Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:81

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
04-09-2017
Datum publicatie
06-09-2017
Zaaknummer
Gaza nr. 1738 van 2015 / AUA201500545
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het door verweerder gevoerde beleid betreft een zogeheten buitenwettelijk begunstigend beleid. Naar vaste rechtspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken dient de ambtenarenrechter het bestaan en de inhoud van dergelijk beleid als een gegeven te aanvaarden en blijft de rechterlijke toetsing als gevolg daarvan beperkt tot de vraag of het beleid consistent wordt toegepast. Van inconsistentie in het gevoerde beleid omtrent de schaarstoelage is dan ook geen sprake. Het bezwaar is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak van 4 september 2017

Gaza nr. 1738 van 2015 / AUA201500545

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager] ,

wonende in Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. L.A. Hernandis,

tegen:

DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, WETENSCHAP, INNOVATIE EN DUURZAME ONTWIKKELING ,

zetelende in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J.O. Senchi (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij brief van 6 juli 2015 (hierna: de bestreden beslissing) heeft verweerder het verzoek van klager, gedaan bij brief van 14 maart 2013 tot toekenning van een schaarstetoelage ex artikel 25 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma), afgewezen.

Hiertegen heeft klager op 12 augustus 2015 bezwaar ingesteld bij dit gerecht.

Verweerder heeft op 30 september 2015 een contramemorie ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 7 december 2015, alwaar zijn verschenen klager samen met zijn gemachtigde voornoemd en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.

Verweerder heeft op 11 januari 2016 een akte ingediend. Klager heeft hierop op 1 februari 2016 gereageerd. Vervolgens heeft verweerder 7 maart 2016 een reactie ingediend.

De behandeling van de zaak is voortgezet op 12 juni 2017, alwaar zijn verschenen de partijen bij hun gemachtigden voornoemd.

Hierna is uitspraak bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

De ontvankelijkheid

2.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen.

2.2

Klager heeft onweersproken gesteld dat hij de bestreden beschikking op 14 juli 2015 heeft ontvangen, zodat het gerecht ervan uitgaat dat hij zijn bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij de bestreden beschikking heeft ontvangen. Klager is derhalve ingevolge artikel 41, derde lid van de La ontvankelijk.

Inhoudelijk

2.3

Klager kan zich niet verenigen met de weigering aan hem de schaarstetoelage toe te kennen en heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat hij systeembeheerder is bij de griffie der Staten, hij een zeer belangrijke functie vervult en voldoet aan de toekenningsvoorwaarden voor die toelage. Klager voert aan dat de werkzaamheden van het IT-personeel bij de Staten niet verschillen van de werkzaamheden van het IT-personeel bij de DIA. Tevens heeft klager een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel, stellende dat de heer [X] de schaarstoelage ontvangt terwijl hij geen HBO-opleiding of een hogere opleiding heeft gevolgd.

2.4

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de functie van IT-er bij de DIA en de Staten inhoudelijk van elkaar verschillen en dat verweerder niet in strijd handelt met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De heer [X] en [Y] ontvangen geen schaarstetoelage. Het verzoek daartoe van de heer [A] is afgewezen en mevrouw [B] ontvangt een schaarstetoelage omdat zij bij de DIA werkzaam is als IT-er.

2.5

Het gerecht overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 25 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) kan de betrokken minister aan de ambtenaar aan wie zodanige eisen worden gesteld dat zijn positie of taak een bijzonder karakter draagt, een in ieder bijzonder geval vast te stellen toelage toekennen.

Het beleid van verweerder ter zake van de schaarstetoelage, zoals neergelegd in het handboek onder paragraaf 4.1.14 luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

Wie komen in aanmerking voor de schaarstetoelage?

Gekwalificeerde krachten welke, gezien de schaarste die er op Aruba heerst, moeilijk zijn aan te trekken voor de volgende diensten/directies (…):

  • -

    Directie Financiën (DF);

  • -

    Centrale Accountantsdienst (CAD);

  • -

    Algemene Rekenkamer Aruba (ARA);

  • -

    Belastingkantoor (…);

  • -

    IT-personeel Directie Informatievoorziening en Automatisering (DIA) (…);

  • -

    Juristen Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) (…).

2.6

Het door verweerder gevoerde beleid betreft een zogeheten buitenwettelijk begunstigend beleid. Naar vaste rechtspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken dient de ambtenarenrechter het bestaan en de inhoud van dergelijk beleid als een gegeven te aanvaarden en blijft de rechterlijke toetsing als gevolg daarvan beperkt tot de vraag of het beleid consistent wordt toegepast.

2.7

De schaarstetoelageregeling voor IT-ers is niet van toepassing op IT-ers bij andere diensten dan de DIA. Uit de door verweerder overgelegde stukken blijkt niet dat verweerder aan andere ambtenaren, die niet werkzaam zijn bij de DIA een schaarstetoelage heeft toegekend. Van inconsistentie in het gevoerde beleid is dan ook geen sprake.

2.8

Het vorenstaande leidt dan ook tot de conclusie, dat het bezwaar ongegrond is.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 4 september 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, La).