegepast voor de inpassing cq bevordering en is gehanteerd voor alle personeelsleden:

Groep A: bij deze groep (meer dan 20 jaren ervaring in een functie) wordt, conform afspraak, een bevordering toegekend naar de eerstvolgende schaal (mits de waardering het toelaat), waarbij tevens een extra periodieke verhoging van bezoldiging (twee dienstjaren) wordt toegekend.

Groep B: bij deze groep (tussen 10 en 20 jaren ervaring in een functie) wordt, ook conform afspraak, een bevordering naar de eerstvolgende schaal toegekend (mits de waardering het toelaat) toegepast. Er wordt geen extra periodieke verhoging toegekend.

Groep C: bij deze groep (minder dan 10 jaren ervaring in een functie) wordt horizontale inpassing toegepast en de volgende bevordering geschiedt conform de nieuwe carrièrelijn met dien verstande dat daar waar nodig de anciënniteit wordt geobjectiveerd naar 2, 3 of 4 jaren ervaring.

2.4

Tussen partijen is voorts niet in geschil dat klager op grond van het aantal dienstjaren dat hij vóór de vaststelling van de nieuwe carrièrelijn heeft vervuld in beginsel in aanmerking komt voor indeling in de hiervoor genoemde groep B en zodoende aanspraak kan maken op een bevordering naar de eerstvolgende schaal, in het onderhavige geval schaal 9. In de bestreden beschikking is evenwel overwogen dat klager dient te worden ingedeeld in groep C en daarom horizontaal wordt ingepast in schaal 8. Verweerder heeft dienaangaande nader uiteengezet dat aan deze beslissing ten grondslag ligt de omstandigheid dat klager niet voldoet aan het voor bevordering naar schaal 9 gestelde vereiste van een gunstige beoordeling. Derhalve dient hij op dezelfde wijze te worden behandeld als medewerkers in groep C, aldus verweerder.

2.4.1

Het gerecht is met verweerder van oordeel dat met de in voormelde regels opgenomen bewoordingen “mits de waardering het toelaat” kennelijk is beoogd tot uitdrukking te brengen dat de voor de groepen A en B in het vooruitzicht gestelde bevorderingen, slechts kunnen plaatsvinden bij een gunstige beoordeling van het functioneren van de betrokken ambtenaar. Voor zover klager anders heeft willen betogen, faalt dat betoog.

2.4.2

Met klager is het gerecht evenwel van oordeel dat de bestreden beschikking niettemin ondeugdelijk is gemotiveerd. Klager heeft onbetwist gesteld dat hij nimmer met de door verweerder gestelde negatieve beoordeling omtrent zijn functioneren is geconfronteerd. Deze handelwijze verdraagt zich niet met de bij de vaststelling van een beoordeling in acht te nemen zorgvuldigheid. Die brengt met zich dat een ongunstige beoordeling, voordat daar voor de ambtenaar negatieve consequenties aan worden verbonden, aan de ambtenaar wordt kenbaar gemaakt en aan deze de gelegenheid wordt geboden zijn zienswijzen daarover kenbaar te maken. Nu dit is nagelaten berust het in de bestreden beschikking gegeven oordeel omtrent klagers functioneren niet op een deugdelijke motivering. Een en ander klemt in het onderhavige geval des te meer, nu klager in het kader van de reorganisatie van de DLA niet is geplaatst in de met zijn vorige functie overeenkomende – leidinggevende – functie, maar in een uitvoerende, lagere functie. Dit betekent dat de uit de stukken blijkende negatieve waardering van klagers functioneren betrekking had op een andere functie dan waarin hij thans is benoemd. In aanmerking genomen dat die negatieve waardering voor een belangrijk deel zag op klagers leidinggevende kwaliteiten, kan die waardering daarom niet zonder meer worden gehanteerd als argument om hem de op grond van zijn dienstjaren bij de DLA toekomende bevordering te onthouden.

2.5

De slotsom is dat het bezwaar van klager gegrond is, zodat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd. Aan verweerder zal een termijn van drie maanden na deze uitspraak worden gesteld, waarbinnen hij een nieuw landsbesluit zal dienen te nemen.

2.6

Verweerder dient op na te noemen wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

2.7

Beslist wordt als volgt.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar van klager gegrond;

- vernietigt het landsbesluit van 14 juli 2015, no. 21;

- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw landsbesluit neemt inzake de inpassing van klager in de nieuwe carrièrelijn voor het personeel van de Directie Luchtvaart Aruba;

- veroordeelt verweerder tot betaling van de door klager gemaakte proceskosten, die worden begroot op Afl. 1.000,- aan gemachtigdensalaris.

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, 2e lid, La).