Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2016:59

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
27-06-2016
Datum publicatie
11-10-2016
Zaaknummer
Gaza nr. 2149 van 2015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

geen voor bezwaar vatbare beschikking of handeling – bezwaar is niet-ontvankelijk Klager wordt niet in zijn rechtspositie geschaad. Derhalve is geen sprake van een voor bezwaar vatbare beschikking of handeling in de zin van artikel 35 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak. Het bezwaar zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 27 juni 2016

Gaza nr. 2149 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager] ,

wonende te Aruba,

KLAGER,

Gemachtigde: de advocaat mr. E.C. Wever-Croes,

tegen:

de minister van Financiën en Overheidsorganisatie ,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Klager heeft bij bezwaarschrift van 22 september 2015 bezwaar gemaakt tegen zijn salarisslip van juli 2015, daar op zijn salarisslip is opgenomen dat klager thans onder “Overige Financiën en Overheidsorganisatie” en niet onder “Instituto di Alarma y Seguridad Aruba” ressorteert.

Verweerder heeft op 11 november 2015 een contra-memorie ingediend.

Het bezwaar is behandeld ter zitting van 11 januari 2016, alwaar zijn verschenen klager bij zijn gemachtigde, en verweerder bij zijn gemachtigde, bijgestaan door medewerkers van het Departamento di Recurso Humano.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Klager was laatstelijk als ambtenaar werkzaam bij Instituto Alarma y Seguridad (IASA). Sedert 2010 is klager op non-actief geplaatst.

2.2

Op het salarisslip van klager van de maand juli 2015 is onder het kopje departement opgenomen “Overige Financiën en Overheidsorganisatie”. Hieruit heeft klager geconcludeerd dat verweerder hem, zonder zijn weten, heeft overgeplaatst naar “Overige Financiën en Overheidsorganisatie”. Klager kan zich niet verenigen met deze overplaatsing en voert - kort gezegd - aan dat hij door deze wijziging in zijn rechtspositie wordt geschaad.

De gemachtigde van klager heeft dit standpunt desgevraagd niet nader onderbouwd, maar enkel herhaald dat sprake is van schade aan de rechtspositie van klager.

2.3

Verweerder heeft aangevoerd dat klager niet is overgeplaatst en dat de wijziging op het salarisslip - kort gezegd - uitsluitend een administratieve wijziging is om een overzicht te krijgen van de administratie kosten van de ambtenaren die op non-actief zijn geplaatst in de zogenaamde overtolligheidspool.

2.4

Het gerecht is van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat slechts sprake is van een boekhoudkundige operatie die geen overplaatsing van klager naar een ander departement inhoudt. Het gerecht is met verweerder van oordeel dat niet valt in te zien op welke wijze klager hierdoor in zijn rechtspositie wordt geschaad. Derhalve is geen sprake van een voor bezwaar vatbare beschikking of handeling in de zin van artikel 35 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak. Het bezwaar zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.5

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 27 juni 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).