Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2017:103

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
09-10-2017
Datum publicatie
10-10-2017
Zaaknummer
AUA201700266
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voor een toekenning van schadevergoeding overeenkomstig artikel 96, derde lid, van de La is slechts plaats, indien op grond van de niet uitgevoerde uitspraak met de nodige zekerheid kan worden vastgesteld wat de inhoud diende te zijn van de beslissing die verweerder heeft nagelaten te nemen. Eerst dan kan immers worden vastgesteld of het niet nakomen van de uitspraak van het gerecht tot schade aan de zijde van klager heeft geleid en hoe groot die schade is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 9 oktober 2017

AUA201700266

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaarschrift ex artikel 96 van de

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[klager] ,

wonend te Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. L.A. Hernandis,

tegen:

de Minister van Sociale Zaken, Jeugd en Arbeid ,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J.O. Senchi (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 29 augustus 2016, Gaza nr. 2408 van 2015, van dit gerecht is het bezwaar van klager gericht tegen de beschikking van 9 september 2015, waarbij verweerder afwijzend heeft beslist op klagers verzoek om bevordering naar de rang van hoofdcommies 1ste klasse (schaal 11), gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen drie maanden na dagtekening van de uitspraak een nieuwe beslissing op het verzoek van klager te nemen.

Klager heeft op 28 maart 2017 een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 96 van de La bij het gerecht ingediend tegen het niet gevolg geven door verweerder aan voormelde uitspraak van het gerecht van 29 augustus 2016.

Verweerder heeft op 16 augustus 2017 nadere stukken ingediend.

De zaak is ter zitting van het gerecht behandeld op 21 augustus 2017, waar klager, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd, is verschenen, en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Uitspraak is bepaald op heden.

1 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.

2.2

Het bezwaarschrift van klager strekt ertoe vergoeding van geleden schade te verkrijgen. Klager betoogt in dit verband dat aan hem met ingang van 28 juli 2015 door de Gouverneur eervol ontslag is verleend uit overheidsdienst. Nu hij evenwel niet is bevorderd naar schaal 11, bedraagt zijn pensioeninkomen thans minder, dan indien de bevordering wel zou hebben plaatsgevonden, aldus klager.

2.3

Het gerecht stelt vast dat verweerder geen gevolg heeft gegeven aan de inmiddels onherroepelijk geworden uitspraak van 29 augustus 2016, waarbij hem is opgedragen binnen drie maanden opnieuw op het bevorderingsverzoek van klager te beslissen.

2.4

Voor een toekenning van schadevergoeding overeenkomstig artikel 96, derde lid, van de La is slechts plaats, indien op grond van de niet uitgevoerde uitspraak met de nodige zekerheid kan worden vastgesteld wat de inhoud diende te zijn van de beslissing die verweerder heeft nagelaten te nemen. Eerst dan kan immers worden vastgesteld of het niet nakomen van de uitspraak van het gerecht tot schade aan de zijde van klager heeft geleid en hoe groot die schade is (GAZA 17 februari 2014, GAZA nr. 1742 van 2013).

2.5

Het gerecht overweegt dat het verzoek van klager om vergoeding van schade niet kan worden toegewezen, nu nog niet vaststaat dat klager schade heeft geleden. De uitspraak van het gerecht van 29 augustus 2016 brengt niet met zich dat verweerder gehouden is het bevorderingsverzoek van klager in te willigen. Bij de uitspraak heeft het gerecht overwogen dat, omdat verweerder de aan de afwijzing van het bevorderingsverzoek ten grondslag gelegde negatieve beoordeling niet eerder aan klager kenbaar had gemaakt en hem daarbij niet de gelegenheid heeft geboden zijn zienswijze daartegen naar voren te brengen, de afwijzing niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en om die reden onvoldoende draagkrachtig is gemotiveerd. Aldus strekte deze uitspraak er slechts toe dat verweerder een nieuwe beslissing geeft op het bevorderingsverzoek, waarbij hij de vereiste zorgvuldigheid in acht neemt.

2.3

Het bezwaar zal ongegrond worden verklaard. Het vorenstaande laat onverlet dat verweerder uit oogpunt van zorgvuldigheid en zijn voorbeeldfunctie in de maatschappij nog immer gehouden is opnieuw op het verzoek van klager te beslissen.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 9 oktober 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, La).