Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:31

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
19-06-2017
Datum publicatie
28-06-2017
Zaaknummer
AUA201600547
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gerecht in Ambtenarenzaken Aruba (GAZA) - disciplinaire straf - verweerder heeft onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd dat en waarom het handelen door klager gedurende het bewuste incident als plichtsverzuim dient te worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 19 juni 2017

AUA201600547

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager],

wonend in Aruba,

KLAGER,

procederend in persoon,

gericht tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 1 november 2016, no 10 heeft verweerder, voor zover thans van belang, de aan klager opgelegde disciplinaire straf van ontslag onmiddellijk ten uitvoer gelegd, dan wel klager eervol ontslag verleend, met ingang van de dag na dagtekening van de bestreden beschikking.

Op 9 december 2016 heeft klager tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.

Op 3 februari 2016 heeft verweerder een contramemorie ingediend.

Op 3 mei 2017 heeft verweerder nadere stukken ingediend.

Op 4 mei 2017 heeft klager nadere stukken ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 mei 2017, waar klager, bijgestaan door zijn echtgenote, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. C.L. Geerman en mr. M.M. Meaux, beiden als jurist werkzaam bij de Departamento Recurso Humano (DRH), bijgestaan door drs. O.E. Lares, directeur DRH en mevrouw A. Geerman, werkzaam bij de Departamento di Impuesto, zijn verschenen.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) is de ambtenaar gehouden de plichten uit zijn ambt voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.

Ingevolge artikel 82, eerste lid, kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft.

Ingevolgde het tweede lid omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

Ingevolge artikel 83, eerste lid, onder i, kan de disciplinaire straf van ontslag worden toegepast.

Ingevolge het vierde lid kan bij het opleggen van een straf worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien betrokkene zich gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn, welke die van twee jaren niet te boven mag gaan, niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaats vindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden.

Ingevolge artikel 85, eerste lid, wordt de straf, behalve die van schriftelijke berisping, niet ten uitvoer gelegd, zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij onmiddellijke tenuitvoerlegging naar het oordeel van de tot straffen bevoegden door het dienstbelang wordt gevorderd.

Ingevolge artikel 98, eerste lid, onder f, kan buiten de gevallen, hiervoren of bij andere wettelijke regelingen bepaald, de ambtenaar slechts worden ontslagen op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken.

2.2

Aan de beschikking van 1 november 2016 heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, nu hij in strijd heeft gehandeld met artikel 47, eerste lid, van de Lma. Daarbij heeft verweerder in aanmerking genomen dat op 19 februari 2016 gedurende een voetbalwedstrijd voor de jeugd, waar klager als coach van een van de teams aanwezig was, het volgende incident heeft plaatsgevonden. Klager riep gedurende de wedstrijd de scheidsrechter in minder zedelijke taal toe, waarna de scheidsrechter hem heeft verzocht om het veld te verlaten. Vervolgens liepen klager en de scheidsrechter naar elkaar toe, waarna de scheidsrechter klager nogmaals verzocht het veld te verlaten en hem daarbij tegen de borst duwde. Daarop raakte klager de scheidsrechter tegen zijn schouder en duwde tegen zijn kin, waarop de scheidsrechter viel en tegen de grond sloeg. De scheidsrechter is ten slotte per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd.

Gelet op dit handelen van klager heeft hij zich niet gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, aldus verweerder bij de beschikking. Daarbij heeft verweerder tevens in aanmerking genomen dat de scheidsrechter zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, dat klager door de politie is aangehouden en dat in diverse nieuwsberichten is vermeld dat klager werkzaam is bij de Departamento di Impuesto.

2.3

Klager betoogt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. Het incident heeft plaatsgevonden buiten werktijd, op een vrijdagmiddag, waarna hij op maandagochtend weer op het werk is verschenen. Verder heeft er geen gevecht plaatsgevonden, maar betrof het slechts enig geduw, heeft de desbetreffende scheidsrechter geen zwaar lichamelijk letsel opgelopen en is hij niet aangehouden door de politie, aldus klager. Onder deze omstandigheden kunnen de tijdens dit opstootje door hem verrichte gedragingen niet worden aangemerkt als plichtsverzuim, aldus klager.

2.3.1

Ter zitting heeft verweerder nader toegelicht dat de weergave van het incident volledig is gebaseerd op hetgeen klager ter zake heeft verklaard, onder meer aan de Arubaanse Voetbalbond. Voorts heeft klager ter zitting onbetwist gesteld dat de scheidsrechter, die overigens zijn broer is, geen lichamelijk letsel heeft opgelopen, althans dat een behandeling in het ziekenhuis niet noodzakelijk was, en dat hij niet is aangehouden door de politie. Onder deze omstandigheden heeft verweerder onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd dat en waarom het handelen door klager gedurende het bewuste incident als plichtsverzuim dient te worden aangemerkt. De enkele – op zichzelf juiste – stelling dat ook het overtreden van een voorschrift in de privésfeer kan worden aangemerkt als plichtsverzuim is daartoe onvoldoende, evenals die dat klager in strijd met de spel- en sportiviteitsregels van het voetbal heeft gehandeld. Het betoog slaagt.

2.4

Het bezwaar is reeds hierom gegrond. Hetgeen klager voor het overige heeft aangevoerd, te weten dat verweerder in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld, behoeft dan ook geen bespreking. De bestreden beschikking dient te worden vernietigd.

2.5

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar gegrond;

- vernietigt het landsbesluit van 1 november 2016, no 10.

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2017 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, La).