Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2016:49

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
29-08-2016
Datum publicatie
01-09-2016
Zaaknummer
Gaza nr. 2408 van 2015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bestuur - Gerecht in ambtenarenzaken (GAZA) - bevordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak van 29 augustus 2016

Gaza nr. 2408 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager] ,

wonende te Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. L. Hernandis,

tegen:

de minister van Sociale Zaken, Jeugd en Arbeid ,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J.O. Senchi (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 9 september 2015 heeft verweerder afwijzend beslist op klagers verzoek om met ingang van 1 november 2011 te worden bevorderd naar de rang van hoofdcommies 1ste klasse (schaal 11).

Tegen deze beschikking heeft klager op 16 oktober 2015 bij het gerecht bezwaar gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 13 juni 2016, alwaar klager is verschenen in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde, en verweerder bij gemachtigde.

Uitspraak is nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Het gerecht stelt vast dat verweerder in de bestreden beschikking als enige grond voor weigering van de door klager gewenste bevordering heeft vermeld dat hij niet voldoet aan het vereiste van een gunstige beoordeling omtrent zijn functioneren. Daartoe is in de bestreden beschikking gesteld dat uit ambtsberichten van het hoofd van het Departamento di Progreso Laboral is vernomen dat klager nog niet op het vereiste niveau functioneert.

2.2

Klager betwist de juistheid van de door verweerder gehanteerde weigeringsgrond. In dit verband heeft hij betoogd - zo begrijpt het gerecht - dat het oordeel van verweerder niet berust op een met voldoende waarborgen omklede beoordelingsprocedure met betrekking tot zijn functioneren.

Dit betoog treft doel. Van de voor klager ongunstige beoordeling blijkt uitsluitend uit een door klagers diensthoofd aan de Departamento di Recurso Humano (DRH) gezonden brief van 13 februari 2015, met als onderwerp “commentaar en advies bevorderingsverzoek [klager]”. Niet betwist is dat het daarin verwoorde negatieve oordeel omtrent klagers functioneren niet eerder aan hem is medegedeeld dan in het kader van de onderhavige procedure. Dit verdraagt zich niet met de bij de vaststelling van een beoordeling in acht te nemen zorgvuldigheid. Die brengt met zich dat een ongunstige beoordeling, voordat daar voor de ambtenaar negatieve consequenties aan worden verbonden, aan de ambtenaar wordt kenbaar gemaakt en aan deze de gelegenheid wordt geboden zijn zienswijzen daarover kenbaar te maken. Nu dit is nagelaten is de bestreden beschikking niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen en als gevolg daarvan niet voorzien van een deugdelijke motivering.

2.3

De slotsom is dat het bezwaar van klager gegrond is, zodat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd. Verweerder zal binnen drie maanden een nieuwe beslissing moeten nemen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

2.4

Verweerder zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, die begroot worden op een bedrag van Afl. 700,= aan gemachtigdensalaris.

2.5

Beslist wordt als volgt.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

 verklaart het bezwaar van klager gegrond;

 vernietigt de bestreden beschikking van verweerder van 9 september 2015;

 bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een nieuwe beslissing dient te nemen op klagers verzoek met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

 veroordeelt verweerder in de kosten van deze procedure, die begroot worden op een bedrag van Afl. 700,= aan gemachtigdensalaris.

Deze uitspraak is gegeven door mr. M.T. Paulides, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 augustus 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, 2e lid, La).