Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:64

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
21-08-2017
Datum publicatie
29-08-2017
Zaaknummer
GAZA nr. 2625 van 2015
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uit het Bilateraal Akkoord vloeit niet voort dat het Bilateraal Akkoord ook van toepassing is op inmiddels gepensioneerde ambtenaren of daarmee gelijkgestelden. Het bezwaar is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 21 augustus 2017

GAZA nr. 2625 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager] ,

wonend in Aruba,

KLAGER,

procederend in persoon,

tegen:

de minister van Financiën en Overheidsorganisatie ,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 25 september 2015 heeft verweerder afwijzend beslist op klagers verzoek om toekenning van een zogenaamde reparatietoeslag ten bedrage van Afl. 850,.

Op 13 november 2015 heeft klager daartegen bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft een contramemorie ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 april 2016 waar klager is verschenen in persoon en verweerder bij gemachtigde.

Uitspraak is nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Klager heeft onbetwist gesteld dat hij de bestreden beschikking eerst op 15 oktober 2015 heeft ontvangen. Het tegendeel blijkt ook niet uit de stukken. Dit betekent dat moet worden aangenomen dat het bezwaarschrift is ingediend binnen de termijn, gesteld in artikel 41, derde lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak. Het bezwaar is derhalve ontvankelijk.

2.2

Klager stelt als gewezen ambtenaar (gepensioneerde) aanspraak te kunnen maken op toekenning van een bedrag van Afl. 850,- ter compensatie (reparatie) van koopkrachtverlies over de periode van 2002 tot en met 2007. Hij heeft daartoe gewezen op het tussen de regering en de vakbonden in de publieke sector op 28 mei 2014 gesloten Bilateraal Akkoord, waarin toekenning een dergelijke toeslag is overeengekomen.

2.3

Verweerder betwist dat klager aan het Bilateraal Akkoord aanspraak op toekenning van de reparatietoeslag kan ontlenen, nu dit akkoord slechts van toepassing is op actieve ambtenaren en daarmee gelijkgestelden. Nu klager reeds sedert 2011 met pensioen is, valt hij niet onder het bereik van dit akkoord.

2.4

Het gerecht deelt de opvatting van verweerder dat uit het Bilateraal Akkoord niet voortvloeit dat het ook van toepassing is op inmiddels gepensioneerde ambtenaren of daarmee gelijkgestelden. Gelet op de financiële gevolgen van dit akkoord had het voor de hand gelegen zulks uitdrukkelijk te bepalen, indien dit wel de bedoeling was. Daarbij is in aanmerking genomen dat blijkens de considerans van het akkoord de precaire toestand van de overheidsfinanciën bij de opstelling ervan in ogenschouw is genomen.

2.5

In aanmerking genomen dat klager als gepensioneerde evenmin onverkort aanspraak kan maken op compensatie van koopkrachtverlies over de jaren dat hij nog in actieve overheidsdienst was, kan niet met vrucht worden staande gehouden dat verweerder enige rechtsplicht schendt door aan klager de door hem gewenste toeslag te onthouden.

2.6

De door klager aangevoerde gronden falen. Het bezwaar is ongegrond.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 21 augustus 2017, in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).