Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:46

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
03-07-2017
Datum publicatie
11-07-2017
Zaaknummer
Gaza nr. 2553 van 2015
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het Gerecht in Ambtenarenzaken (Gaza) - de negatieve beoordeling waarop de bestreden beschikking berust, is nimmer aan klager kenbaar gemaakt, behalve dan in het kader van de onderhavige procedure. Deze handelwijze verdraagt zich niet met de bij de vaststelling van een beoordeling in acht te nemen zorgvuldigheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 3 juli 2017

Gaza nr. 2553 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager] ,

wonende te Aruba,

KLAGER,

procederend in persoon,

tegen:

de Gouverneur van Aruba ,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J.O. Senchi (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 9 oktober 2015, no. 14, is klager – voor zover hier van belang – met ingang van 1 september 2014 bevorderd naar de rang van brigadier 1ste klasse.

Tegen deze beschikking heeft klager op 5 november 2015 bij het gerecht bezwaar gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 4 april 2016, alwaar klager is verschenen in persoon, en verweerder bij gemachtigde.

Op 9 en 10 mei 2016 heeft verweerder, respectievelijk klager zich bij akte nader uitgelaten.

De uitspraak is vervolgens nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Klager betwist de juistheid van de bestreden beschikking uitsluitend wat de ingangsdatum van de daarin vastgelegde bevordering betreft. Deze ingangsdatum dient 1 maart 2014 te zijn in plaats van 1 september 2014, aldus klager.

2.2

In de bestreden beschikking is op dit overwogen dat de bevordering van klager met zes maanden is verschoven, aangezien hij een onvoldoende heeft gekregen voor zijn beoordeling. Na een proeftijd van zes maanden is de beoordeling positief gebleken, zodat de bevordering alsnog kan plaatsvinden.

2.3

Klager betoogt terecht dat deze motivering de bestreden beschikking niet kan dragen. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de negatieve beoordeling waarop de bestreden beschikking berust, nimmer aan klager is kenbaar gemaakt, behalve dan in het kader van de onderhavige procedure. Deze handelwijze verdraagt zich niet met de bij de vaststelling van een beoordeling in acht te nemen zorgvuldigheid. Die brengt met zich dat een ongunstige beoordeling, voordat daar voor de ambtenaar negatieve consequenties aan worden verbonden, aan de ambtenaar wordt kenbaar gemaakt en aan deze de gelegenheid wordt geboden zijn zienswijzen daarover kenbaar te maken. Nu dit is nagelaten is de bestreden beschikking niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen en als gevolg daarvan niet voorzien van een deugdelijke motivering.

2.4

De slotsom is dat het bezwaar van klager gegrond is, zodat de bestreden beschikking, voor zover door klager aangevallen, dient te worden vernietigd. Aan verweerder zal een termijn van drie maanden na deze uitspraak worden gesteld, waarbinnen hij een nieuw landsbesluit zal dienen te nemen met betrekking tot klagers bevordering.

2.5

Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar van klager gegrond;

- vernietigt het landsbesluit van 9 oktober 2015, no. 14, voor zover door klager aangevallen;

- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw landsbesluit neemt inzake de ingangsdatum van klagers bevordering naar de rang van brigadier 1ste klasse.

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, 2e lid, La).