Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:73

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
28-08-2017
Datum publicatie
31-08-2017
Zaaknummer
Gaza nr. 2538 van 2015
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gerecht in Ambtenarenzaken (Gaza) - In het licht van hetgeen in r.o. 2.3.1 is overwogen, kan zonder nadere motivering – welke verweerder vooralsnog schuldig is gebleven – niet worden uitgesloten dat de aanvankelijke waardering van klagers functie onjuist was. Het onverkort vasthouden aan de ingangsdatum van het nieuwe functierapport zou onder die omstandigheden onredelijk zijn. - het bezwaar wordt gegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak van 28 augustus 2017

Gaza nr. 2538 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager] ,

wonende te Aruba,

KLAGER,

procederend in persoon,

tegen:

de Gouverneur van Aruba ,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. I.L. Ras Orman (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 9 oktober 2015, no. 30, is klager – voor zover hier van belang – met ingang van 1 november 2014 bevorderd naar de rang van administrateur (schaal 13).

Tegen deze beschikking heeft klager op 5 november 2015 bij het gerecht bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft een contramemorie ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 25 april 2016, alwaar klager is verschenen in persoon, en verweerder bij gemachtigde.

De uitspraak is vervolgens nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Klager betwist de juistheid van de bestreden beschikking uitsluitend wat de ingangsdatum van de daarin vastgelegde bevordering betreft. Klager stelt zich op het standpunt dat hij reeds met ingang van 1 oktober 2007 voor deze bevordering in aanmerking dient te komen. Hij heeft daartoe – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat dat hij vanaf die datum de functie van teamleider van het Fiscale inlichtingen- en opsporingsteam (Fiot) bij het Departamento di Impuesto bekleedt, welke functie is gewaardeerd op het niveau van schaal 13.

2.2

Verweerder heeft dienaangaande uiteengezet dat het formatierapport waarbij de door klager beklede functie is (her)gewaardeerd op het niveau van schaal 13 pas met ingang van 1 november 2014 in werking is getreden, na goedkeuring ervan door de ministerraad op 29 oktober 2014. Tot die tijd was deze functie gewaardeerd op het niveau van schaal 12. Klager kwam dan ook niet eerder voor bevordering in aanmerking, aldus verweerder.

2.3.1

Het gerecht stelt voorop dat bij de vaststelling van een functiewaardering aan het bevoegde gezag de nodige beoordelingsvrijheid toekomt. De enkele omstandigheid dat een functie na verloop van tijd op een ander niveau wordt gewaardeerd betekent niet zonder meer dat de daaraan voorafgaande waardering onjuist was. Zo kunnen de werkzaamheden van die aan een functie zijn verbonden wijzigen, terwijl ook de waardering zelf van die werkzaamheden na verloop van tijd kan veranderen. Het is dan ook in zijn algemeenheid niet onredelijk om bevorderingen die voortvloeien uit een nieuwe functiewaardering pas te laten ingaan nadat dat die functiewaardering, neergelegd in een formatierapport, in werking is getreden.

2.3.2

Klager heeft er evenwel op gewezen dat onder zijn leiding als teamleider bij het Fiot zes personen werkzaam zijn in de functie controlemedewerker 2 Fiot. Klager heeft voorts gesteld dat de functieomschrijving van controlemedewerker 2 Fiot in wezen identiek is aan die van de functieomschrijving van controlemedewerker 2, met dien verstande dat aan de functie van controlemedewerker 2 Fiot aanvullende eisen zijn gesteld. In aanmerking genomen dat de functie van controlemedewerker 2 reeds was gewaardeerd op het niveau van schaal 12, diende de functie van controlemedewerker 2 Fiot op zijn minst ook op dit niveau te worden gewaardeerd en niet, zoals aanvankelijk, op het niveau van schaal 10, aldus klager. Hieruit blijkt, zo begrijpt het gerecht klagers betoog, dat de aanvankelijke waardering van de functie controlemedewerker 2 Fiot, en bijgevolg die van teamleider van het Fiot, onjuist was, welke onjuistheid uiteindelijk is rechtgezet met het nieuwe functierapport.

2.3.3

Verweerder heeft de door klager gestelde feiten en omstandigheden niet betwist. In het licht van hetgeen hiervoor in ro. 2.3.1 is overwogen, kan daarom zonder nadere motivering – welke verweerder vooralsnog schuldig is gebleven – niet worden uitgesloten dat de aanvankelijke waardering van klagers functie onjuist was. Het onverkort vasthouden aan de ingangsdatum van het nieuwe functierapport zou onder die omstandigheden onredelijk zijn.

2.4

De conclusie op grond van het vorenstaande is dat de bestreden beschikking niet is voorzien van een voldoende draagkrachtige motivering. Het bezwaar is gegrond, zodat de bestreden beschikking, voor zover door klager aangevallen, dient te worden vernietigd. Aan verweerder zal een termijn van drie maanden na deze uitspraak worden gesteld, waarbinnen hij een nieuw landsbesluit zal dienen te nemen met betrekking tot de ingangsdatum van klagers bevordering.

2.5

Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar van klager gegrond;

- vernietigt het landsbesluit van 9 oktober 2015, no. 30, voor zover door klager aangevallen;

- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw landsbesluit neemt inzake de ingangsdatum van klagers bevordering naar de rang administrateur (schaal 13).

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 augustus 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, 2e lid, La).