Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:4

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
06-02-2017
Datum publicatie
09-02-2017
Zaaknummer
GAZA nr. 1679 van 2016
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuur - Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (GAZA) - disciplinaire straf - niet ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 6 februari 2017

GAZA nr. 1679 van 2016

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager],

wonend in Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. E. Duijneveld,

tegen:

de Gouverneur van Aruba,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: dhr. A. Lumenier (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij Landsbesluit van 31 mei 2016, no. 3, (hierna: de bestreden beschikking) heeft verweerder met toepassing van artikel 83, vijfde lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht de aan klager bij Landsbesluit van 7 maart 2014 voorwaardelijk opgelegde disciplinaire straf van ontslag met ingang van de dag na dagtekening van de bestreden beschikking ten uitvoer gelegd.

Op 13 juli 2016 heeft klager daartegen bezwaar gemaakt.

Op 15 september 2016 heeft verweerder een contramemorie ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 december 2016, waar klager, bijgestaan door voornoemde gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, zijn verschenen.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La), voor zover thans van belang, wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking is gegeven.

Ingevolge het derde lid, voor zover thans van belang, wordt hij die bezwaar inbrengt na de hiervoor bepaalde termijn niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking redelijkerwijs kennis heeft kunnen dragen.

Ingevolge artikel 43, eerste lid, wordt het bezwaar ingebracht door het inzenden van een bezwaarschrift aan het gerecht.

Ingevolge het tweede lid wordt bij het bezwaarschrift een afschrift daarvan overgelegd, alsmede, indien het bezwaar gericht is tegen een beschikking of schriftelijke weigering, een gewaarmerkt afschrift daarvan.

Ingevolge artikel 45 wijst de rechter de inzender van een bezwaarschrift, die de voorschriften van de artikelen 43, tweede lid, of 44 niet in acht genomen heeft, op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit dit binnen een bepaalde termijn te herstellen.

2.2

De bestreden beschikking is op 31 mei 2016 gegeven, zodat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift ingevolge artikel 41, eerste lid, van de La is aangevangen op 1 juni 2016 en is geëindigd op 30 juni 2016. Het bezwaarschrift, bij het gerecht ingekomen op 13 juli 2016, is buiten deze termijn ingediend.

Gebleken is dat klager de beschikking van 31 mei 2016 op dezelfde dag heeft ontvangen. Voor zover klager betoogt dat niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar op grond van overschrijding van voormelde termijn achterwege dient te blijven, omdat hij weliswaar de beschikking op 31 mei 2016 heeft ontvangen, maar deze direct daarna is kwijtgeraakt, waarna aan hem eerst op 12 juli 2016 een afschrift is uitgereikt via het Departamento di Recurso Humano, is dat tevergeefs. Nu hij de beschikking op 31 mei 2016 heeft ontvangen, heeft deze datum te gelden als de dag waarop hij daarvan redelijkerwijs kennis heeft kunnen dragen, zoals bedoeld in artikel 41, derde lid, van de La, zodat ook ingevolge deze bepaling de termijn, waarbinnen niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar achterwege blijft, is aangevangen op 1 juni 2016 en is geëindigd op 30 juni 2016. Dat bij het indienen van een bezwaarschrift ingevolge artikel 43, tweede lid, van de La een afschrift van de daarbij bestreden beschikking dient te worden overgelegd, hetgeen volgens klager door het kwijtraken van de beschikking tot en met 12 juli 2016 niet mogelijk was, geeft geen grond voor een ander oordeel. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat ingevolge artikel 45 van de La, voor zover thans van belang, de indiener van een bezwaarschrift, die daarbij geen afschrift van de bestreden beschikking heeft overgelegd, door de rechter in de gelegenheid wordt gesteld dit verzuim te herstellen.

2.3

Het bezwaar is niet-ontvankelijk.

2.4

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, ambtenarenrechter, en uitgesproken op maandag 6 februari 2017 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, La).