Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:60

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
21-08-2017
Datum publicatie
29-08-2017
Zaaknummer
GAZA nr. 256 van 2016
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De bestreden beschikking betreft een terbeschikkingstelling met toepassing van artikel 53 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht in het kader van verzelfstandiging van een overheidsdienst. In materieel opzicht verandert klaagsters positie gedurende die periode dan ook niet. Anders dan klager kennelijk meent behelst het bestreden landsbesluit geen afwijzende beslissing op haar overplaatsingsverzoek en ook geen beslissing op haar verzoek tot bevordering. Het bezwaar is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 21 augustus 2017

GAZA nr. 256 van 2016

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klaagster] ,

wonende te Aruba,

KLAAGSTER,

procederend in persoon,

gericht tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA ,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij Landsbesluit van 21 december 2015 is besloten om klaagster met ingang van 1 januari 2016 ter beschikking te stellen van de Stichting Fundacion Servicio Laboratorio Medico Aruba voor de duur van één jaar.

Hiertegen heeft klaagster op 4 februari 2016 bij het gerecht bezwaar gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 20 juni 2016, alwaar zijn verschenen klaagster in persoon en verweerder bij gemachtigde.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Het gerecht stelt vast op dat het bezwaarschrift, gericht tegen het landsbesluit van 21 december 2015, niet binnen in artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) bepaalde termijn van dertig dagen nadat de bestreden beschikking is genomen, is ingediend. Klaagster heeft in dit verband verklaard de bestreden beschikking pas eind januari 2016 te hebben ontvangen, hetgeen door verweerder niet gemotiveerd is betwist. Het tegendeel blijkt ook niet uit de gedingstukken nu deze omtrent de bekendmaking van het landsbesluit aan klaagster geen duidelijkheid verschaffen. Op grond hiervan moet worden aangenomen dat klaagster het bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen, zoals bedoeld in artikel 41, derde lid, van de La. Klaagster kan derhalve in haar bezwaar worden ontvangen.

2.2

Klaagster is als ambtenaar werkzaam bij het Landslaboratorium. Bij beslissing van de ministerraad van 21 november 2014 is besloten om het Landslaboratorium onder beheer te brengen van het Dr. H.O. Oduber Hospitaal, in de vorm van een stichting.

2.3

Bij het bestreden Landsbesluit van 21 december 2015 is klaagster met ingang van 1 januari 2016 ter beschikking gesteld van de Stichting Fundacion Servicio Laboratorio Medico Aruba voor de duur van één jaar. Klaagster voert aan dat zij niet wil overgaan naar de nieuwe stichting. Zij heeft om een overplaatsing verzocht maar heeft nog niets vernomen. Tevens voert klaagster aan dat zij in zesentwintig dienstjaren nimmer is bevorderd en dat het bestreden landsbesluit haar recht op bevordering ontneemt.

2.4

Op grond van de gedingstukken en naar aanleiding van hetgeen door partijen ter zitting is aangevoerd, overweegt het gerecht als volgt.

2.5

In artikel 35, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak is bepaald dat een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven.

2.6

De bestreden beschikking betreft een terbeschikkingstelling met toepassing van artikel 53 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht in het kader van verzelfstandiging van een overheidsdienst waarbij alle taken en activiteiten van het Landslaboratorium aan de stichting Fundacion Servicio Laboratorio Medico Aruba zullen worden overgedragen. Op grond van het in dit kader opgestelde Sociaal plan Landslaboratorium wordt het bij de voormalige overheidsdienst werkzame personeel overgenomen door de stichting, waarbij de ambtenaren werkzaam bij het Landslaboratorium gedurende een periode van een jaar aan de stichting ter beschikking kunnen worden gesteld. In materieel opzicht verandert klaagsters positie gedurende die periode dan ook niet. De bestreden beschikking kan dan ook niet als onredelijk jegens klaagster worden aangemerkt. Nu klaagster niet werkzaam wil zijn bij de opgerichte stichting kan zij voorts overeenkomstig het sociaal plan gedurende de periode van terbeschikkingstelling aangeven dat zij dit niet wenst (hetwelk zij reeds heeft gedaan). Anders dan klager kennelijk meent behelst het bestreden landsbesluit geen afwijzende beslissing op haar overplaatsingsverzoek. Het bestreden landsbesluit bevat, anders dan zij veronderstelt, ook geen beslissing op haar verzoek van klaagster tot bevordering.

2.7

Dit betekent dat klaagsters grieven in feite geen betrekking hebben op in de bestreden beschikking vervatte beslissingen. Het bezwaar is derhalve ongegrond.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 augustus 2017 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).